Nieuwsbrief Terebinth

nummer 14 | februari 2009
 

In dit nummer
Gedenktekens in Nederland, deel 1:
'Op deze koude steenen zal ik dijkwijls komen weenen'
Bokje over.... Schoonmaakwoede
De namen der naamlozen
Nieuws uit Zeeland
Gast aan het woord: Rita Hulsman
Korte berichten

Nieuwe rubriek: De Kwestie


Hoe heeft de vorm van grafmonumenten zich in ons land ontwikkeld? Hebben de diverse stromingen in architectuur en kunstnijverheid hun sporen nagelaten op de graftekens, of is de uiterlijke vorm (mede) afhankelijk geweest van andere factoren?

Dit is deel 1 van een nieuwe serie over gedenktekens met het accent op de vorm.
 


‘Op deze koude steenen zal ik dikwijls komen weenen’ 

Het plaatsen van een gedenkteken op een graf was eeuwenlang alleen weggelegd voor de rijken. Zij konden een grafzerk in de kerk betalen. Gedenktekens op de kerkhoven, waar de minder bedeelden werden begraven, kwamen voor 1800 nauwelijks voor. Alleen op een enkel graf stond een houten plank of een kruis. De plank stamt af van het gebruik om een overledene, gewikkeld in een lijkwade, op een plank naar het graf te dragen. Later werd de plank op het gedichte graf geplaatst.

Het verbod op het begraven in kerken, dat in 1829 van kracht werd, leidde tot de aanleg van begraafplaatsen buiten de bebouwde kom. Hier, en op de kerkhoven in plaatsen met minder dan duizend inwoners, lieten welgestelden zerken en grafmonumenten plaatsen. Maar voor de lagere klasse veranderde er aanvankelijk niet veel. Als er al een markering kwam, was dat een nummeraanduiding, een houten kruis of een houten plank. Dergelijke graftekens moeten overal in het land hebben gestaan, maar de meeste zijn vergaan. Het hout ging in weer en wind hooguit zestig tot tachtig jaar mee, tenzij de nabestaanden het object goed onderhielden. De oudste bewaard gebleven houten planken in ons land dateren voor zover bekend uit het laatste kwart van de 19de eeuw. Op Huisduinen bij den Helder staat een plank uit 1877, waarvan de inscriptie nog net leesbaar is, in Zweeloo staan planken uit 1876 en 1878. De oogst uit de eerste helft van de 20ste eeuw is groter. De vormgeving varieert. Een op de grond staand langwerpig kastje met een puntige top en een primitieve inscriptie achter glas uit 1902 staat in Vierpolders. In  Nieuwe-Tonge staat een bescheiden plank met een naamplaatje erop uit 1918. Hoge houten stèles staan bijvoorbeeld in Valthermond (1917) en Almelo (1918). Het kerkhof van Rinsumageest bezit een breder model uit 1920, bevestigd aan een paal. Hier is een stukje metaal over de top gedrapeerd om inwateren tegen te gaan. In Stad aan ’t Haringvliet heeft een houten raamwerk met een tekstplaatje van zwart marmerglas uit 1931 de tijd ternauwernood doorstaan. Een kastje aan een houten paal uit 1933 in Oostvoorne loopt op zijn laatste benen, evenals een plank met puntige top en een miniem houten afdakje uit 1934 in het Zeeuwse Nieuwdorp. Hier en daar staan nog zogenaamde houten ‘ledikanten’ uit de eerste decennia van de 20ste eeuw. De variaties moeten legio zijn geweest, maar de weinige overgebleven objecten verkeren in slechte staat.

Almelo Nieuwe-Tonge Nieuwdorp Oostvoorne

Niet altijd is een houten grafteken een blijk van armoede. Soms is het een uitdrukking van de levensovertuiging, zoals in Nieuwe-Tonge, waar het dominante orthodox gereformeerde geloof alleen het gebruik van eenvoudige graftekens toestond. Nog steeds richten sommigen hier dezelfde houten plankjes op.
Dat zelfs graftekens van de kleine man iets van de heersende vormgeving kunnen meekrijgen, is te zien aan het kastje in Oostvoorne, dat iets van Art Déco weg heeft. Maar niet genoeg om behoud te rechtvaardigen. Het argument zeldzaamheid heeft veel betere papieren. Net als bij de zeldzaam geworden graftrommels wordt het tijd om alle overgebleven houten objecten te inventariseren en een selectie daarvan te behouden voor het nageslacht. Wachten we nog langer, dan zullen bijna alle houten objecten van vóór 1945 zijn vergaan. Laten we zuinig zijn op de gedenktekens van de armen, die toch al zo weinig sporen hebben nagelaten.

