|
Hoe heeft de vorm van grafmonumenten zich in ons land ontwikkeld? Hebben
de diverse stromingen in architectuur en kunstnijverheid hun sporen
nagelaten op de graftekens, of is de uiterlijke vorm (mede) afhankelijk
geweest van andere factoren?
|
Dit is deel 5 van een serie
over gedenktekens met het accent op de vorm. |
Serie: 'Op deze koude steenen zal
ik dikwijls komen weenen'
De eeuw van de neostijlen
De 19de eeuw is de eeuw van de neostijlen, stijlen die teruggrijpen op de
klassieke Oudheid. De vormgeving van veel mausolea en grafmonumenten uit die
tijd is geïnspireerd door de bouwkunst van Grieken, Romeinen en Egyptenaren.
 |
| Leersum: mausoleum van
Nellesteyn |
In de tweede helft van de 19de eeuw is ook de middeleeuwse gotiek een
inspiratiebron, vooral voor grafkapellen en grafmonumenten op rooms-katholieke
begraafplaatsen. Voorbeelden uit de Griekse en Romeinse Oudheid hebben model
gestaan voor mausolea in de vorm van een tempel: een samenstel van zuilen of
pilasters (platte muurpijlers) met een hoofdgestel en fronton (driehoekige
gevelbeëindiging).
̒̒Voor dooden gindsche
praalgebouwen’
Een mooi voorbeeld is het bekende mausoleum van Nellesteyn in Leersum
(1818) van architect J.D. Zocher jr. Een Romeinse graftempel stond model voor de
bovenbouw, die is voorzien van klassieke kenmerken zoals pilasters, friezen
(horizontale banden met decoratie) en akroteria (hoekornamenten). De dichter H.
Tollens vond het maar pronkerig: ‘Voor dooden gindsche praalgebouwen/ Voor
levenden die kluizen daar!/ Doch ’t is een spotprent op haarzelf/ Dat hoog en
hoog en schittrend grafgewelf/ Dat zich de trotschheid op deed rijzen/ Daar
staat het, op dien top gebouwd/ Als om van ver reeds aan te wijzen/ Wat eens de
hoogmoed overhoudt.’ Andere commentaren spraken lovend van ‘eene in edelen stijl
opgetrokken naald en graftombe’.
Andere neostijlen
Ook de opbouw op de grafkelders van De Roo van Capelle in Dordrecht (circa 1836)
en van Romein-Lagerwerff op het Arnhemse Moscowa (circa 1895) is duidelijk
neoclassicistisch. Kenmerkend zijn de akroteria op de hoeken en de frontons (De
Roo) en de entreepartij in de vorm van een tempelfront (Romein). Neogotisch is
de grafkapel voor de familie Bastiaanse-Fontijn (circa 1894) op het
rooms-katholieke deel van begraafplaats Mastendreef in Bergen op Zoom.
Karakteristiek zijn de spitsboogvormen en zuilen met pinakels (decoratieve
beëindiging van pijlers).
 |
 |
 |
|
Bergen op Zoom: grafkapel voor de familie Bastiaanse-Fontijn |
Oudekerk aan de IJssel: zuil op sokkel
|
Rotterdam: monument van A.W.A. Heyblom
|
De afgebroken zuil, die op veel begraafplaatsen bewaard is gebleven, is ontleend
aan de klassieke Oudheid. Eén van de weinige overgebleven grafmonumenten op de
oude begraafplaats van Ouderkerk aan de IJssel is een afgebroken zuil op sokkel
(1883). Deze is opgericht voor A.J. Schelling, die op jonge leeftijd in Caïro is
overleden. Verwijst dit grafteken niet expliciet naar de Egyptische bouwkunst,
dat is wel het geval bij de monumenten in de vorm van een mastaba (een lage,
afgeknotte piramide) of obelisk (een vierkante of rechthoekige zuil die naar
boven toe versmalt, met piramidevormige bekroning). Een fraai voorbeeld is het monument van A.W.A. Heyblom (1893) op de algemene begraafplaats Crooswijk
te Rotterdam.
