|
Hoe heeft de vorm van grafmonumenten zich in ons land ontwikkeld? Hebben
de diverse stromingen in architectuur en kunstnijverheid hun sporen
nagelaten op de graftekens, of is de uiterlijke vorm (mede) afhankelijk
geweest van andere factoren? |
Dit is deel 2 van een serie
over gedenktekens met het accent op de vorm.
|
|
‘Op deze koude steenen zal ik dikwijls komen weenen’
(2)
Voor mensen die niet
tot de welgestelden behoorden, speelde de vorm van een grafteken
aanvankelijk geen rol van betekenis. Ze hadden behoefte aan een
herkenbare markering op het graf van hun dierbare, hoe klein ook.
Behalve simpele houten graftekens, zijn er ook eenvoudige stenen
exemplaren bewaard gebleven. De oudste stammen uit de 19de eeuw. Het
betreft zowel kleine staande als kleine liggende stenen.
Na lang onder het maaiveld te hebben
gelegen, zijn op de begraafplaats van Harlingen enkele jaren geleden
onder meer tal van kleine liggende stenen opgegraven in een oud vak, dat
geruimd moest worden. De kleinste tegels vermelden niet veel meer dan
regel- en grafnummer en de initialen of de naam van de overledene.
Bijvoorbeeld
‘P.R.S./ 1835’ op een tegel van 26x26 cm, ‘R.D. Faber/ 1843’ op
een tegel van 35x35 cm en ‘Trientje Wietsma/ 1850/ R12 N 18’. Een andere
kleine steen vermeldt ook de leeftijd: ‘Antje d. Jong/ overl. d.1e
Mei/ 1840 oud 17 jaar’. De stenen zijn niet of nauwelijks versierd.
Op de oude algemene begraafplaats van Hendrik-Ido-Ambacht zijn kleine
staande stenen aangetroffen, voornamelijk lage paaltjes met afgeronde
kop. De inscripties zijn summier en soms tevens voorzien van grafnummer:
‘No 10/ W.P.’ of ‘B.V.D.C./ 1877’.
Soberheid in leven en sterven
Anderen kozen voor
kleine stenen uit zuinigheidsoverwegingen of vanwege hun religieuze
overtuiging. Dat laatste is nog steeds goed te zien op het kerkhof van
Tienhoven in de Alblasserwaard. Het christelijk geloof schreef soberheid
voor in leven en in sterven. Vandaar dat tot aan de Tweede Wereldoorlog
de enige grafaanduiding een vierkant stenen nummerpaaltje
was. Hergebruik uit zuinigheidsoverwegingen. Zo kun je de stoeppalen
typeren die op diverse begraafplaatsen als grafmonument dienen.
Terschelling heeft er nog ongeveer 48. De lage palen markeerden
oorspronkelijk de stoep voor het huis. Na de dood van de bewoner werden
ze overgeplaatst naar de begraafplaats, wat de aanschaf van een
grafsteen uitspaarde. Ook de Hervormde begraafplaats in Driesum bezit
een drietal stoeppalen. Op één ervan staat: ‘1817/ Den 13 Augustus/ is
overleden/ Jitske Gerbens/ Oud 74 Jaren/ en ligt alhier begraven.’ En
daaronder een tweede inscriptie: ‘Harmen Douwes,/ overleden den/ 13
April 1840/ oud 70 Jaren.’ De andere dateren uit 1819 en 1840.
Smalle stèles
Verwant aan de
stoeppalen, maar doorgaans hoger, zijn de smalle stèles. Eén van de
smalste staat op de oude algemene begraafplaats aan de voet van de
Brandaris op Terschelling West. De inscriptie luidt: ‘Hier ligt/
begraven/ de Heer/ Jan/ Zeijlemaker/ oud 90 jaar/ 8 maanden/ overleden/
den 11 Sep/ tember 1835’.De waarde van
stoeppalen en qua afmeting vergelijkbare smalle stèles is inmiddels
erkend. Dat ook de allerkleinste stenen graftekens funerairhistorisch
van belang zijn, wordt nog vaak over het hoofd gezien.
Tekst en foto's:
Rita Hulsman |
De Westhoek

Foto: Peter van Deutekom
|
Bokje over...