Tekst en foto's: Rita Hulsman


Bokje over... Schoonmaakwoede

Zoals ik al eerder schreef zie je veel wanneer je begraafplaatsen bezoekt. Maar zonder begraafplaatsen te bezoeken hoor je ook veel. In dat geval weet je niet altijd zeker of het klopt, maar vaak kun je daar wel van uit gaan. Een aantal keren in de afgelopen maand hoorde ik dat men her en der grafstenen reinigt met ‘formaline’ of ‘formaldehyde’. Mooie naam, dacht ik, maar waar had ik dat ook alweer eerder gehoord? Ik had nog even de hoop dat het product zoveel beter was dan chloor of bleek dat maar al te vaak gebruikt wordt. Maar het blijkt een product dat vooral bekend is als middel om dieren te prepareren en te bewaren! Tot mijn verbazing is al snel de informatie te vinden dat formaline een zeer giftige stof is, die kankerverwekkend blijkt te zijn! Het middel wordt veel gebruikt voor het 'bleken' en diepreinigen van stenen opritten en terrassen. Die moeten dan niet direct aan de tuin grenzen want ook het groen wordt letterlijk gebleekt en gaat er dus aan kapot. Er is slechts een heel kleine dosering nodig om resultaat te bereiken en het verwijdert ook mossen en korstmossen. Op de begraafplaats is het resultaat dus een spiksplinternieuwe grafsteen, daarnaast voor de begraafplaats bij regelmatig gebruik een giftige ondergrond waar nauwelijks nog groen wil opschieten en voor de gebruiker een verhoogde kans op kanker.
Ik kan wel begrijpen dat je als nabestaande een nette steen wil hebben. Steenhouwers spelen daar graag op in door gepolijst graniet aan te bevelen want dat blijft zo lekker schoon! Al heel lang hebben steenhouwers chloor en bleek gebruikt om stenen schoon te maken of ze schuurden de complete steen af om die er weer piekfijn uit te laten zien. Dat met al dat gepoets veel stenen om zeep worden geholpen is pas op langere termijn zichtbaar. Met de inzet van veel agressievere middelen loopt ook nog eens de gezondheid van mens en dier gevaar. In dat geval zou ik wat alg of mos zondermeer accepteren!

Tekst en foto: Leon Bok
Reageren op dit artikel

De namen der naamlozen

Zo luidt de titel van een klein boekje, geschreven door enkele medewerkers van het psychiatrisch ziekenhuis GGzE/Grote Beek in Eindhoven. Daar bevindt zich in een verborgen hoekje op het terrein een begraafplaats, waar sinds de oprichting in 1918 van het Rijkskrankzinnigengesticht de overleden patiënten veelal naamloos een graf kregen. De korte verhalen in het boekje eindigen nogal eens met De familie wordt wel op de hoogte gesteld, maar laat niets van zich horen. Trieste verhalen van mensen, van wie het leven niet werd begrepen door hun omgeving en daarom in het gesticht werden opgenomen.

Op de begraafplaats bevinden zich kleine grafvelden met genummerde paaltjes, keurig gescheiden, katholieken, protestanten en Joden. Maar wie waar ligt, is niet bekend. Achterin een aantal graven van medewerkers die wel zijn voorzien van een steen met naam. En weer daarachter enkele voornamere zerken van de uit het noorden afkomstige geneesheer-directeuren. Na veel zoeken leverde de administratie wel de namen op van degenen die er ooit begraven zijn, maar de locatie van het graf werd niet geregistreerd. De begrafenis vond veelal anoniem plaats bijgewoond door alleen de directe verzorger en een medewerker van de begrafenisonderneming. Slechts een enkeling kreeg een door de familie betaald monument met naam en overlijdensdatum.

Voor al die naamloos begraven cliënten/patiënten en is nu een monument opgericht waarop alle 1800 namen vermeld staan. Karin Bonewald van het Cliëntenbelangenbureau van de GGzE heeft zich met enkele medewerkers hiervoor ingespannen. Het is een glazen monument waar je van onderaf naar boven kijkend de
namen der naamlozen kunt lezen. Op 15 december 2008 werd het monument onder grote belangstelling onthuld. Namens de Vereniging De Terebinth waren Rindert Brouwer en Paul Stoffels hierbij op uitnodiging aanwezig.

