Terebinth, Nieuwsbrief 16, juni 2009

Nieuwsbrief Terebinth

nummer 16 | juni 2009 | 290 ex.


Nummer 17 verschijnt medio september 2009.

In dit nummer
Op deze koude steenen zal ik dikwijls komen weenen
Bokje over... the ocean
'Paris perpétuel’, voor eeuwig in Parijs
Tour des Cimetières door Drenthe
Paracelsus, beroemd arts en theoloog
Gast aan het woord: 
De Memomentjes van Jeannette Goudsmit

Korte Berichten
Nieuw: Boekbesprekingen


Hoe heeft de vorm van grafmonumenten zich in ons land ontwikkeld? Hebben de diverse stromingen in architectuur en kunstnijverheid hun sporen nagelaten op de graftekens, of is de uiterlijke vorm (mede) afhankelijk geweest van andere factoren?

Dit is deel 3 van een  serie over gedenktekens met het accent op de vorm.
 

Op deze koude steenen zal ik dikwijls komen weenen’ (3)

De Romaanse grafstenen of sarcofaagdeksels buiten beschouwing gelaten, stammen de oudste zerken in Nederlandse kerken uit de 12de tot en met de 15de eeuw. Verreweg de meeste liggen op graven van geestelijke en adellijke personen: priesterzerken en wapenzerken. Ze zijn in gotische stijl uitgevoerd, herkenbaar aan elementen als spitsbogen, pinakels, drie- en vierpassen en een randschrift in gotische belettering. Ook de vier evangelistensymbolen in de hoeken en afbeeldingen van personen ten voeten uit kwamen in deze periode regelmatig voor. Op priesterzerken is meestal een miskelk te zien.

Op zerken van adellijke personen zijn fraai versierde familiewapens aangebracht. Een mooi voorbeeld van een gotische steen is de zerk uit 1461 in het Zuid-Hollandse Abbenbroek. Binnen de omlijsting is een gotische kapel afgebeeld, waarin een geharnaste ridder geknield de zegen van de priester ontvangt. Boven het hoofd van de ridder houdt een engel diens wapen vast. In de omlijsting is een gotisch randschrift opgenomen met wapens in de vier hoeken. De priester met miskelk en de engel zijn onmiskenbare verwijzingen naar het katholieke geloof.
Na 1500 maakte de gotische stijl plaats voor de renaissancestijl, die de klassieke Oudheid tot voorbeeld nam. Dat uitte zich onder meer in architectonische elementen als zuilen en tempelfront, en decoraties in de vorm van rolwerk, mascarons (groteske mensen -of dierenkoppen), leeuwenkoppen en vogels. Aanvankelijk ingetogen, zoals de uit 1570 daterende steen die in het Limburgse Elsloo in de muur van de grafkapel van de grafelijke familie De Geloes is gemetseld.
Later komen er meer motieven bij, zoals medaillons, rank- en bladwerk en putti. Eind 16de, begin 17de eeuw werd de decoratie theatraler, met spiralen en krullen: de overgang naar de barok. Ter illustratie een grafsteen uit 1652 voor de magistraat van Bergen op Zoom. Twee putti houden de bovenste cartouche met wapenschilden vast. Op de onderste cartouche zitten een putto met doodshoofd (links), en een bellen blazende putto (rechts), aan de onderkant bevindt zich een zandloper - symbolen voor de vergankelijkheid. Dergelijke symbolen komen overvloedig voor op zerken van na 1570, toen het protestantisme de heersende godsdienst werd. Zeis, vleermuis, omgekeerde fakkel en de Dood wezen op het ‘Memento Mori’ (‘Gedenk te sterven’). Ook teksten als ‘Heer wil door dees Doodt/ Ons alle Sterven leeren’ wezen daarop. Natuurlijk waren lang niet alle stenen zo rijk uitgevoerd, bij veel zerken beperkte men zich tot een wapenveld of een inscriptie.
Tekst en foto's: Rita Hulsman


Bokje over... the ocean!

