Terebinth, Nieuwsbrief 18, september 2009


Nieuwsbrief Terebinth

nummer 18 september 2009 | 270 ex.


Nummer 19 verschijnt begin november 2009

n dit nummer
'Op deze koude steenen zal ik dikwijls komen
weenen (deel 4)
Bokje over... Izmir
Op funeraire vakantie naar Noord-Italië
Gast aan het woord:
Joyce Roodnat: Ik wandel het theater in
Korte Berichten


Hoe heeft de vorm van grafmonumenten zich in ons land ontwikkeld? Hebben de diverse stromingen in architectuur en kunstnijverheid hun sporen nagelaten op de graftekens, of is de uiterlijke vorm (mede) afhankelijk geweest van andere factoren? Dit is deel 4 van een serie over gedenktekens met het accent op de vorm.

Op deze koude steenen zal ik dikwijls komen weenen’ (deel 4)

Tekst en foto's: Rita Hulsman

De barok is in ons land nergens zo overvloedig aanwezig als op het beeldhouwwerk van praalgraven uit de tweede helft van de 17de eeuw. Vaak bleven de grondvormen van de klassieke bouwkunst, zoals zuilen, pilasters en kroonlijsten, gehandhaafd. Nieuw was, dat deze strenge vormen werden verlevendigd door grillig golvende lijnen en een stortvloed aan decoraties. Het verschil is te zien als we de praalgraven vergelijken van Willem van Oranje en Maarten Harpertszoon Tromp.

< Praalgraf van de zeeheld Maarten Harpertszoon Tromp in de Oude Kerk van Delft

Bij het vrijstaande praalgraf voor Willem van Oranje (1622) in de Nieuwe Kerk van Delft overheerst de stijl van de Hollandse renaissance, die gebaseerd was op de architectuur van de klassieke Oudheid. De decoratie van dit monument, een ontwerp van de Amsterdamse architect en beeldhouwer Hendrick de Keyser, is sober in vergelijking tot de barokke monumenten van latere datum.
Het wandmonument van Tromp in de Oude Kerk te Delft is van 1658. Hier wordt de overgang van renaissance naar barok zichtbaar. Het ontwerp is van architect Jacob van Campen, de man die de grondslag legde voor het Hollandse classicisme. Beeldhouwer Willem de Keyser, een zoon van de eerder genoemde Hendrick, vervaardigde het reliëf van de zeeslag waarin Tromp sneuvelde. Voor het overige beeldhouwwerk tekende Rombout Verhulst, afkomstig uit het Vlaamse Mechelen. Het was de eerste grote funeraire opdracht voor de man, die in de lage landen tot een van de bekendste beeldhouwers uit de periode van de barok wordt gerekend. Na het monument van Tromp kreeg Verhulst tal van opdrachten voor praalgraven, onder meer voor Willem II baron van Liere in de Nederlands-hervormde kerk te Katwijk (1663), voor Carel H. van In- en Kniphuisen in de Nederlands-hervormde kerk te Midwolde (1669), voor Adriaen Clant in de Nederlands-hervormde kerk te Stedum (1672), voor Michiel de Ruyter in de Nieuwe Kerk te Amsterdam (1681) en voor de gebroeders Evertsen in de Nieuwe Kerk te Middelburg (1683).
In Katwijk vormt een door wapenborden omlijste tekstplaat de achterwand. Daarboven een gevleugelde zandloper en de wapens van beide echtelieden, vastgehouden door cherubijnen. Op de voorgrond staat een tombe waarop twee figuren liggen: de overleden man is liggend afgebeeld, als een zogenoemde gisant. Achter hem bevindt zich het beeld van zijn toen nog levende echtgenote. De figuren op het praalgraf in Midwolde zijn op vergelijkbare wijze uitgebeeld.
De praalgraven zijn overvloedig versierd: putti, engelen en doodssymboliek, bloem- en bladmotieven, banderollen, kwastjes en zwierige krullen buitelen over elkaar heen. Bij de zeehelden zijn de monumenten eveneens voorzien van zeegoden, scheeps- en krijgssymbolen. Zoals in de Geschiedkundige beschrijving der Stad Amsterdam uit 1848 is opgetekend over De Ruyter: ‘met den bevelhebbersstaf in de rechterhand, rustende de linker op de borst, en het hoofd op een stuk geschut, zijnde aan het hoofd- en voeteneinde een Triton (zeegod) afgebeeld, (...) en boven ziet men een zeegevecht uitgehouwen en de Faam, ’s helds roem uitbazuinende.’

