Aanstaand Uitvaartmuseum wil ook kenniscentrum zijn
Door een venster van de oude directeurswoning kijken
we uit op de aula van de begraafplaats De Nieuwe Ooster
aan de Kruislaan, Amsterdam Oost-Watergraafsmeer. Het
ruikt naar verf, verhuisdozen vol boeken. Guus Sluiter,
kunsthistoricus en sinds 2004 projectleider van het
Nederlands Uitvaartmuseum aan het woord.
‘Het idee komt van Kok, de funerair historicus.
Aanleiding voor een nieuw museum is vaak een zeldzame
verzameling. Kok legde de basis voor het museum. Zijn
verzameling wordt weer verder uitgebreid Zo hebben we
inmiddels veertien haarschilderijtjes in onze collectie.
Wie er meer over wil lezen, verwijs ik graag naar onze
site’.
Maar waar laten jullie grote objecten als
lijkkoetsen?
Dat is inderdaad lastiger dan rouwsieraden,
rouwserviezen of munten. Of neem prenten en oude foto’s
waar we zeer op gebrand zijn. Als iemand ons een
bijzondere rouwkoets schenkt zijn wij er blij mee maar
gaat de koets in eerste instantie naar ons depot bij het
Nationaal Rijtuigenmuseum. Als museum moeten we niet
alleen presenteren maar ook erfgoed conserveren. Hebben
we voor een bepaalde tentoonstelling een koets nodig,
dan komt die naar Amsterdam. Voor de duidelijkheid, het
wordt geen traditioneel funerair historisch museum. We
willen méér, uitvaart verbreden tot omgaan met de dood.
Daarom komen er naast de vaste opstelling ook wisselende
tentoonstellingen en doen we veel met audiovisuele
media.
Wie is jullie doelgroep?
In de eerste plaats de zogenaamde ‘traditionele
museumbezoekers’, mensen die sowieso in museumbezoek
geïnteresseerd zijn. Specifieke doelgroepen willen we
trekken met tentoonstellingen. Je kunt dan denken aan
een expositie over ‘de strijd voor de eerste crematie’,
‘begraven in Groningen in de vorige eeuw’, moderne
grafmonumenten of juist een expositie met werk van
beeldend kunstenaars. Dus naast de vaste collectie zijn
er wisselende tentoonstellingen die verdiepen,
inspireren, grenzen verleggen. Ook een spraakmakende
avond met dichters, een theatervoorstelling of een
performance sluit ik niet uit!
Dus naast de modale bezoekers van musea mikken jullie
ook op beroepsmatige bezoekers en hobbyisten?
We willen uitdrukkelijk ook een kenniscentrum zijn. Het
gaat dan om medewerkers uit de uitvaartsector, studenten
en zelfs scholieren. Zij zijn straks welkom in de
gloednieuwe bibliotheek. Achthonderd boeken zijn op dit
ogenblik geregistreerd en van trefwoorden voorzien. Een
helse klus waarvoor we gelukkig hulp van vrijwilligers
hebben.
Welk uitvaartmuseum in het buitenland is jullie grote
voorbeeld?
Het museum in Kassel zal je kennen. De nestor van
funeraire musea, we werken er goed mee samen. Toch is
het niet ons voorbeeld wat betreft onze museale
inrichting. Wij worden vooral geïnspireerd door musea
waar met nieuwe technologieën interactie van bezoekers
en objecten tot stand komt. Twee richtingverkeer,
communicatie, kennisuitwisseling, we willen met het NUM
vanaf de opening dit najaar een centraal punt in de
sector zijn.
Jannes H. Mulder
Uit: Terebinth, juni 2007 |