Voorbeeldig in syn leven heeft hy
de welvaart van Landt en Kerk
bevorderd; en in zijn laatste Uuren
(die hy met lydsaamheyd heeft
vervult) syn geest Godt aanbevolen
in de hope van een salige Opstandinge.

Een doodgewone tekst die je in menig kerk in ons land zou kunnen aantreffen. Maar daar vond ik deze tekst niet. De stèle van Peter Lefferts, waar deze tekst op te vinden is, staat namelijk in Flatbush, midden in Brooklyn, New York. Het kerkhof waar Lefferts in 1791 begraven werd, behoort tot de ‘Reformed Protestant Dutch Church of Flatbush’. Het dorp ooit bekend als Midwout, gelegen in het Vlackebos, ontstond in 1651 als dorp van Nederlandse kolonisten in de streek die Breukelen werd genoemd. Toen de Engelsen het hier voor het zeggen kregen, veranderden de namen Breukelen in Brooklyn en Vlakbos werd Flatbush. De Nederlandse invloed bleef tot in de 19de eeuw sterk voelbaar. Aan het eind van de 19de eeuw overgroeide Brooklyn City het kleine dorp en werd het onderdeel van een miljoenenstad. Van het kleine dorp rest alleen het kerkje met het kerkhof. Daar staan nog veel typische 18de-eeuwse grafmonumenten in de chocoladebruine zandsteen die uit het nabije New Jersey werd gehaald. Hoewel deze steen slechte eigenschappen heeft, zijn veel stenen nog goed leesbaar. Teksten in het Oudnederlands en namen als Van der Veer, Suydam en Van Beuren maken de geschiedenis goed zichtbaar. In de tweede helft van de 18de eeuw was het in veel kerken gedaan met de kerkdiensten in het Nederlands en verdrong het Engels de eigen taal. Dat is ook goed te zien op de grafstenen. Op grafmonumenten van rond het begin van de 19de eeuw zijn er nauwelijks nog Nederlandse teksten te vinden en daarna is het allemaal Engels. Maar aan veel achternamen is de afkomst van de overledenen nog goed af te lezen. Sommige namen werden op Engelse wijze uitgesproken en veranderden ook op schrift: Vanderbilt, Lawrence en Dewitt zijn slechts enkele voorbeelden.
Het is jammer dat men in de 19de eeuw overging op het gebruik van een witte marmersteen voor de grafmonumenten. Deze bleek weliswaar minder gevoelig voor breuk en schilfering maar niet voor verwering door weer en wind. Veel teksten op deze stenen zijn dan ook nauwelijks meer te lezen. Eind 19de eeuw was het vaak gedaan met het begraven op deze kerkhoven en week men uit naar nieuwe, grotere begraafplaatsen. Zo’n begraafplaats is bijvoorbeeld Green Wood Cemetery in Brooklyn. Het is een grote begraafplaats (150 ha), aangelegd in 1838, waartussen de Nederlandse namen nauwelijks meer terug te vinden zijn. Wel werden graven en grafmonumenten van verschillende gesloten kerkhoven hier naar toe over gebracht. Het hoofd van de afdeling die verantwoordelijk is voor de conservatie en monumentenzorg op de begraafplaats, excuseert zich vooraf voor het feit dat hij niet weet of de teksten die hij ons gaat laten zien inderdaad in het Nederlands zijn. Hij spreekt alleen Engels en kent geen andere talen. Maar enkele grafmonumenten zijn daadwerkelijk in het Nederlands en die vertaal ik voor hem. Hij is er wel trots op en we krijgen spontaan een rondleiding langs de pracht en praal van deze immense begraafplaats.
Ook buiten New York, meer naar het Noorden zijn nog veel oude kerkhoven te vinden waar heel wat Nederlandse grafmonumenten voorkomen. Langs de Hudson, enkele kilometers van de rivier, stichtten de Nederlanders plaatsjes als Kipbergen, Wiltwyck, Beverwijck en Beekmansdorp. Meestal hebben die dorpjes nu een Engelse naam, maar op de kerkhoven verraden Nederlandse teksten de oudste geschiedenis. Zo vinden we in Kingston, dat ooit Wiltwyck heette, een kerk die in 1752 gebouwd werd door Nederlandse families. Hun namen staan nog in de kerkmuur gegrift. Op het kerkhof staan wederom veel oude grafmonumenten met zelfs enkele vroeg 18de-eeuwse grafmonumenten. Deze zijn zeer rudimentair en tonen een duidelijk gebrek aan goede steenhouwers. Dat ze van Nederlandse herkomst zijn blijkt bijvoorbeeld uit het opschrift ‘Familie Van Wijk Ano 1724’. Verder komen hier namen voor als Swart, Smedes en Viele, waarvan sommige nog gewoon in het telefoonboek van Kingston te vinden zijn.
Dit stuk Nederlandse historie krijgt extra aandacht, nu dit jaar gevierd wordt dat  Henry Hudson de later naar hem vernoemde rivier opvoer. De tocht van Hudson markeerde het begin van enkele decennia van Nederlandse kolonisatie die tot op vandaag sporen heeft nagelaten in Amerika. Dat veel van die sporen zich juist manifesteren in de funeraire cultuur is weet nog lang niet iedereen, maar daar zal wellicht in de komende tijd verandering in komen. Waar anders vind je tenslotte zoveel prachtige 18de-eeuwse grafmonumenten van gewone lieden van Nederlandse afkomst? Dat gegeven alleen al is de moeite waard om er meer over te weten te komen. Het is wel aan de andere kant van de oceaan, maar als je over die kerkhoven loopt is het net of je thuis bent.
Tekst en foto: Leon Bok


