|
Hoe heeft de vorm van grafmonumenten zich in ons land ontwikkeld? Hebben
de diverse stromingen in architectuur en kunstnijverheid hun sporen
nagelaten op de graftekens, of is de uiterlijke vorm (mede) afhankelijk
geweest van andere factoren? |
Dit is deel 1 van een nieuwe serie
over gedenktekens met het accent op de vorm.
|
|
‘Op
deze koude steenen zal ik dikwijls komen weenen’
Het plaatsen van een gedenkteken op een graf was eeuwenlang alleen
weggelegd voor de rijken. Zij konden een grafzerk in de kerk betalen.
Gedenktekens op de kerkhoven, waar de minder bedeelden werden begraven,
kwamen voor 1800 nauwelijks voor. Alleen op een enkel graf stond een
houten plank of een kruis. De plank stamt af van het gebruik om een
overledene, gewikkeld in een lijkwade, op een plank naar het graf te
dragen. Later werd de plank op het gedichte graf geplaatst.
Het verbod op het begraven in kerken, dat in 1829 van kracht werd,
leidde tot de aanleg van begraafplaatsen buiten de bebouwde kom. Hier,
en op de kerkhoven in plaatsen met minder dan duizend inwoners, lieten
welgestelden zerken en grafmonumenten plaatsen. Maar voor de lagere
klasse veranderde er aanvankelijk niet veel. Als er al een markering
kwam, was dat een nummeraanduiding, een houten kruis of een houten
plank. Dergelijke graftekens moeten overal in het land hebben gestaan,
maar de meeste zijn vergaan. Het hout ging in weer en wind hooguit
zestig tot tachtig jaar mee, tenzij de nabestaanden het object goed
onderhielden. De oudste bewaard gebleven houten planken in ons land
dateren voor zover bekend uit het laatste kwart van de 19de
eeuw. Op Huisduinen bij den Helder staat een plank uit 1877, waarvan de
inscriptie nog net leesbaar is, in Zweeloo staan planken uit 1876 en
1878. De oogst uit de eerste helft van de 20ste eeuw is
groter. De vormgeving varieert. Een op de grond staand langwerpig kastje
met een puntige top en een primitieve inscriptie achter glas uit 1902
staat in Vierpolders. In Nieuwe-Tonge staat een bescheiden plank met
een naamplaatje erop uit 1918. Hoge houten stèles staan bijvoorbeeld in
Valthermond (1917) en Almelo (1918). Het kerkhof van Rinsumageest bezit
een breder model uit 1920, bevestigd aan een paal. Hier is een stukje
metaal over de top gedrapeerd om inwateren tegen te gaan. In Stad aan ’t
Haringvliet heeft een houten raamwerk met een tekstplaatje van zwart
marmerglas uit 1931 de tijd ternauwernood doorstaan. Een kastje aan een
houten paal uit 1933 in Oostvoorne loopt op zijn laatste benen, evenals
een plank met puntige top en een miniem houten afdakje uit 1934 in het
Zeeuwse Nieuwdorp. Hier en daar staan nog zogenaamde houten ‘ledikanten’
uit de eerste decennia van de 20ste eeuw. De variaties moeten
legio zijn geweest, maar de weinige overgebleven objecten verkeren in
slechte staat.
 |
 |
 |
 |
|
Almelo |
Nieuwe-Tonge |
Nieuwdorp |
Oostvoorne |
Niet altijd is een houten grafteken een blijk van armoede. Soms is het
een uitdrukking van de levensovertuiging, zoals in Nieuwe-Tonge, waar
het dominante orthodox gereformeerde geloof alleen het gebruik van
eenvoudige graftekens toestond. Nog steeds richten sommigen hier
dezelfde houten plankjes op.
Dat zelfs graftekens van de kleine man iets van de heersende vormgeving
kunnen meekrijgen, is te zien aan het kastje in Oostvoorne, dat iets van
Art Déco weg heeft. Maar niet genoeg om behoud te rechtvaardigen. Het
argument zeldzaamheid heeft veel betere papieren. Net als bij de
zeldzaam geworden graftrommels wordt het tijd om alle overgebleven
houten objecten te inventariseren en een selectie daarvan te behouden
voor het nageslacht. Wachten we nog langer, dan zullen bijna alle houten
objecten van vóór 1945 zijn vergaan. Laten we zuinig zijn op de
gedenktekens van de armen, die toch al zo weinig sporen hebben
nagelaten.
Tekst
en foto's: Rita Hulsman |
|
Bokje over...