Tekst en foto's: Paul Stoffels

De Namen der Naamlozen, € 11,90. Bestelades: GGzE locatie De Grote Beek, Boschdijk 771, 5626 AB Eindhoven.


Nieuws uit Zeeland

Inventarisatie begraafplaatsen
Sinds enkele maanden zijn de Stichting Landschapsbeheer Zeeland (SLZ) en De Vereniging De Terebinth gestart met een opzet voor de inventarisatie van alle begraafplaatsen in Zeeland. Landschapsbeheer Zeeland was hier al langer mee bezig maar heeft in oktober 2008 De Terebinth gevraagd om hierbij te helpen. Binnen enkele weken gaat een groep vrijwilligers de eerste begraafplaats gezamenlijk te inventariseren. Na deze eerste inventarisatie neemt een vrijwilliger alleen of samen met een andere een aantal begraafplaatsen voor zijn of haar rekening. Het SLZ stelt een kleine subsidie beschikbaar waarmee een begraafplaats of een grafmonument hersteld kan worden.

Middelburg
De gemeente Middelburg heeft De Terebinth uitgenodigd om plaats te nemen in
het monumentenoverleg. Half februari zal een gesprek plaatsvinden tussen de twee verantwoordelijke wethouders, de beleidsmedewerker van de gemeente en Peter Faase als vertegenwoordiger van De Terebinth. In de komende Nieuwsbrieven kunt u meer nieuws uit de regio Zeeland verwachten.

Tekst en foto: Peter Faase, Regio Zeeland.
Foto: begraafplaats Stoppelsdijk


 GAST AAN HET WOORD

Funeraire architectuur en dichterschap

Rita N. Hulsman is ruim tien jaar lid van de redactie van Terebinth. Van oorsprong binnenhuisarchitect schrijft zij sinds 1996 over funeraire architectuur. Komend najaar exposeert zij enkele van haar gedichten. Vanuit haar werkkamer hebben we uitzicht op een dichtbegroeide tuin, waarin halverwege een tuinhuisje staat.

Dat tuinhuisje hebben mijn zus Marjanne en ik van de zomer gebouwd. Een eenvoudige tafel en een houten stoel staan erin, verder niets. Ik heb een dergelijke plek nodig om te kunnen dichten. En als het gedicht af is, één geheel vormt en logisch in elkaar zit, maak ik een ontwerp met foto. Dat mail ik naar een bedrijf waar ze het geheel op een doorzichtige stof afdrukken. Dit najaar mijn tweede expositie met banieren, heel spannend! Ik ben blij dat mijn tuinhuisje af is. We hebben allebei zo hard gewerkt aan deel 1 van de Gids voor de funeraire architectuur in Nederland, dat er voor iets anders nauwelijks tijd meer was.

Dichten, dat is inderdaad heel wat anders dan schrijven over begraafplaats-architectuur!
Niet helemaal. Wat ik om mij heen waarneem, kan me erg boeien. Stel de stroom valt uit en het is opeens donker. Zo’n ervaring kan mij tot het schrijven van een gedicht inspireren. In het begin van mijn carrière werkte ik op een architectenbureau. Maar schrijven over beeldende kunst en architectuur vond ik direct al leuker dan tekenen en ontwerpen. Na verloop van tijd ben ik freelance gaan schrijven. Mijn funeraire belangstelling ontstond ongeveer vijftien jaar geleden toen ik kunstenaars ontmoette die met nieuwe vormgeving van grafmonumenten bezig waren. Hun creaties en inzichten boeiden mij en brachten me met Terebinth in aanraking.

Behalve schrijven, onderzoek je ook.
De manier van onderzoeken is wel veranderd. Halverwege mijn carrière ontstond een minder goed gevoel over mijn werk. De artikelen moesten steeds korter worden, voor diepgang was geen tijd. En al die deadlines. Het roer moest van mij om. Sinds 1999 bestuderen Marjanne en ik de objecten en gebouwen op een begraafplaats nauwkeurig en vervolgens duiken we de archieven in. Zij zorgt voor de foto’s en ik probeer – en dat is voor mij de grootste uitdaging van de brij aan informatie en gegevens iets coherents en leesbaars, er één geheel van te maken. Uiteindelijk eindigen we samen met een mooi boekwerk.