'Paris perpétuel, voor eeuwig in Parijs

Dat was het motto van de vierdaagse funeraire reis naar Parijs onder leiding van Rindert Brouwer en Jeannette Goudsmit, die plaatsvond van 16 tot 19 april jongsleden.

Wie sterft in Parijs, mag in Parijs begraven worden en kan daar kiezen voor een concession perpétuelle, een eeuwigdurend grafrecht. Dan rust je voor eeuwig in Parijs: Paris perpétuel.
Het doel van de reis was overigens niet om er te sterven, maar om er begraafplaatsen te bezoeken. Op de eerste plaats de vier beroemde begraafplaatsen, verdeeld over noord (Cimetière de Montmartre), oost (Cimetière de Père Lachaise), zuid (Cimetière de Montparnasse) en west (Cimetière de Passy); het zijn de meest interessante, bezoek- en bezienswaardige begraafplaatsen. Maar ook het oude Parijs op het Île de la Cité en het moderne Parijs in La Défense werden bezocht, want deze stadsdelen bieden naast hun opmerkelijke architectuur ook funeraire bezienswaardigheden.
Naast al het funeraire was er ook aandacht voor het leven: de levendige wijk rond het hotel bij het Gare du Nord, een sightseeing tour langs de bekende hoogtepunten van Parijs en een vrije middag, waarop ieder de kans had dat te doen in Parijs wat hij altijd al wilde.
Tekst: Rindert Brouwer. Foto: Jeanette Goudsmit

Reisgids
De reisgids Paris Perpétuel is te bestellen voor € 17,50 (inclusief verzendkosten) bij Rindert Brouwer

Tour des Cimetières door Drenthe

Op 28 april jongstleden nam ik wederom deel aan Tour de Cimetières. Ofwel aan een busreis, georganiseerd door Arriva Touring in samenwerking met de Stichting Oude Drentse Kerken en de Stichting Oude Groninger Kerken. We bezochten die dag ondermeer de Joodse begraafplaats te Assen, de bijzondere begraafplaats van Veenhuizen, het zogenaamde vierde gesticht en de oude en nieuwe begraafplaats te Eelde.