Praalgraf in de Hervormde kerk in Katwijk >

Bokje over... een kerkhof in Izmir

Wie veel reist is weinig thuis! Maar er zijn reizen die je toch soms weer even in de sfeer van thuis brengen. Zo is Turkije een favoriete vakantiebestemming voor mij. Niet zoals tienduizenden dat doen in een all-inclusive hotel aan het strand, maar gewoon met een huurauto op de bonnefooi het land door.

Een beetje voorbereiding is wel nodig, maar de verrassingen zijn groter dan de ontdekking  dat er ’s avonds een barbecue op het programma staat. Zo bezocht ik dit jaar een aantal kleine kerkjes in Capadocië en uiteraard ook enkele oude christelijke begraafplaatsen. Daar is over het algemeen weinig van over, maar het geeft toch een beeld van de rijke christelijke geschiedenis van Turkije.
In Izmir bezocht ik voor de derde keer de christelijke begraafplaats die hier in de 19de eeuw werd aangelegd. Aan een uitvalsweg, ver van de stad die destijds nog Smirna heette, legden de christelijke bewoners van de stad hun eigen begraafplaats aan. Het waren vooral de diplomatieke vertegenwoordigers en hun familie die hier gebruik van maakten. Ook christelijke reizigers en scheepslui die hier of onderweg overleden werden hier ter aarde besteld. Er liggen hier Amerikanen, Duitsers, Fransen en enkele Engelsen begraven. De naam Dutilh komt hier ook voor en verwijst naar een Nederlandse familie die handel dreef in Smirna. Maar er waren nog veel meer Hollanders in deze stad, die namelijk vanaf 1650 belangrijk was als handelspost. Het huidige Izmir is vandaag de dag ontegenzeggelijk Turks maar was tot 1923 was het een gemengde stad waar Grieken, Armenen, Turken, joden en andere volken naast elkaar leefden. De verschillende volken hadden er ook hun eigen begraafplaatsen. Zo was er een Griekse, een Armeense, een joodse begraafplaats en uiteraard ook islamitische begraafplaatsen. Veel van die oude begraafplaatsen zijn verdwenen, maar van één is er nog wat terug te vinden: het Nederlandse protestantse kerkhof in de wijk Alsancak.
Het Nederlandstalige bordje bij de ingang waarop te lezen valt dat hier de protestante kerk staat, geeft je even een onwerkelijk gevoel. En  achter het hek ligt toch echt een kerkhof. Dit is niet zo oud als men zou verwachten na het bekijken van de stenen die hier liggen. Er zijn er die uit 1663 dateren, maar deze werden in later eeuwen overgebracht van andere begraafplaatsen. Het lezen van de Nederlandse teksten op de marmeren grafmonumenten, in die kleine begroeide hof midden in de stad geeft even het gevoel thuis te zijn. Er liggen ook veel zerken met Latijns opschrift maar met onmiskenbaar Nederlandse namen. Het geeft een idee van de rijkdom die de Hollanders hier hadden opgebouwd.
Maar de realiteit is, dat het kerkje nu gebruikt wordt voor Griekse erediensten en dat de oppasser geen idee heeft van het erfgoed dat aan zijn voeten ligt. Het gebouw is tijdens de Grieks-Turkse oorlog in 1923 ter nauwer nood gespaard gebleven maar veel van het andere wat aan de Nederlanders herinnerde is verdwenen. Des te meer reden om het kleine stukje Nederland hier te koesteren… al was het maar om even weg te mijmeren bij een stukje Hollands glorie.
Tekst en foto: Leon Bok