Monumenten van de toekomst |
|
Ik
heb onlangs een symposium bijgewoond over veranderende rituelen rondom de dood.
Gezien de belangstelling een ‘hot issue’. Er waren voornamelijk bezoekers uit de
uitvaartbranche, de palliatieve zorg en aanverwante beroepen die allen te maken
hebben met het stervensproces en de uitvaart. Rituelen rondom sterven worden
steeds individueler en ook in de rouw is een verandering gaande.
Wie nogal eens op een begraafplaats komt, heeft die tendens al een beetje kunnen
waarnemen. De grafmonumenten en alles wat daar op en bij geplaatst wordt,
veranderen de laatste jaren hard. De persoonlijke uitbeelding en verbeelding
worden steeds sterker. Was vroeger een foto voldoende om de overledene te
herinneren, nu lijkt het steeds vaker of een grafmonument het hele levensverhaal
moet reflecteren. Een surfboard als grafmonument met daarbij allerlei
persoonlijke voorwerpen vertelt de buitenstaander misschien wel meer over de
persoon die er begraven ligt, dan ik die had kunnen weten toen de overledene nog
in leven was. De monumenten van de toekomst verbeelden steeds meer het
levensverhaal van de persoon en worden dus steeds persoonlijker. Je wordt dus
gedwongen het persoonlijke levensverhaal van die persoon te kennen, wil je de
gebruikte vormen en symboliek kunnen interpreteren. Maar, gezien wat er allemaal
verteld werd op het symposium, houdt het hier nog niet mee op. Virtuele
monumenten lijken mede de toekomst te gaan bepalen. Breng de bezoeker niet naar
de overledene, maar de overledene naar de bezoeker. Dat kan in de vorm van een
webpage op het internet, met filmpje, foto’s en verhalen. Bezoekers kunnen hun
eigen herinneringen toevoegen en virtuele kaarsjes branden. Dergelijke
monumenten kennen letterlijk geen grenzen en iedereen kan het zien en beleven.
Uiteraard kunnen de monumenten ook achter een wachtwoord gezet worden, zodat
intimiteit en privacy gewaarborgd blijft.
De funeraire cultuur gaat een virtuele dimensie krijgen, dat is duidelijk. Hoe
gaan we daar over een paar jaar mee om en hoe zouden we dat willen behouden en
moeten we dat behouden. Interessante vragen die voor De Terebinth vast weer een
nieuwe uitdaging vormen. Misschien moeten we een e-depot gaan opzetten voor
memorial sites, filmpjes en foto’s! Of misschien moeten we dat gewoon overlaten
aan anderen?
Tekst en foto: Leon Bok
Reageren
op dit artikel
Gone too soon;
Virtuele kapel
Vredeskerk, Amsterdam
|
|
(Be)Graven
op de Utrechtse Heuvelrug
Onlangs is in Driebergen het kleinschalige Centrum
Funeraire Cultuur geopend. De Werkgroep Oude Algemene Begraafplaats van de
Stichting Vroeger en Nu, Driebergen-Rijsenburg heeft in het voormalige baar- en
woonhuis (naast het museum van Vroeger en Nu) een permanente expositie en
(bezoekers)centrum ingericht. |
|
In de kleine voorkamer wordt door middel van fotocollages de funeraire cultuur
van de dorpen van de Gemeente Utrechtse Heuvelrug gepresenteerd.
Deze funeraire
cultuur heeft door buitenlandse invloeden en de bijzondere geografische
omstandigheden van dit gebied soms een eigenzinnig en bijzonder karakter
gekregen die zeer de moeite waard is om te presenteren.
In de andere ruimte zal informatie over de geschiedenis van de Oude Algemene
Begraafplaats worden getoond. Ook vindt u daar het register van alle graven,
de plattegrond van de begraafplaats, de uitgevoerde inventarisaties van de
grafmonumenten en een aantal levensbeschrijvingen van de mensen die hier
begraven zijn.
In deze eenvoudige ruimte zijn momenteel foto’s - gemaakt op de Oude Algemene
Begraafplaats - van de Driebergse fotograaf Robert Zwart te bewonderen. Deze
bijzondere foto’s zijn zeer de moeite waard!