Op de Joodse begraafplaats in Assen trokken twee monumenten mij aandacht: het eerste ter herinnering aan de naamloze overleden uit het kamp Westerbork en het tweede ter nagedachtenis aan de 500 weggevoerde joodse Assenaren.
Het bezoek aan Veenhuizen vond ik heel speciaal. Ik heb altijd veel gehoord over Veenhuizen als
dwangkolonie, rijkswerkinrichting en gevangenisdorp, maar was er nooit geweest. De naamborden van de diverse gebouwen en huizen zijn al zeer opvallend: Werk en Bid, Huis en Haard, Plichtgevoel, en Werken is Leven om maar een paar te noemen. Er was sprake van rangen en standen, wat zowel aan de woningen als op de begraafplaats te zien is. De ambtenaren en hun gezinnen werden niet bij de verpleegden maar op een apart gedeelte begraven. Tot 1975 werden verpleegden, anoniem en zonder enige vorm van registratie begraven. Op een ogenschijnlijk leeg veld liggen meer dan 10.000 mensen begraven. Er is ook duidelijk aangegeven wie katholiek was (klein bordje met RK er op) en wie protestant. (NH staat er dan op het bordje). Naast de vaste bewoners zijn vele Belgische vluchtelingen uit de Eerste Wereldoorlog hier ter aarde besteld. Tot slot wil ik de nieuwe groene begraafplaats te Eelde vermelden met het graf van Jan Pelleboer, de weerman, die in 1992 is overleden.
Ik vond het een bijzondere dag omdat onze gidsen ons ook het nodige over het Drentse landschap konden vertelden. Als extraatje konden we nog een aantal grafstenen in de mooie oude kerk van Vries (12de eeuw) bekijken.
Het deed mij wederom goed dat zo velen geïnteresseerd zijn in ons religieus erfgoed en dat niet alleen zeven Terebinthers van deze dag genoten, maar ook nog 43 anderen. Gelukkig herhaalt Arriva Touring deze tocht 14 juli. Daarnaast organiseert Arriva Touring nog diverse andere tochten deze zomer in samenwerking met eerder genoemde stichtingen. Van zowel de joodse begraafplaats te Assen, de bijzondere te Veenhuizen als het graf van Pelleboer kunt u het een ander lezen op de website van Stichting Dodenakkers.
Tekst: José Hageman. Foto’s: Antoine Fonville

Stichting Oude Groninger Kerken

 TEREBINTH OP REIS
Paracelsus, beroemd arts en theoloog

Onderweg van Salzburg naar de Tauern-autotreintunnel kom je (bijna) langs het dorpje Badbruck. Daar staat onverwacht een mooi kerkje uit het einde van de 14de eeuw met prachtige fresco's en epitafen. Rond het kerkje ligt een klein kerkhof met eeuwenoude grafzerken waarvan de teksten niet meer te ontcijferen zijn. En daar tussenin staat een wat moderner manshoog monument.

Philippus Aureolus Theophrastus Bombastus von Hohenheim is in 1493 of 1494 geboren bij Einsiedeln (Zwitserland), Hij stond beter bekend onder de naam Paracelsus, was een beroemd, maar controversieel arts en theoloog. Over het leven van Paracelsus is weinig bekend. Des te talrijker zijn de legendes. Een groot deel van de biografische gegevens waar men wel over beschikt, is afkomstig uit het voorwoord van zijn boek: Die große Wundartzney (Het grote chirurgieboek).
Van kinds af aan onderwees zijn vader, de arts Wilhelm Bombast von Hohenheim, hem in de geheimen der natuur. Daarnaast noemde hij voornamelijk geestelijken en alchemisten als zijn leraren. Hij schijnt verschillende universiteiten in Duitsland, Frankrijk en Italië te hebben bezocht en rond 1515 in Ferrara de dokterstitel te hebben verworven. Hij was de 'vader'  van de moderne geneesmiddelenbereiding en behandelde in Bazel de boekdrukker Johannes Froben, een van de intimi van Erasmus van Rotterdam, voor een aandoening van zijn rechterenkel. Zijn artsen wisten er geen raad mee en er was zelfs sprake van het amputeren van het been. Paracelsus wist hem te genezen.
Na wat omzwervingen woonde hij lange tijd in Salzburg, waar hij op 24 september 1541 overleed. Daar bevindt zich zijn graf op het Sebastianasfriedhof, maar die Campo Santo is pas na zijn dood aangelegd. Inwoners van Badbruck, zeggen dat hij eerst daar begraven is, reden waarom ter herinnering bijgaand monument is geplaatst. Badbruck ligt vlak bij het beter bekende Bad Gasstein. Het eeuwenoude kerkje en de begraafplaats zijn best een ommetje waard.
Tekst en foto: Paul Stoffels