Schoonmaakwoede |
|
Zoals ik al eerder schreef zie je
veel wanneer je begraafplaatsen bezoekt. Maar zonder begraafplaatsen te bezoeken
hoor je ook veel. In dat geval weet je niet altijd zeker of het klopt, maar vaak
kun je daar wel van uit gaan. Een aantal keren in de afgelopen maand
hoorde ik dat men her en der grafstenen reinigt met ‘formaline’ of
‘formaldehyde’. Mooie naam, dacht ik, maar waar had ik dat ook alweer eerder
gehoord? Ik had nog even de hoop dat het product zoveel beter was dan chloor
of bleek dat maar al te vaak gebruikt wordt. Maar het blijkt een product dat
vooral bekend is als middel om dieren te prepareren en te bewaren! Tot mijn
verbazing is al snel de informatie te vinden dat formaline een zeer giftige
stof is, die kankerverwekkend blijkt te zijn! Het middel wordt veel gebruikt voor het
'bleken' en diepreinigen van stenen opritten en terrassen. Die moeten dan niet
direct aan de tuin grenzen want ook het groen wordt letterlijk gebleekt en gaat
er dus aan kapot. Er is slechts een heel kleine dosering nodig om resultaat te
bereiken en het verwijdert ook mossen en korstmossen. Op de begraafplaats is het
resultaat dus een spiksplinternieuwe grafsteen, daarnaast voor de
begraafplaats bij regelmatig gebruik een giftige ondergrond waar nauwelijks nog
groen wil opschieten en voor de gebruiker een verhoogde kans op kanker.
Ik kan wel begrijpen dat je als nabestaande een nette steen wil hebben.
Steenhouwers spelen daar graag op in door gepolijst graniet aan te bevelen want
dat blijft zo lekker schoon! Al heel lang hebben steenhouwers chloor en bleek
gebruikt om stenen schoon te maken of ze schuurden de complete steen af om die
er weer piekfijn uit te laten zien. Dat met al dat gepoets veel stenen om zeep
worden geholpen is pas op langere termijn zichtbaar. Met de inzet van veel
agressievere middelen loopt ook nog eens de gezondheid van mens
en dier gevaar. In dat geval zou ik wat alg of mos zondermeer accepteren!
Tekst en foto: Leon Bok
Reageren
op dit artikel
|
De namen der naamlozen
Zo luidt de titel van een klein boekje, geschreven door enkele medewerkers
van het psychiatrisch ziekenhuis GGzE/Grote Beek in Eindhoven. Daar bevindt zich
in een verborgen hoekje op het terrein een begraafplaats, waar sinds de
oprichting in 1918 van het Rijkskrankzinnigengesticht de
overleden patiënten veelal naamloos een graf kregen. De korte verhalen in het
boekje eindigen nogal eens met
‘De familie wordt wel op de hoogte gesteld, maar
laat niets van zich horen’.
Trieste verhalen van mensen, van wie het leven niet werd begrepen door hun omgeving en
daarom in het gesticht werden opgenomen.
Op de
begraafplaats bevinden zich kleine grafvelden met genummerde paaltjes, keurig gescheiden,
katholieken, protestanten en Joden. Maar wie waar ligt, is niet bekend. Achterin
een aantal graven van medewerkers die wel zijn voorzien van een steen met naam.
En weer daarachter enkele voornamere zerken van de uit het noorden
afkomstige geneesheer-directeuren. Na veel zoeken leverde de administratie wel
de namen op van degenen die er ooit begraven zijn, maar de locatie van het graf werd niet
geregistreerd. De begrafenis vond veelal anoniem plaats bijgewoond door
alleen de directe verzorger en een medewerker van de begrafenisonderneming.
Slechts een enkeling kreeg een door de familie betaald monument met naam en
overlijdensdatum.

Voor al die naamloos begraven cliënten/patiënten en is nu een monument
opgericht waarop alle 1800 namen vermeld staan. Karin Bonewald van het
Cliëntenbelangenbureau van de GGzE heeft zich met enkele medewerkers hiervoor
ingespannen. Het is een glazen monument waar je van onderaf naar boven kijkend
de
‘namen
der naamlozen’ kunt lezen.
Op 15 december 2008 werd het monument onder grote belangstelling onthuld. Namens
de Vereniging De Terebinth waren Rindert Brouwer en Paul Stoffels hierbij op
uitnodiging aanwezig.
Tekst en foto's: Paul Stoffels
|
De Namen der
Naamlozen, € 11,90. Bestelades: GGzE locatie De Grote Beek, Boschdijk 771, 5626
AB Eindhoven. |
|
Nieuws uit Zeeland
Inventarisatie
begraafplaatsen
Sinds enkele maanden zijn de Stichting Landschapsbeheer Zeeland (SLZ) en
De Vereniging De Terebinth gestart met een opzet voor de inventarisatie van alle
begraafplaatsen in Zeeland. Landschapsbeheer Zeeland was hier al langer mee
bezig maar heeft in oktober 2008 De Terebinth gevraagd om hierbij te helpen.