Op funeraire vakantie naar Noord-Italië

Wie naar Noord-Italië gaat en belangstelling heeft voor funeraire cultuur mag de prachtige begraafplaatsen in Milaan, Genua en Turijn niet overslaan. Wij hebben onze vakantie er speciaal aan besteed. Er zijn echter ook kleine funeraire juweeltjes, waarvan velen geen weet hebben.
Het klooster Catarina del Sasso aan het Lago Maggiore, dat fotogeniek tegen de rotsen ligt geplakt, is alleen per boot bereikbaar. Er zijn prachtige oude fresco’s, een fragment van een dodendans met komische taferelen en een zeer beschilderd kerkje met daarin de oorspronkelijke kluis. Kluizenaar en stichter Bernardo Benozzi († 1203) ligt er als aangekleed skelet in een glazen kist.
In Milaan ligt 500 meter achter de zeer witte en zeer gotische Duomo de Chiesa San Bernardino alle Ossa, waar  de wanden
in de knekelkapel in 1652 werden versierd met duizenden botten en honderden schedels van een geruimde begraafplaats.
Voor meer foto’s: zie de rubriek Fotografie – Italië.

Tekst en foto's: Rindert Brouwer en Jeannette Goudsmit

 GAST AAN HET WOORD

Ik wandel het theater in

Joyce Roodnat heeft haar rubriek Aan de wandel in de bijlage Leven &cetera van
NRC Handelsblad. Honderden wandelingen zijn inmiddels gebundeld in drie boeken,
het laatste onder de titel ‘Ik wandel dus ik besta’. Zij had me door de telefoon verteld
dat ze meer wandelt dan aan begraafplaatsen doet. Een week later kom ik na een
barre fietstocht aan bij het café waar we hebben afgesproken. Opeens staat ze voor
me. Zij moet een regenpak hebben, want niets aan haar uiterlijk verraadt dat het
buiten stormt en regent. Ik bestel koffie met een glas water en een cappuccino.

Is wandelen inderdaad uw passie?
Voor NRC Handelsblad wandel ik nu alweer acht jaar. Iedere woensdag bepalen we wáár we
naar toe gaan en zaterdag trekken we erop uit. Vijftien kilometer in puur natuur in Nederland,
maar ook wel door de Voerstreek in België. Onderweg maak ik wat aantekeningen en
zondagochtend schrijf ik mijn stukje voor de krant. Iedere week weer, tenzij mijn moeders
verjaardag op een zaterdag valt. Denk vooral niet dat ik het voor de sport of voor mijn gezondheid
doe. Wandelen is voor mij kijken. Naar een vogel op een tak, een slak op een steen
of naar de vroegbloeier in de berm. Bij een verroest kruis ingegroeid in de bast van een
boom, sta ik graag stil. Ik wandel of beter gezegd, ik verwandel mij binnen een voorstelling
van een theater. Tijdens mijn kortstondige ontmoetingen onderweg zie ik mijzelf de voorstelling,
het theater instappen. Ben even toeschouwer van mijn eigen tafereel om er daarna weer
uit te stappen en door te lopen. Ik ben een romanticus en het moet te maken hebben met
mijn nog veel grotere passie, de film.