 
GAST AAN HET WOORD

De Memomentjes van Jeannette Goudsmit

Haar man Rindert Brouwer toont de nieuwste gids voor de zoveelste reis, deze keer naar begraafplaatsen in Parijs. Over een paar weken is het weer zover. Met ruim dertig belangstellenden gaan ze op weg naar ondermeer Père Lachaise. Rindert vertrekt naar de andere kamer. Jeannette en ik zitten aan tafel. Op de schoorsteenmantel ligt iets dat direct mijn aandacht trekt. Een boek zonder pagina’s. Op de buitenkant zijn een collage van papier en een paar vage foto’s aangebracht. Aan beide binnenkanten van de boekband zijn beschilderde lucifersdoosjes geplakt.

Wat is dit precies?
Ik noem het Memomentjes, een samentrekking van monumentje en memorie en zo je wilt ook nog van momentje: een mo(nu)mentje ter memorie. Deze is van mijn overleden moeder. In de laatjes kun je een trouwring, een haarlok, een onderscheiding stoppen en als je wilt, zet je het zo weg in de boekenkast. Een privé huismonument. Ik wilde er meer maken maar ik wil zoveel!

Wat deed je vroeger?
Ik was tot enkele jaren geleden ziekenhuismaatschappelijk werker. Een prachtig beroep, maar achteraf had ik misschien de kunstacademie moeten doen. Zo ontwerp ik al een tijdje rouw- en condoleancekaarten. Ik boetseer al vijfentwintig jaar, maar nu wil ik een paar urnen maken, een prototype is al klaar. En dan doe ik ook nog een Adobe Photoshopcursus, houd met Rindert onze website atelier-terreaarde bij en mijn eigen site arcadiadrome en niet te vergeten, ik wil ook nog schilderen en boetseren met ons kleinkind. Kijk, deze foto - ondertussen pakt ze een dikke ordner - is een collage. Ik combineer stukjes foto van graven en probeer er dan iets moois van te maken. Ik wil met mijn duizenden foto’s iets kunstzinnigs doen, er scheppend mee bezig zijn.

Duizenden foto’s? Waarvan dan allemaal?
In de afgelopen vijftien jaar heb ik ruim twintigduizend foto’s van begraafplaatsen gemaakt. Heel veel op onze buitenlandse reizen naar Berlijn, Milaan, Nice en Wenen. Het zijn de details die me nieuwsgierig maken. Als we in Praag over de Olszany begraafplaats wandelen, vraag ik me af wat in Praag de gewoontes zijn. En steeds meer wil ik weten hoe we in de moderne hedendaagse grafkunst het drama in beeld tegenkomen. Gaan we door met die vreselijke glimmende gegolfde marmeren zerken of staan er kunstenaars met goede ideeën keer ziet een begraafplaats met sterk op elkaar lijkende stenen er aanvankelijk vreselijk uit maar als je beter kijkt, verrassen je opeens toch kleine persoonlijke toevoegingen. Dát leg ik dan vast. Ik werk al jaren met digitale fotomapjes met thema’s zoals het thema artificiële grafbloemen, kunstbeesten, grafbeelden waarvan het hoofd is afgebroken, stenen met grappige teksten of met taalfouten. Een map met alleen maar handen en voeten.