Binnen enkele weken gaat een groep vrijwilligers de eerste begraafplaats
gezamenlijk te inventariseren. Na deze eerste inventarisatie neemt een
vrijwilliger alleen of samen met een andere een aantal begraafplaatsen voor zijn
of haar rekening. Het SLZ stelt een kleine subsidie beschikbaar waarmee een
begraafplaats of een grafmonument hersteld kan worden.
Middelburg
De gemeente Middelburg heeft De Terebinth uitgenodigd om plaats te nemen in
het monumentenoverleg. Half februari zal een gesprek plaatsvinden tussen de twee
verantwoordelijke wethouders, de beleidsmedewerker van de gemeente en Peter
Faase als vertegenwoordiger van De Terebinth. In de komende Nieuwsbrieven kunt u
meer nieuws uit de regio Zeeland verwachten.
Tekst en foto: Peter Faase, Regio Zeeland.
Foto: begraafplaats Stoppelsdijk |
GAST AAN
HET WOORD
Funeraire architectuur en
dichterschap
Rita
N. Hulsman is ruim tien jaar lid van de redactie van Terebinth. Van oorsprong
binnenhuisarchitect schrijft zij sinds 1996 over funeraire architectuur. Komend
najaar exposeert zij enkele van haar gedichten. Vanuit haar werkkamer hebben we
uitzicht op een dichtbegroeide tuin, waarin halverwege een tuinhuisje staat.
Dat tuinhuisje hebben mijn zus Marjanne en ik van de zomer gebouwd. Een
eenvoudige tafel en een houten stoel staan erin, verder niets. Ik heb een
dergelijke plek nodig om te kunnen dichten. En als het gedicht af is, één geheel
vormt en logisch in elkaar zit, maak ik een ontwerp met foto. Dat mail ik naar
een bedrijf waar ze het geheel op een doorzichtige stof afdrukken. Dit najaar
mijn tweede expositie met banieren, heel spannend! Ik ben blij dat mijn
tuinhuisje af is. We hebben allebei zo hard gewerkt aan deel 1 van de Gids voor
de funeraire architectuur in Nederland, dat er voor iets anders nauwelijks tijd
meer was.
Dichten, dat is inderdaad heel wat anders dan schrijven over
begraafplaats-architectuur!
Niet helemaal. Wat ik om mij heen waarneem, kan me erg boeien. Stel de stroom
valt uit en het is opeens donker. Zo’n ervaring kan mij tot het schrijven van
een gedicht inspireren. In het begin van mijn carrière werkte ik op een
architectenbureau. Maar schrijven over beeldende kunst en architectuur vond ik
direct al leuker dan tekenen en ontwerpen. Na verloop van tijd ben ik freelance
gaan schrijven. Mijn funeraire belangstelling ontstond ongeveer vijftien jaar
geleden toen ik kunstenaars ontmoette die met nieuwe vormgeving van
grafmonumenten bezig waren. Hun creaties en inzichten boeiden mij en brachten me
met Terebinth in aanraking.
Behalve schrijven, onderzoek je ook.
De manier van onderzoeken is wel veranderd. Halverwege mijn carrière ontstond
een minder goed gevoel over mijn werk. De artikelen moesten steeds korter
worden, voor diepgang was geen tijd. En al die deadlines. Het roer moest van mij
om. Sinds 1999 bestuderen Marjanne en ik de objecten en gebouwen op een
begraafplaats nauwkeurig en vervolgens duiken we de archieven in. Zij zorgt voor
de foto’s en ik probeer – en dat is voor mij de grootste uitdaging van de brij
aan informatie en gegevens iets coherents en leesbaars, er één geheel van te
maken. Uiteindelijk eindigen we samen met een mooi boekwerk.
Heb jij op jouw terrein competitie?
Ik ben geen historicus als Wim Cappers en Jasper Enklaar, Leon Bok is op een
heel breed terrein bezig en Ada Wille ontfermt zich over het funeraire
landschap. Op het terrein van architectuur ben ik al ongeveer tien jaar bezig.
Dat is wel mijn specialiteit.
De funeraire wereld, welke verandering valt je het meest op?
Tijdens het onderzoek voor ons laatste boek Bouwen op de grens viel mij
op hoeveel plaatselijke clubs er zijn die zich ook met begraafplaatsen
bezighouden. Hun medewerking bij het zoeken van bijvoorbeeld historische foto’s
was indrukwekkend. De aandacht voor begraafplaatsen is sterk toegenomen en een
belangrijke doelstelling van De Terebinth lijkt daarmee vervuld. Nadenken over
onze doelstellingen lijkt me nodig. En wat me nog meer opvalt? We kwamen wel erg
veel gebouwde dozen tegen op en bij begraafplaatsen in Zuid-Nederland. Ik zou
voor een funerair gebouw iets heel moois willen laten ontwerpen. Niet weer een
super functioneel gebouw met plat dak. Het aantal pas gebouwde juweeltjes op
begraafplaatsen is klein. Aan architectonische vormgeving, aan meer schoonheid
op begraafplaatsen, dáár zouden we iets aan moeten doen!