Heb jij op jouw terrein competitie?
Ik ben geen historicus als Wim Cappers en Jasper Enklaar, Leon Bok is op een heel breed terrein bezig en Ada Wille ontfermt zich over het funeraire landschap. Op het terrein van architectuur ben ik al ongeveer tien jaar bezig. Dat is wel mijn specialiteit.

De funeraire wereld, welke verandering valt je het meest op?
Tijdens het onderzoek voor ons laatste boek Bouwen op de grens viel mij op hoeveel plaatselijke clubs er zijn die zich ook met begraafplaatsen bezighouden. Hun medewerking bij het zoeken van bijvoorbeeld historische foto’s was indrukwekkend. De aandacht voor begraafplaatsen is sterk toegenomen en een belangrijke doelstelling van De Terebinth lijkt daarmee vervuld. Nadenken over onze doelstellingen lijkt me nodig. En wat me nog meer opvalt? We kwamen wel erg veel gebouwde dozen tegen op en bij begraafplaatsen in Zuid-Nederland. Ik zou voor een funerair gebouw iets heel moois willen laten ontwerpen. Niet weer een super functioneel gebouw met plat dak. Het aantal pas gebouwde juweeltjes op begraafplaatsen is klein. Aan architectonische vormgeving, aan meer schoonheid op begraafplaatsen, dáár zouden we iets aan moeten doen!

Jannes H. Mulder
Dit artikel verscheen eerder in Terebinth, tijdschrift voor funeraire cultuur, december 2008.
  Speciale aanbieding
 
 Deelreeks Zuid-Holland

 

 

 

De serie Funeraire Cultuur Zuid-Holland beschrijft de manier waarop de bewoners door de eeuwen heen vorm hebben gegeven aan de funeraire cultuur in deze provincie.

Alblasserwaard & Vijfheerenlanden
Den Haag
Drechtsteden
Midden-Holland
Regio Rotterdam
Hoekse Waard en Goeree-Overflakkee
Delft & Westland
Voorne-Putten
Bollenstreek
Leiden
Rijnstreek
Regio Den Haag

€ 6 per deel, € 10 twee delen. € 15 drie delen etc. Complete serie: € 60. Prijs exclusief portokosten*

* Ledenprijs. Niet-ledenprijs € 7, twee delen 12, drie delen 18, complete reeks  € 70. Prijs exclusief portokosten. U kunt de deeltjes bestellen via de website. Ook verkrijgbaar in de boekhandel. De actie loopt tot 1 mei 2009.


KORTE BERICHTEN
Agenda

 t/m 28 februari
Maria van Kesteren - urnen
De Gang / Nederlands Uitvaart Museum Tot Zover
►Lees verder


 Tot 30 maart
De tentoonstelling Ik R.I.P. gaat over de dood, internet en zelfrepresentatie. Wat gebeurt er met je online profiel als je bent overleden? Mediamatic BANK, Vijzelstraat 68, Amsterdam
Toegang vrij. Meer informatie

 Tot 13 april '\
... und cut! – Todesbilder im Film, tentoonstelling in het Filmmuseum van Düsseldorf. Meer informatie

 Tot 5 april

Vergeet mij niet . . . over rouwen en gedenken
Tentoonstelling in Museum Van Gijn Dordrecht
Lees verder

 21 maart
Kunst en Uitvaart
Uitvaartvereniging Eert Uw Doden houdt van
10-16 uur in de aula aan de Weijhendaalseweg te Wijhe een open dag met als thema
Kunst en Uitvaart.

 14 maart
SITU Uitvaartbeurs te Deurningen
Hengelosestraat 6 (hoek Vliegveldstraat)
Op deze beurs is De Terebinth met een ruime stand aanwezig.
Lees verder

 25 april  (gewijzigde datum)
Algemene Ledenvergadering
Hilversum

 16 t/m 19 april

Paris perpétuel
Vierdaagse funeraire reis naar Parijs. Eskoo reizen & Atelier Terre Aarde, onder auspiciën van de Terebinth.
Zie verder:
Terebinth reizen

 12 mei

Excursie De Terebinth naar Terschelling
Onder leiding van Teunis Schol wordt een bezoek gebracht aan de kerk en het kerkhof van Hoorn, het kerkhof in Striep, kerk en kerkhof in Midsland en de oude begraafplaats bij de Brandaris op West-Terschelling.