Je zoekt op de begraafplaats het bijzondere, het originele?
Ja, eerst dachten buitenstaanders dat het een morbide hobby van me was. Maar al snel ontwikkelden ze na enige uitleg oog voor het persoonlijke, voor kleine snuisterijen rond het graf die heel roerend kunnen zijn. Maar zelf wil ik er vervolgens ook creatief mee aan de slag. Vandaar de cursus Photoshop om digitaal nog mooiere collages voor rouwkaarten of om foto’s voor aan de muur mee te maken. Of om van het mapje funeraire humor een boekje in eigen beheer uit te geven. Kortom, ik kom altijd tijd tekort.
Jannes H. Mulder


 FOTOWEDSTRIJD 2009
Begraafplaats in de buurt
 
| Beukenpoorten in de regen en detail grafmonument op de Gemeentelijke Begraafplaats aan de Groene Zoom in Marknesse (Flevoland).
Foto: © Bert Pierik

Ook dit jaar organiseert De Terebinth een fotowedstrijd. Dit jaar nodigt de redactie u uit in uw eigen omgeving op zoek te gaan. We vragen u:
- twee foto’s digitaal op te sturen
- van een begraafplaats of kerkhof bij u in de buurt (binnen een straal van 50 km van uw woonplaats)
- het mag gaan om de ingang, monumenten, een boom of wat u maar wilt
- als de twee foto’s in combinatie maar een aansprekend beeld geven en andere mensen uitnodigen er ook eens een kijkje te nemen. Het hoeft niet persé om funerair erfgoed te gaan.
- De sluitingsdatum voor inzending is 1 oktober 2009 en
- bij de inzending van de foto geeft u uw eigen naam, adres inclusief mailadres op plus de naam en plaats van de locatie waar beide foto’s zijn genomen. Een korte toelichting op de foto mag.
Inzendingen naar: fotowedstrijd@planet.nl

KORTE BERICHTEN
 AGENDA

 tot 12 juli
Rouw- Kunst van het verliezen

In de hoofdruimte van de Krabbedans te Eindhoven loopt de tentoonstelling ‘Kunst van het verliezen’. Jonge kunstenaars en vormgevers laten zien hoe zij omgaan met dood, rouwverwerking, herinnering en de viering van het leven. De Flexpo-ruimte presenteert ‘De Toekomst van de Dood’, een project over interculturele uitvaartrituelen.

 Tot en met 28 augustus
In het Historisch museum Haarlem
de tentoonstelling ‘Lief en Leed in
Haarlems Groen’. Over Bolwerken,
Begraafplaatsen en Stadsparken in
Haarlem.
HMH, Groot Heiligland 47 Haarlem;

 5 september
Het Stroomhuis in Neerijnen organiseert
op 5 september een informatiedag
Omgaan met de dood, vroeger en
nu
. Rondom de themas zorg, uitvaart
en rouw kunnen bezoekers informatie
krijgen en individuele vragen stellen.
Van 11.00 tot 17.00 uur, Van Pallandtweg
2, Neerijnen, toegang gratis.

 12-13 september
Open monumentendag
Thema: op de kaart.

 13-15 mei 2010
13. Internationale Bestattungsfachausstellung (BEFA) Düsseldorf

Tips voor de agenda, stuur een mailtje naar Agenda Terebinth
 

Venlo krijgt de derde natuurlijke begraafplaats van Nederland

Stichting de Peelhof, initiatiefnemer van de begraafplaats, is gestart met de inrichting van het bosgebied in de Blerickse Bergen. Naar verwachting wordt de begraafplaats eind dit jaar in gebruik genomen.