Tekst en foto's: Rita Hulsman
|
Bokje over...
bladblazen |
|
Schoonmaken zit de mens in het bloed. Nou ja,
niet bij iedereen, maar toch staat opgeruimd nog steeds netjes. Dat geldt ook op
begraafplaatsen. Daar valt in dit jaargetijde weer goed te horen wat bedoeld
wordt met dat mooie spreekwoord. Te horen? Ja, het is weer de tijd van het
bladblazen. Lawaaierige motoren verstoren menig vredig bezoek aan een
begraafplaats. Talloze uren worden besteed aan het ontdoen van grafmonumenten en
paden van dat lastige blad. Medewerkers met een bladblazer op de rug lopen
urenlang het blad op steeds grotere hopen te blazen. Voor de meest hardnekkige
plekken zijn er blaaskanonnen met nog meer kracht en uiteraard nog meer lawaai.
En na een dag blazen maar hopen dat het niet meteen weer hard gaat waaien, want
dan kunnen ze meteen weer aan de slag.
Waar gaat al dat blad
naar toe? Op sommige begraafplaatsen is daar goed over nagedacht. Daar wordt het
onder de struiken geblazen of in greppels en bosranden waar het kan verteren en
bijdragen aan de biodiversiteit. Bladeren, en vooral in hopen, zijn ideale
schuilgelegenheden voor egels en muizen terwijl er ook allerlei amfibieën en
kleine insecten in kunnen overwinteren. Daar komen weer vogels op af, wat ook
mooi meegenomen is. Waar grote hopen blad kunnen verteren, ontstaat een mooie
humus die mogelijk op andere plaatsen weer gebruikt kan worden om wat voeding in
de bodem te brengen.
Maar op de meeste begraafplaatsen wordt het blad helemaal
opgeruimd. Of het verdwijnt naar een grote composthoop elders, of het wordt
helemaal afgevoerd. Op zulke plaatsen hoor je nog wel eens dat dit goed is, want
die bladeren zorgen er alleen maar voor dat de bodem verzuurt. Dat laatste zal
eigenlijk alleen maar gebeuren met veel eikenblad, maar
verder valt dat wel mee. Bladblazen is nodig omdat de beheerder wil voorkomen
dat mensen uitglijden over natte bladeren bij het bezoek aan het graf van een dierbare.
Dan ook maar gelijk dat grafmonument schoon en ook meteen de rest. Aan al dat
bladblazen kleven nadelen, vooral als er tot het laatste blad toe wordt
geblazen, geharkt en opgeruimd. Afgezien van de verwijdering van schuilgelegenheden voor dieren, wordt met het blad ook de natuurlijke voeding weggehaald. Dat is
op sommige begraafplaatsen goed te merken aan het verslechteren van het
bomenbestand. De bomen moeten steeds vaker bijgemest worden. Bij het vroegere
harken bleef er altijd wel wat liggen, maar met zo’n ministorm blijft geen
enkel blad achter. Als er echter maar half geblazen wordt, bijvoorbeeld alleen
de paden, dan gaan de bezoekers klagen. Wat is dan wijsheid? Je kunt niet elke
bezoeker gaan uitleggen dat je het best wel wil opruimen, maar dat je ook wilt
denken aan de flora en fauna. Daar hebben de meeste bezoekers van een
begraafplaats geen boodschap aan. Dus dan toch maar alles wegblazen, hopen dat
het niet te hard gaat waaien en in het voorjaar de bomen bijmesten. Dat er geen
egel of ander dier meer te vinden is op de begraafplaats, daar zal niemand
wakker van liggen. Kortom, ik weet het niet meer. Moeten we nou aan onze
beheerders vertellen dat ze minder moeten bladblazen, of juist meer voor de
bezoekers of is er nog een middenweg?
Tekst en foto: Leon Bok
Reageren op de column van Leon Bok |
Poëziemonument op begraafplaats Soerenseweg
in Apeldoorn
Op 18 november jl is een monument onthuld op de
oude begraafplaats aan de Soerenseweg in Apeldoorn. Het monument is
onderdeel van het Apeldoorns Poëzieproject en is opgesteld op de
plek waar de overblijfselen uit vele geruimde graven zijn bijgezet. Op deze
wijze is een meditatie plek gerealiseerd. Het monument is een in hout
uitgevoerde ellipsvormige koker met een smalle opening aan de basis waardoor
je binnen kunt komen. Vanuit de koker is er uitzicht op de hemel. Aan
de binnenwand is een foto geprojecteerd van de kosmos. In de foto en door
het hout zijn stervormige gaten gemaakt. Op de foto is een gedicht
geprojecteerd, geschreven door Paul Gellings, voormalig stadsdichter van
Zwolle.