In het Centrum zijn diverse folders en boeken aanwezig waarvan een groot aantal
betrekking heeft op de begraafplaatsen in de gemeente en het begraven in het
algemeen. Gidsen zullen uitleg geven en verzorgen rondleidingen op de
begraafplaats.
Centrum Funeraire Cultuur
Traaij 106,
open: za 13.30-16.30 uur.
Rondleidingen voor groepen kunnen ook op afspraak verzorgd worden.
Meer informatie: Stichting Driebergen-Rijsenburg Vroeger en Nu
|
GAST AAN
HET WOORD
Eerste wettelijke grafruiming in Suriname
|
De grootste dodenakker van Paramaribo kampt al jaren met gebrek aan
ruimte. Alleen de hoofdpaden zijn nog vrij van graven. In Suriname laat
men de doden op begraafplaatsen uit respect met rust. Tot tien jaar
geleden ging dat zonder problemen. Het gebrek aan
uitbreidingsmogelijkheden in de stad zorgde ervoor dat de begrafeniswet
werd gemoderniseerd. Sonja Lisse is de nieuwe directeur van deze
rooms-katholieke begraafplaats in Paramaribo. Het is oktober 2008,
buiten is het 31 graden en naast haar bureau staat een ventilator. |
 |
De wet is er onverwacht snel doorheen gekomen!
De procureur-generaal heeft mij twee weken geleden schriftelijke toestemming
verleend. Op
drie november, de dag na Allerzielen, beginnen we met het ruimen van de eerste
175 graven,
hoewel er een vergunning is gegeven voor 600 graven. De medewerkers gaan bij de
oude
ingang aan de Princessestraat aan de slag. Daar liggen de oudste graven daterend
vanaf 1917.
Maar wat doet u met die oude grafmonumenten?
Ik heb er met de heer Focké van Stichting Gebouwd Erfgoed rondgelopen en we
laten bijvoorbeeld
een fraai grafmonument uit 1917 staan. Hij zou nog met een lijst van te
beschermen
graven komen maar zolang die er niet is, houd ik die historische hoek in de
gaten. We
gaan heel zorgvuldig te werk. Eerst heeft het Heilig Verbond via lokale media de
gemeenschap
verteld dat we zouden beginnen met het ruimen van graven van veertig jaar en
ouder.
Hoewel de wet het niet verplicht, is ook aan de nabestaanden via internet, de
Wereldomroep
en Radio Zorg en Hoop het voornemen tot ruiming bekend gemaakt. In de Ware Tijd
en de
West kon men lezen dat als iemand tegen ruiming was verlenging van de grafrust
voor tien
jaar mogelijk was. Tien jaar kost 2400 Surinaamse dollar (toen 800 euro, red.)
Tot nu toe was alles bijna gratis, dan is 80 euro per jaar best veel?
Bij de nieuwe teraardebestellingen zullen, na de herinrichting, de kosten voor
onderhoud
worden doorberekend. Het geld zal worden gebruikt voor het onderhoud van de
begraafplaats.
De omrastering van de voorkant wilde ik al vervangen, maar het bestuur heeft
voorgesteld
dit mee te nemen bij de herinrichting. Ongeveer dertig van de zeshonderd
rechthebbenden
hebben zich aangemeld voor verlenging. Volgend jaar komen de graven van twintig
jaar en ouder in aanmerking voor ruiming omdat dan de wettelijke termijn van een
jaar voor
de bekendmaking in acht is genomen. Ook de registratie zijn we bezig ter hand te
nemen. De
informatie in oude boeken wordt gedigitaliseerd.
Wie doet de ruiming?
Eerst zal de bisschop de zegen over de allereerste wettelijke ruiming in
Suriname uitspreken.
Dan komt de heer Hennep van het Surinaamse crematorium met zijn door
Nederlanders
opgeleide ploeg mannen. Deze gaat handmatig aan de slag. Het is nu de goede tijd
ervoor, voordat eind november de regentijd begint. Architect Dikland heeft een
plan voor
de herinrichting van het landschap gemaakt. Eerst de afwatering, dan de paden en
vervolgens de
aanplant van bomen. In de herinrichting zijn ook urnenwanden geprojecteerd. We
zijn bezig aan
een grote verandering en stap voor stap zal de gemeenschap zien dat het begraven
en de bezoeken hier aangenamer worden!