 14 juni
Excursie De Terebinth naar Enschede


Tips voor de agenda, stuur een mailtje naar Agenda Terebinth 

 

WORD LID VAN DE TEREBINTH

De Terebinth, vereniging voor Funeraire Cultuur, streeft naar behoud van en aandacht voor waardevolle begraafplaatsen en grafmonumenten. De vereniging organiseert excursies en geeft ook een tijdschrift en een digitale nieuwsbrief uit. Voor € 22,50 per jaar steunt u De Terebinth.
Aanmelden

 

 

 

Interessante links naar begraafplaatsen
Op de website staan interessante links naar verenigingen en stichtingen die zich inzetten voor het behoud van historische begraafplaatsen.
De lijst is nog onvolledig. Graag aanvullingen.
Stuur deze naar: webmaster Terebinth


 Terebinth in actie

Overijssel
Twee leden van De Terebinth hebben tezamen met de Stichting voor Scholing, Restauratie en Innovatie in de Bouw in Overijssel (RIBO) en het Overijssels Landschap diverse gemeenten in Overijssel bezocht om te praten over de uitvoering van restauratiewerkzaamheden op oude begraafplaatsen door langdurig werkloze jongeren. De jongeren die deelnemen aan het project volgen een restauratie-opleiding en verrichten onder begeleiding herstelwerkzaamheden aan grafmonumenten, hekken, baarhuisjes etc

Friesland
De Terebinth heeft samen met het kerkbestuur van het kerkje van Olterterp een concept opgesteld met voorschriften voor het plaatsen van grafmonumenten op het plaatselijke kerkhof. Hierin wordt bepaald dat nieuwe monumenten moeten aansluiten op de aanwezige klassieke Friese stèles van hardsteen met opgehakte letters. Hiermee wil het kerkbestuur de groei van gepolijste golfkopjes tegengaan.

Gelderland
Een van de rouwkamers in het rouwcentrum van de Begrafenis- en Crematievereniging Wezep  e.o. heeft de naam Terebinth gekregen.

Noord-Brabant
Het voorstel van burgemeester en wethouders van Etten-Leur om het oude kerkhofje bij de Hervormde kerk te sluiten heeft tot protesten onder de plaatselijke bevolking geleid. Het kerkje waar de vader van Vincent van Gogh voorging als predikant is nu in gebruik als raadszaal. De Terebinth heeft protest tegen de sluiting aangetekend op basis van de Wet op de Lijkbezorging.

 DE KWESTIE

Graag uw mening over...

De Terebinth heeft in de afgelopen jaren naast kleine publicaties (Begraafplaatsen als Cultuurbezit) ook een Funeraire Reeks waarin de funeraire cultuur van een stad of streek wordt beschreven, uitgegeven. Moet De Terebinth volgens u:
- deze publicaties blijven verzorgen?
- meer diverse publicaties uitbrengen?
- publicaties uitbesteden?
- geen publicaties meer doen?
Stemmen


Uitslag Poll Nieuwsbrief 12
Er reageerde slechts een lezer op de vragen in Nieuwsbrief 12.

Met welke organisaties moet De Terebinth samenwerken?
Dodenakkers, Altvoorde, Oude Groninger Kerken, Nederlandse Genealogische Vereniging (NGV) en plaatselijke en regionale historische verenigingen.

Waarom juist met deze organisaties?
Ik noem deze organisaties omdat deze kwaliteit en deskundigheid hebben. De leden van de NGV kunnen gebruik maken van het stenen archief van begraafplaatsen. Historische verenigingen omdat zij geïnteresseerd zijn in cultureel erfgoed dus ook funerair erfgoed.


Colofon
Terebinth Nieuwsbrief is een uitgave van De Terebinth, vereniging voor Funeraire Cultuur en wordt uitgeven onder verantwoordelijkheid van Terebinth, tijdschrift voor funeraire cultuur.
Adverteren in de Nieuwsbrief
: terebinth@planet.nl
Redactieadres: terebinth@planet.nl

Aanmelden voor Nieuwsbrief
Afmelden
voor Nieuwsbrief
De redactie nodigt de lezers uit om te
reageren op deze Nieuwsbrief.