Jannes H. Mulder
Dit artikel verscheen eerder in
Terebinth, tijdschrift voor funeraire cultuur, december 2008.
|
KORTE BERICHTEN |
|
WORD LID VAN DE TEREBINTH
De Terebinth, vereniging voor Funeraire Cultuur, streeft naar behoud van en aandacht voor waardevolle begraafplaatsen en grafmonumenten. De vereniging organiseert excursies en geeft ook een tijdschrift en een digitale nieuwsbrief uit.
Voor € 22,50 per jaar steunt u De Terebinth.
Aanmelden |
|
Interessante links naar begraafplaatsen
Op de
website staan interessante links naar verenigingen en stichtingen die zich
inzetten voor het behoud van historische begraafplaatsen.
De lijst is nog onvolledig. Graag aanvullingen.
Stuur deze naar:
webmaster Terebinth
Terebinth in actie
Overijssel
Twee leden van De Terebinth
hebben tezamen met de Stichting voor Scholing,
Restauratie en Innovatie in de Bouw in Overijssel (RIBO) en het Overijssels
Landschap diverse gemeenten in Overijssel bezocht om te praten over de
uitvoering van restauratiewerkzaamheden op oude begraafplaatsen door langdurig
werkloze jongeren. De jongeren die deelnemen aan het project volgen een
restauratie-opleiding en verrichten onder begeleiding herstelwerkzaamheden aan
grafmonumenten, hekken, baarhuisjes etc
Friesland
De Terebinth heeft samen met het kerkbestuur van het
kerkje van Olterterp
een concept opgesteld met voorschriften voor het plaatsen van grafmonumenten
op het plaatselijke kerkhof. Hierin wordt bepaald dat nieuwe monumenten moeten
aansluiten op de aanwezige klassieke Friese stèles van hardsteen met opgehakte
letters. Hiermee wil het kerkbestuur de groei van gepolijste golfkopjes
tegengaan.
Gelderland
Een van de rouwkamers in het rouwcentrum van de
Begrafenis- en Crematievereniging Wezep e.o. heeft de naam Terebinth
gekregen.
Noord-Brabant
Het voorstel van burgemeester en wethouders van
Etten-Leur om het oude kerkhofje bij de Hervormde kerk te sluiten heeft tot
protesten onder de plaatselijke bevolking geleid. Het kerkje waar de vader van
Vincent van Gogh voorging als predikant is nu in gebruik als raadszaal. De
Terebinth heeft protest tegen de sluiting aangetekend op basis van de Wet op de
Lijkbezorging.
DE
KWESTIE
Graag uw mening over...
De Terebinth heeft in de afgelopen jaren naast kleine publicaties
(Begraafplaatsen als Cultuurbezit) ook een Funeraire Reeks waarin de funeraire
cultuur van een stad of streek wordt beschreven, uitgegeven. Moet De Terebinth
volgens u:
- deze publicaties blijven verzorgen?
- meer diverse publicaties uitbrengen?
- publicaties uitbesteden?
- geen publicaties meer doen?
Stemmen
Uitslag Poll Nieuwsbrief 12
Er reageerde slechts een lezer op de vragen in Nieuwsbrief 12.
Met welke organisaties moet De Terebinth samenwerken?
Dodenakkers, Altvoorde, Oude Groninger Kerken, Nederlandse Genealogische
Vereniging (NGV) en plaatselijke en regionale historische verenigingen.
Waarom juist met deze organisaties?
Ik noem deze organisaties omdat deze kwaliteit en deskundigheid hebben. De leden
van de NGV kunnen gebruik maken van het stenen archief van
begraafplaatsen. Historische verenigingen omdat zij geïnteresseerd zijn in
cultureel erfgoed dus ook funerair erfgoed.
|
|
Colofon
Terebinth Nieuwsbrief is een uitgave van De Terebinth, vereniging voor Funeraire Cultuur en wordt uitgeven onder verantwoordelijkheid van Terebinth, tijdschrift voor funeraire cultuur. Adverteren in de Nieuwsbrief:
terebinth@planet.nl Redactieadres:
terebinth@planet.nl Aanmelden voor Nieuwsbrief Afmelden voor Nieuwsbrief De redactie nodigt de lezers uit om te
reageren op deze Nieuwsbrief.
|
|
|