Steeds meer mensen geven de voorkeur aan een natuurlijke begraafplaats boven klassiek begraven. De begraafplaats gaat geheel op in de natuurlijke omgeving en met het wisselende beeld van seizoenen wordt het een symbool van de kringloop van de natuur. Graven liggen niet in rijtjes, maar verspreid in het bosgebied. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de bestaande padenstructuur
Het plan tot inrichting van een natuurlijke begraafplaats dateert van enkele jaren terug. In eerste instantie is gezocht naar geschikte locaties in de regio waaronder Sevenum en Venlo. Eind 2008 is het initiatief tot inrichting van een natuurlijke begraafplaats in het bosgebied Blerickse Bergen besproken met de gemeente Venlo. “We hebben direct positief gereageerd”, verteld wethouder Twan Beurskens (Stadsbeheer & verkeer). “Een natuurlijke begraafplaats is een goede aanvulling op de reeds bestaande voorzieningen in Venlo.” Na toetsing aan het bestemmingsplan heeft de gemeente in januari 2009 haar medewerking toegezegd bij de verdere uitwerking.
Ton Verstraelen van Stichting de Peelhof: “We zijn erg blij en trots dat we de derde natuurlijke begraafplaats van Nederland en de tweede van Limburg kunnen realiseren in het bosgebied Blerickse Bergen. Onze stichting is eind 2005 opgericht met als doel een niet levensbeschouwelijk gebonden, natuurlijke begraafplaats in de regio Noord- Limburg te realiseren. Dat is nu gelukt”, aldus Verstraelen.
 
OPROEP
Het juninummer 2009 wordt een Vlaanderen-special. In dit speciale nummer staan de dodenakkers en de funeraire cultuur bij onze zuiderburen centraal. Tips voor bijzondere begraafplaatsen en foto's zijn welkom. Naast het 'papieren' nummer verschijnt er een Vlaanderen-pagina op de Terebinth-site.
Reacties naar: Nieuwsbrief Terebinth

Terebinth, juni 2009

In dit nummer:
Verenigingsnieuws, Agenda en een aantal artikelen waaronder:
Funeraire wandeling in Ermelo
Verscholen in de bossen van Ermelo liggen bij het psychiatrisch ziekenhuis Veldwijk de oude en de nieuwe begraafplaats. In een ver verleden maakte redacteur Bert Pierik in de schemering kennis met de nieuwe begraafplaats, verkleed als ridder met een veel te groot zwaard. De omgeving diende als macaber decor voor een afschrikwekkend spel.
Kerkhof Overweersepolderdijk in Purmerend opgeknapt
De stichting Kerkhof Overweersepolderdijk is erin geslaagd om van de halve hectare grote dodenakker een openbaar toegankelijk rust- en stiltegebied te maken. Dit belangrijk cultuurhistorisch monument uit de 19de eeuw, komt na de restauratie als geheel in aanmerking voor plaatsing op de gemeentelijk monumentenlijst. Op het kerkhof is ook een kunstgalerieën.
Bestellen

Ecologische grafstrook
Op de begraafplaats Zorgvlied van de Gemeente Amstelveen is een ecologische grafstrook geopend. De begraafplaats voorziet hiermee aan de vraag naar natuurlijk begraven.
De grafstrook is speciaal voor mensen die na hun dood, de natuur zo min mogelijk willen belasten. De overledenen worden in natuurvriendelijke kleding begraven. Ook de kist moet biologisch afbreekbaar zijn.
Wanneer men er voor kiest hier begraven te worden, mag de kist geen kunststof, metaal of andere milieubelastende elementen bevatten.
Marguerite de Jong

Boekbesprekingen

58 miljoen doden
Moscowa, een tuin vol herinneringen

Zie Boekbesprekingen

Frans Renssen erelid


De kandelaar is Zojuist overhandigd door de penningmeester van de Vereniging.

Op de ledenvergadering van De Terebinth op 25 april jl. is Frans Renssen benoemd tot erelid van de Vereniging. Helaas kon hij persoonlijk niet aanwezig zijn op die vergadering.
Daarom is hem tijdens de excursie van verenigingleden naar de synagoge en joodse begraafplaatsen in Enschede als nog het aandenken aan zijn erelidmaatschap overhandigd. Dit bestond uit een kandelaar met de inscriptie: "Frans Renssen, vanaf 25 april 2009 erelid (en tevens medeoprichter) van de Vereniging De Terebinth.
Paul Stoffels