Voelt u zich dan ook tot romantische begraafplaatsen aangetrokken?
Daar kan ik niet zomaar een eenduidig antwoord op geven. Père Lachaise in Parijs met de
platgetreden laantjes en al die beroemde grafmonumenten, daarmee heb ik weinig affiniteit.
Iets te veel cultus en toeristen lijken vooral zichzelf te strelen en te vertederen. Maar toch
heb ik zelf de in 1957 overleden schrijver Lampedusa van De Tijgerkat op de begraafplaats
in Palermo opgezocht. Wat me vooral trof waren de oude vrouwen, bezig de graven op te
poetsen. Ik heb ook in de omgeving van Sint Petersburg gewandeld, je kwam dan toevallig
langs een begraafplaatsje, met een krullerig ijzeren hekje rond elk graf, dat zo net een
ouderwetse wieg leek. Die roerende beelden vergeet ik niet meer. De dodenakkers in het
noorden zijn mij lief. Ik lees de namen en de datum op de zerken. Op Terschelling staat op
de zerken soms een scheepje. En stukje bij beetje zie je de hele familie liggen, ben je aan het
uitrekenen hoe oud de jongste moet zijn geweest. Ik kijk op mijn manier en schets daarvan
een beeld in mijn stukjes in de krant. Verwacht van mij vooral geen routekaart.

Zou u van een begraafplaats een openbaar wandelpark willen maken?
Overal kan je wandelen dus waarom ook nog op begraafplaatsen? Een begraafplaats
is geen park, ik denk dat ik daar dus niet voor zou voelen. Laatst zag ik een beschadigde
motorfiets naast een graf opgesteld staan. Waarom moest ik geconfronteerd worden met een gewelddadige dood? Het liefst kom ik een kleine klassieke begraafplaats per toeval onderweg tegen, zo bewaar ik goede herinneringen aan een toevallig bezoekje aan een begraafplaatsje in Noord-
Groningen. Pure schoonheid, dat is wat ik dan ervaar.
Jannes H. Mulder

KORTE BERICHTEN
 AGENDA

12 oktober 2009
Terebinth-excursie: begraafplaatsen Venlo, Tegelen en Ysselsteyn

De excursie gaat namelijk naar de algemene begraafplaatsen in Venlo en Tegelen en de Duitse oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn. In Venlo en Tegelen zijn onder andere veel graven van keramiek te vinden. De oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn is met ruim 31.500 graven de grootste van Nederland. Ter vergelijking: op de oorlogsbegraafplaats in Margraten bevinden zich ruim 8000 graven. Meer informatie: Excursie Noord-Limburg

Tot en met 13 december
De dubbelzinnigheid van het einde

Het Nederlands Uitvaart Museum Tot Zover
presenteert een serie installaties van
de Griekse kunstenaar Tania Theodorou.
Zij onderzoekt hierin de dubbelzinnige
betekenis van het begrip ‘het einde’. De
kunstenaar maakt gebruik van objecten
uit de collecties van het museum en van
twee privéverzamelaars. Bestaande objecten krijgen zo een nieuwe context.
Meer info:
Uitvaartmuseum Tot Zover

Van 16 oktober tot en met 16 februari 2010
De afscheidsmonologen
Ontroerende, verrassende en humoristische verhalen over de dood
Dit is een nieuwe voorstelling in de succesvolle monologenreeks. Na De Vagina Monologen, De Gesluierde Monologen en Het Goede Lichaam zijn er nu De Afscheidsmonologen: ontroerende en originele monologen over de dood. Gebracht door acteurs en BN-ers die iedere avond in wisselende bezetting hun opwachting maken. Rian Gerritsen is het vaste gezicht. Elke avond is het een verrassing welke twee gastrolspelers er verder op het podium staan. De schrijvers van De Afscheidsmonologen zijn onder meer Kees van Kooten, Sara Kroos, Nilgün Yerli, Judith Herzberg, Cornald Maas en Gijs Scholten van Aschat.
Het aftakelingsproces, rouwverwerking en het leven na de dood komen aan bod, maar ook onderwerpen als modeverschijnselen en rituelen rond de dood. Het is niet allemaal pijn en verdriet wat de klok slaat, de Afscheidsmonologen zijn soms ook hilarisch – er kan en mag om de dood gelachen worden.
In diverse theaters, zie:
Borsttheaterproducties.