Al dat vanzelfsprekende en toch uiteengevallen leven,
Rustplaatsen lang voor het ruimen verwaarloosd.
Maar zie, ver voorbij alles, deze poging tot troost
En tot gezelschap voor ons zo eenzame wezen:
Iemand die hier stond heeft deze regels geschreven
En een ander die hierlangs komt zal ze ooit lezen.
Paul Gellings
De gemeente Apeldoorn heeft de graven geruimd volgens de voorgestelde
methode van het Comité van Waakzaamheid. De gemeente heeft in september 2006
een convenant gesloten met het comité, waarvan Laurens
Dijkhof, teamleider begraafplaatsen Apeldoorn, de initiatiefnemer is. Het monument
werd ontworpen en
gerealiseerd door kunstenaar Tirza Verrips.
Tekst: Bert Pierik; foto: Saskia de Boer
GAST
AAN HET WOORD
Rouwzorg is toelaten van realiteit
Arthur Polspoel (1943) was parochiepastor
in het bisdom Breda en later docent pastoraaltheologie
en pastorale hulpverlening aan de Theologische Faculteit Tilburg. Hij
schreef boeken over rouwzorg en communicatie in de palliatieve zorg, houdt
lezingen en is al héél lang lid van De Terebinth.
Wat bedoelt u met rouwzorg?
Rouwzorg is toelaten van realiteit. Voor nabestaanden is de realiteit het
definitieve afscheid
van de overledene. Maar hoe doe je dat? Dat hangt onder andere af van
iemands levensbeschouwing of godsdienst. De denkwereld van overledenen en
hun nabestaanden heeft invloed op de wijze waarop men omgaat met het
verdriet en gemis. Die denkwereld komt soms heel goed tot uiting in de sfeer
en de verbeelding van rouw en afscheid op de begraafplaats. Mijn interesse
voor begraafplaatsen en monumenten is daarop gericht. Een (traditionele)
katholieke begraafplaats ziet er anders uit dan een protestantse en die weer
anders dan een Joodse.
Kunt U een voorbeeld geven?
Voor de traditionele katholiek zijn er twee werelden, die van de levenden en
die van de doden en die twee werelden beïnvloeden elkaar. Op een
rooms-katholieke begraafplaats zal op de (oudere) graven bijna altijd R.I.P.
staan: ‘Requiescat in Pace’ ofwel ’Rust in vrede’. Een gebedje dat de
nabestaande als bezoeker van de begraafplaats uitspreekt opdat de overledene
in vrede zal mogen rusten. Katholieken bidden voor de dode opdat de ziel van
de overledene in de hemel komt. In de Middeleeuwen konden nabestaanden
talrijke extra missen bestellen om Gods genade te beïnvloeden. Bovendien
kende de katholieke traditie, vooral in het volksgeloof, allerlei gebruiken
en rituelen die ervoor moesten zorgen dat de ziel van de overledene vooral
niet kon terugkeren naar het sterfhuis. Voorbeelden: het sluiten van de
luiken, het luiden van klokken en de dode via een speciale uitgang van het
huis wegdragen.
Anderzijds kan men ook een beroep doen op de invloed van mensen die al
overleden zijn
en waarvan de ziel in de hemel is. Denk aan patroonheiligen die bij allerlei
problemen de
levenden te hulp kunnen schieten.
Vergelijk dat met de joodse uitvaarten en begraafplaatsen. Voor joden geldt
dat als je je
houdt aan de joodse (goddelijke) wet, ga je naar de hemel. In principe een
‘beloning’ die
voor bijna elk mens is weggelegd. Alleen, de hemel gaat pas open bij de
komst van de Messias.
In afwachting daarvan rusten de overledenen in hun graven. Ze hebben hun
leven al
voltooid, het hemelse loon wacht, het eeuwige leven is al toegezegd. Daarom
noemen zij
hun begraafplaatsen ‘Huis van de levenden - beth hachajiem’. De gelovige
jood zal het een
gruwel vinden wanneer de grafrust om een of andere reden verstoord wordt.