Jannes H. Mulder
Dit artikel verscheen eerder in Terebinth,
tijdschrift voor funeraire cultuur, december 2008.
Vooraankondiging
Fotowedstrijd 2009
Begraafplaats in de buurt
Ook dit jaar organiseert De Terebinth een fotowedstrijd. Dit jaar nodigt de
redactie u uit in uw eigen omgeving op zoek te gaan. We vragen u:
- twee foto’s digitaal op te sturen
- van een begraafplaats of kerkhof bij u in de buurt (binnen een straal van 50
km van uw woonplaats)
- het mag gaan om de ingang, monumenten, een boom of wat u maar wilt
- als de twee foto’s in combinatie maar een aansprekend beeld geven en andere
mensen uitnodigen er ook eens een kijkje te nemen. Het hoeft niet persé om
funerair erfgoed te gaan.
- De sluitingsdatum voor inzending is 1 oktober 2009 en
- bij de inzending van de foto geeft u uw eigen naam, adres inclusief mailadres
op plus de naam en plaats van de locatie waar beide foto’s zijn genomen. Een
korte toelichting op de foto mag.
Meer informatie over de fotowedstrijd in het volgende nummer van de
Nieuwsbrief en Terebinth (juni 2009). Inzendingen naar: terebinth@planet.nl
.
Jamin terug in
Rotterdam
Op RK begraafplaats St. Laurentius aan de Nieuwe Crooswijkseweg 123
is vorige week donderdag een foto-expositie geopend over de voormalige
Jaminfabriek in Crooswijk.
De fabriek stond van 1887 tot circa 1980 aan de Hugo de Grootstraat en
werd gebouwd op initiatief van Cornelis Jamin. Samen met zijn tweede
vrouw werd hij op St. Laurentius begraven en op hun graf werd een
bijzondere kapel geplaatst. Enige jaren geleden werd de kapel
gerestaureerd. Nu is het weer een van de pronkstukken van de
begraafplaats.
Bijna dertig jaar na het vertrek van de fabrieken van Jamin uit
Crooswijk, komt die naam nu weer terug in Rotterdam. Een projectgroep
werkt aan de totstandkoming van een blijvende herinnering aan de
‘Meisjes van Jamin’ en de fabriek, die ooit de grootste werkgever in de
wijk was.
Behalve een kunstproject wordt ook gestreefd naar een boekje met
wandeling |
rond Jamin-locaties in Crooswijk en Rotterdam, eenexpositie in het
Historisch Museum Rotterdam en een jeugdproject rond de voormalige zoet-
en suikerwarenfabriek. Op 17 maart werd als eerste activiteit een druk
bezochte wijkreünie gehouden voor oud-medewerkers en buurtgenoten. Meer
dan tweehonderd belangstellenden haalden naar hartenlust herinneringen
op en onder hen werd het allernieuwste snoepgoed van Jamin uitgedeeld.
De foto-expositie op St. Laurentius staat op de historische arcade. Na
het bekijken van de expositie kan men het kapelletje van Jamin
bezichtigen, dat tijdens de duur van de tentoonstelling is opengesteld.
In de kapel prijken de portretten van de overledenen. Na meer dan 100
jaar zijn zij nog haarscherp. De tentoonstelling is maar één week te
zien, dus tot woensdag 8 april 2009.
De begraafplaats is dagelijks geopend
van 8.00–16.00 uur en op zondag van 10.00-16.00 uur.
|
|
KORTE BERICHTEN |
Waar gebeurd
Het komt nog steeds voor. We leven maart 2009. Vader/opa is
overleden en de volgende dag gaat de complete familie, twintig man sterk,
bestaande uit kinderen, kleinkinderen, broers en zussen met aanhang naar het mortuarium. Ze
wachten even en worden vervolgens naar het zaaltje gebracht waar vader/opa
opgebaard ligt. De hele familie nadert de kist en ontdekt tot hun ontzetting dat
daar niet opa ligt, maar een vreemde met de kleren van opa aan. De familie
vlucht verbijsterd het zaaltje uit.