Tips voor de agenda, stuur een mailtje naar Agenda Terebinth 

Op lemen voeten 'over de zoden'

Het laatste nummer van Op lemen voeten is een must voor liefhebbers van funerair erfgoed en wandelen. Richt de Terebinth zich op alles 'onder en boven de zoden', het tijdschrift voor wandelaars wijdt een special aan 'over de zoden'.
Bij het maken van deze special werkte OLV nauw samen met de Vereniging de Terebinth, de experts bij uitstek op het gebied van funeraire cultuur.

Het resultaat is een prachtig vormgegeven tijdschrift met boeiende verhalen over begraafplaatsen in Nederland (Zwolle, Jorwert en Kennemerland) en
Europa (Wenen, Père Lachaise en Wales) en enkele interessante achtergrondverhalen (Elke begraafplaats zijn eigen verhaal en De dood weer terug in de stad). Een speciale vermelding verdient de fraaie fotografie. Na het lezen van Over de zoden wil je nog maar een ding: de wandelschoenen aan en op pad!
Op lemen voeten is verkrijgbaar in de boek- en tijdschriftenhandel en kost € 6,25.

In memoriam Kees Florie
De afgelopen weken zijn we er vele malen langs gereden op weg naar Beverwijk: Het geluidsscherm lang de autoweg bij Amstelveen dat werd ontworpen door architect Kees Florie. Kees was samen met zijn Marianne vanaf het begin een gewaardeerde deelnemer aan de funeraire reizen die onder auspiciën van vereniging De Terebinth worden gehouden. Vorig jaar werd bij hem keelkanker geconstateerd. Hij herstelde na een zware operatie en nam toch weer deel aan de reis naar Parijs van dit jaar. Ondanks zijn handicap -  hij kon slechts uiterst moeilijk praten en communiceerde veel met briefjes - genoot hij duidelijk waarneembaar met volle teugen. Hij had zich alweer voor de reis naar Schotland in 2010 opgegeven, toen bij hem opnieuw kanker werd geconstateerd. Hij maakte met Marianne nog plannen om eind september naar Rome en Florence te gaan, maar tijdens zijn bezoek aan zijn zoon in Denemarken is hij op 5 september 2009 onverwacht snel overleden.
We herinneren hem als een aangename, rustige, plezierige, vriendelijke, onopvallende en daarom voor ons opvallende medereiziger, die we zeker zullen missen.
Wij wensen Marianne en kinderen heel veel sterkte.
Bestuur De Terebinth

WORD LID VAN DE TEREBINTH

De Terebinth, vereniging voor Funeraire Cultuur, streeft naar behoud van en aandacht voor waardevolle begraafplaatsen en grafmonumenten. De vereniging organiseert excursies en geeft ook een tijdschrift en een digitale nieuwsbrief uit. Voor € 22,50 per jaar steunt u De Terebinth.
Aanmelden


 

 

 

 

 


Funeraire reis naar Schotland

Van 2 tot 9 mei 2010 leiden Rindert Brouwer en Jeannette Goudsmit een achtdaagse funeraire reis naar Scotland onder het motto Go to grass.
Dit motto is gekozen omdat Britten, ook Schotten, traditioneel en behoudend zijn en hun grasperken cultiveren. Deze eigenschappen zijn terug te vinden op de begraafplaatsen. Het zijn dodenweitjes rond een kerk of een abdij met verweerde graftekens.
Go to grass is zelfs synoniem geworden voor sterven.
Alle informatie over de reis is te vinden op www.atelier-terreaarde.nl in de rubriek Funeraire reizen.