Hun begraafplaatsen
behoren niet voor niets tot de oudst bewaarde in Europa. Vergelijk dat eens
met die
van katholieken en protestanten. De meeste daarvan zijn – althans buiten de
kerken - nog
geen 150 jaar oud.
En welke verschillen zijn er met de protestantse uitvaart en protestantse
begraafplaatsen?
De ontwikkelingsgeschiedenis van de uitvaart en van de begraafplaatsen van
protestanten
gaat terug naar de Reformatie. Luther zei het glashelder. God alléén gaat
over de vraag of
je wel of niet in de hemel komt. Vandaar geen uitbundigheid op de
begraafplaats of bij de
uitvaart. In de strenge reformatorische kerken zal men de nietigheid van de
mens benadrukken.
Een indrukwekkende omschrijving van deze sfeer is terug te vinden in het
bekende
boek van Siebelink Knielen op een bed violen.
Tekst: Jannes H. Mulder
Gevraagd:
bureaumedewerker Verenigingsbureau De Terebinth
Door het vertrek van de huidige bureaucoördinator zoekt onze vereniging
De Terebinth zo spoedig mogelijk een proactieve
bureaumedewerker. De bureaumedewerker is het visitekaartje van de
vereniging en het adres waar zowel leden als niet leden met vragen terecht kunnen.
De taken van de bureaumedewerker zijn:
- het geven van algemene informatie over De Terebinth en het
afhandelen van telefonische verzoeken om informatie
- het verwijzen van vragen naar regionale adviseurs of specifieke
deskundigen
- het afhandelen van inkomende en uitgaande post, inclusief email
-- het bijhouden van de ledenadministratie van de vereniging in overleg
en in samenwerking met de penningmeester en de secretaris
- het bijwonen van de bestuursvergaderingen
- het bijhouden van het archief
Van de enthousiaste kandidaat verwacht de vereniging daarnaast:
- een goede beheersing van de Nederlandse taal
- een tijdsinvestering van gemiddeld tien uur per week
- kennis van en ervaring met de gebruikelijke kantoor
computerprogramma’s, zoals MS Word en Excel
- bereidheid om bij afwezigheid een antwoordapparaat te gebruiken
- lidmaatschap van de vereniging
De bureaumedewerker krijgt naast een onkostenvergoeding een bescheiden
financiële tegemoetkoming. Daar hoort bij het kunnen beschikken over de
noodzakelijke faciliteiten.
Nadere informatie kunt u krijgen bij Liesbeth Vermeulen, de huidige
bureaucoördinator (bureau@terebinth.nl,
T 020-77 28 853),
of de voorzitter Harry Arkesteijn
(voorzitter@terebinth.nl,
T
040-20 70 636).
|
Terebinth, tijdschrift voor
funeraire cultuur
Inhoud december 2009
Dag
van de Doden in Mexico
De Mexicaanse viering van Allerzielen is wereldwijd erg populair en wordt al
sinds de jaren zeventig van de twintigste eeuw druk bezocht door Europeanen
en Amerikanen. De auteurs deden in oktober en november 2008 antropologisch
veldwerk in de plaats Oaxaca. Een verslag.
De dood is weer terug in de stad
Eén van de oudste in ons land nog aanwezige gedenktekens in ons land kent
vrijwel iedereen: de hunebedden. Begraafplaatsarchitect en actief
Terebinthlid Ada Wille vertelt over de manieren waarop Nederlanders vroeger
en nu met hun doden omgingen.
Uitslag fotowedstrijd
Wie heeft de mensen het beste verleid om een kijkje te gaan nemen bij de
begraafplaats
in de buurt?
En verder:
Graven op internet | Funeraire varia | Mens & Plek: Frans Renssen |
Boekbesprekingen | Verenigingsnieuws: Bert Pierik nam in Limburg deel aan de
excursie naar begraafplaatsen in Venlo, Tegelen en Ysselsteyn. Hij was onder
de indruk van de grote verschillen in funeraire cultuur
en sfeer. En een verslag van de bijeenkomst van regioadviseurs aan de rand
van Amersfoort.
Gast aan het woord:
Rouwzorg is toelaten van realiteit, Arthur Polspoel (zie deze
Nieuwsbrief).
|