Grote consternatie nu ook bij de begrafenisonderneming, want waar is opa? En wie
is de man in de kist? De begrafenisondernemer weet het ook allemaal niet. De
familie moet ontzet naar huis en hoort na drie uur dat opa gevonden is. Hopelijk
weet de begrafenisondernemer nu tevens wie die andere overledene was. En
gelukkig dat opa niet al gecremeerd was. De familie krijgt duizend excuses en
moet het daarmee doen.
DE
KWESTIE
In verband met technische storing is er geen
nieuwe 'Kwestie'.
WORD LID VAN DE TEREBINTH
De Terebinth, vereniging voor Funeraire Cultuur, streeft naar behoud van en aandacht voor waardevolle begraafplaatsen en grafmonumenten. De vereniging organiseert excursies en geeft ook een tijdschrift en een digitale nieuwsbrief uit.
Voor € 22,50 per jaar steunt u De Terebinth.
Aanmelden |
|
RK Kerkhof Helenaveen

Memori,
de vereniging tot behoud en onderhoud van de historische grafmonumenten te
Helenaveen, wil
de historische monumenten op het RK Kerkhof te Helenaveen
onderhouden. Met inachtneming van
geldende regels tracht men met volledige inzet de historisch waardevolle
grafmonumenten te behouden voor het nageslacht.
Lees verder
Begraafplaatsen Roosendaal
De Stichting Begraafplaatsen Roosendaal
beijvert zich voor behoud van deze bijzondere begraafplaats. En doet dat door de
graven te onderhouden en rondleidingen en excursies te geven. De stichting geeft
sinds kort een Nieuwsbrief uit.

Op
donderdag 23 oktober 2008 vond de presentatie van het boek
R.K.
Begraafplaats Bredaseweg
plaats waarbij
ruim honderd belangstellenden
aanwezig waren.
De begraafplaats aan de Bredaseweg dateert uit 1870 en werd in 1990 gesloten. In
1988 vond er de laatste begrafenis plaats. Vooral het oudste gedeelte telt veel
monumentale graven van de Roosendaalse elite uit de periode 1870-1950.
Arthur Polspoel, docent pastorale theologie, hield een lezing waarin hij
aan de hand van concrete
voorbeelden de
rijke traditie van begrafenisrituelen door de eeuwen heen analyseerde.
Het boek, geschreven door
Margo Verbiest en geïllustreerd met foto’s, laat zien dat een
begraafplaats meer is dan een plaats met graven van overleden stadgenoten. Het
is
verkrijgbaar bij o.a. boekhandel
Het
Verboden Rijk,
Nieuwe Markt 66e in Roosendaal of bij de plaatselijke
boekhandel.
Aanmelden Nieuwsbrief
R.K. Begraafplaats Bredaseweg
€ 8,95.
ISBN 978-90-7503-924-5
Joodse begraafplaatsen
Oases van rust en vrede

In het afgelopen Jaar van
het Religieus Erfgoed
(2008) voerde Landschapsbeheer Nederland (LBN) in opdracht van het Prins
Bernhard Cultuurfonds een bureauonderzoek uit naar groene kerkterreinen. LBN
maakte een
database met ruim 6000 van deze terreinen, waarvan er zo’n 295 in de provincie
Utrecht liggen. Naar aanleiding van dit onderzoek concludeerde LBN dat Nederland
zijn oude begraafplaatsen verwaarloost in plaats van ze te
restaureren. ‘Zo gaat een groot deel van de cultuurgeschiedenis verloren’. De
voorbeelden die in de media werden gebruikt hebben betrekking op de provincies
Groningen en Zeeland. Hoe staat het in de provincie Utrecht?
Lees verder
GM2 |
|
Colofon
Terebinth Nieuwsbrief is een uitgave van De Terebinth, vereniging voor Funeraire Cultuur en wordt uitgeven onder verantwoordelijkheid van Terebinth, tijdschrift voor funeraire cultuur. Adverteren in de Nieuwsbrief:
nieuwsbrief@terebinth.nl Redactieadres:
nieuwsbrief@terebinth.nl
Aanmelden voor Nieuwsbrief
Afmelden voor Nieuwsbrief De redactie nodigt de lezers uit om te
reageren
op deze Nieuwsbrief.
|
|
|