Terebinth in actie: Limburg
Stichting Funerair Erfgoed Limburg (SFEL) heeft de laatste tijd onder andere het kerkbestuur in Kessel geadviseerd over een aantal oude brokstukken van kruizen die men is tegengekomen bij het afgraven van een talud aan de Maas. Afgaande op de inscripties komen deze vermoedelijk uit de 17de eeuw. SFEL heeft geadviseerd ze te restaureren en vervolgens museaal op te hangen tegen de achter de kerk gelegen kasteelmuur. Dit advies is door het kerkbestuur overgenomen.
SFEL is ook samen met de Stichting Behoud Religieus Erfgoed Meerssen bezig om de protestantse begraafplaats aan de Korte Raarberg in Meerssen te laten opnemen op de gemeentelijke monumentenlijst. Momenteel verkeert deze bijzondere begraafplaats met vele prachtige grafstenen in deplorabele toestand en hiermee wordt hopelijk voorkomen dat een belangrijk stuk erfgoed verloren gaat. Inmiddels heeft de gemeente toegezegd het achterstallige onderhoud weg te zullen werken en de toegankelijkheid van de begraafplaats te verbeteren.

Zomaar onderweg

Op weg van Salzburg naar de Tauerntunnel kom je langs Bockstein. Het dorp ligt al aardig in de bergen op nog maar een paar kilometer van de tunnel. Aan de voet van een steile rotswand ligt de dorpsbegraafplaats, die opvalt door twee zaken.
In de eerste plaats heeft het voor de omvang van het dorp een opvallend grote aantal graven en  monumentjes uit de Tweede Wereldoorlog. De graven staan keurig in strakke rijen met kruizen in grijs graniet. De monumentjes zijn van hout met een klein zinken dakje. Onder de namen staan vermeldingen als gestorven in Rheinland, in Rusland, in Ungarn enz. Er zijn in totaal minstens 200 personen begraven of worden herdacht via zo’n houten monumentje.  Deze monumentjes zijn op veel plaatsen in Oostenrijk te vinden.
In de tweede plaats valt het robuuste monument op voor de 93 arbeiders die tussen 1903 en 1909 omkwamen bij de aanleg van de Tauerntreintunnel. Het monument zal de tand des tijds veel beter doorstaan dan de kleine houten gedenktekens. In het midden in het venster staat een gevleugelde urn. Daarboven het opschrift “Dem Andenken der während des Baues der Tauernbahn verstorbenen Arbeiter“.
Boven op de rotspunt staat een prachtig Mariakerkje uit 1765 met aan de voet daarvan het dorp dat voor twee zaken grote offers heeft moeten brengen.
Paul Stoffels

Pestomgang in Hattem

De Pestomgang met een priester die voor de lijkkist loopt en daarachter de Dood en een stelletje pestlijders. Met ratels en het luiden van de doodsklok trok een kleine groep, waaronder verschillende leden van de Terebinth, door Hattem. Op een
zo realistisch mogelijk wijze werd de begrafenis van een slachtoffer van de pest nagespeeld.
Wim Vlaanderen

TEREBINTH GAAT NAAR VLAANDEREN

Het
juninummer 2010 wordt een Vlaanderen-special. In dit speciale nummer staan de dodenakkers en de funeraire cultuur bij onze zuiderburen centraal. Tips voor bijzondere begraafplaatsen en foto's zijn welkom. Naast het 'papieren' nummer verschijnt er een Vlaanderen-pagina op de Terebinth-site. Reacties naar: Nieuwsbrief Terebinth

 

Colofon
Terebinth Nieuwsbrief is een uitgave van De Terebinth, vereniging voor Funeraire Cultuur en wordt uitgeven onder verantwoordelijkheid van Terebinth, tijdschrift voor funeraire cultuur.
De redactie nodigt de lezers uit om te reageren op deze Nieuwsbrief.
Adverteren in de Nieuwsbrief
: nieuwsbrief@terebinth.nl
Redactieadres: nieuwsbrief@terebinth.nl

Aanmelden voor Nieuwsbrief
Afmelden
voor Nieuwsbrief