WORD LID VAN DE TEREBINTH

De Terebinth, vereniging voor Funeraire Cultuur, streeft naar behoud van en aandacht voor waardevolle begraafplaatsen en grafmonumenten. De vereniging organiseert excursies en geeft ook een tijdschrift en een digitale nieuwsbrief uit. Voor € 22,50 per jaar steunt u De Terebinth.
Aanmelden


 

 

 

 

 



Centrum Funeraire Cultuur Utrechtse Heuvelrug geopend



Jankees Salverda, wethouder Dorpszaken Driebergen-Rijsenburg, opende zaterdagmiddag 9 mei het Centrum Funeraire Cultuur met de onthulling van een fraaie foto. Na een inleiding van Elly van de Baan voltrok de wethouder de ceremoniële opening.


De foto die vervolgens een plaatsje kreeg in de tentoonstelling, geeft een fraai beeld van hoe een uitvaart vroeger kon gaan. Een lijkkoets met daaromheen dragers, allen in vol ornaat. Zo ging het vroeger, dat is wat het centrum over de funeraire cultuur laat zien. De nadruk ligt op de gemeente Utrechtse Heuvelrug, maar natuurlijk krijgt de oude begraafplaats van Driebergen-Rijsenburg ook veel aandacht. Dat kan ook niet anders want het centrum is gevestigd in het voormalige baarhuisje van de begraafplaats. In de tentoonstelling wordt allerhande informatie gegeven over de begraafplaatsen in de gemeente en er is een kleine kiosk met boeken en folders met informatie over de funeraire cultuur in bredere zin.
Elke zaterdagmiddag geven gidsen rondleidingen over de begraafplaats en in de toekomst zullen de vrijwilligers nog verschillende nieuwe activiteiten organiseren. Het initiatief voor het centrum is genomen door de werkgroep Oude Algemene Begraafplaats van de stichting Driebergen-Rijsenburg Vroeger en Nu.
oor meer informatie: Funerair Centrum

Tekst en foto: Leon Bok

Oude Kerkhof Valkenswaard

De renovatie van de oude gemeentelijke begraafplaats aan de Kerkhofstraat in Valkenswaard is afgerond. Op 29 mei j.l. werd dit met een feestelijke bijeenkomst op de begraafplaats gevierd.

Al in de Middeleeuwen was er op deze plaats een begraafplaats rond een kerk, de Nicolaaskerk. In 1860 werd het schip van de kerk afgebroken en in 1889 ook de toren. De begraafplaats zelf werd in 1975 gesloten; er vinden alleen nog bijzettingen plaats.
Het plan de gesloten begraafplaats op den duur te ruimen, is door de bemoeienissen van heemkundekring Weerderheem en daarna de gemeentelijke monumentencommissie onder de inspirerende leiding van ing. W.L.P. Coolen omgebogen in het voorstel het Oude Kerkhof onderdeel te laten uitmaken van het Centrumpark met behoud van de in cultuurhistorisch opzicht waardevolle delen en grafmonumenten. In 2002 begon de gemeente met de opwaardering en revitalisering van de oude begraafplaats.
In een eerder stadium werd onder andere het middeleeuwse kerkerf met een laag muurtje omgeven en werden de contouren van de oude Nicolaaskerk in de bodem aangegeven.
Nu is ook de Calvarieberg, waarin geestelijken zijn bijgezet, hersteld. Daarbij zijn onder andere de kapotte beelden van Maria en Johannes vervangen door replica’s.
Rindert Brouwer, regiocoördinator van De Terebinth in Zuidoost Noordbrabant



Colofon
Terebinth Nieuwsbrief is een uitgave van De Terebinth, vereniging voor Funeraire Cultuur en wordt uitgeven onder verantwoordelijkheid van Terebinth, tijdschrift voor funeraire cultuur.
De redactie nodigt de lezers uit om te reageren op deze Nieuwsbrief.
Adverteren in de Nieuwsbrief
: nieuwsbrief@terebinth.nl
Redactieadres: nieuwsbrief@terebinth.nl

Aanmelden voor Nieuwsbrief
Afmelden
voor Nieuwsbrief