-
Boekbesprekingen
De geschiedenis van de
laatste eer
Kok’s
meest recente boek Thanatos van eind 2005 bewijst hoe fascinerend de
geschiedenis van de laatste eer is. Een prachtig werk en fraai
uitgegeven. Een bron van inspiratie voor zowel belangstellenden in
de begrafeniscultuur als voor funerair wetenschappelijke
onderzoekers. De eerste druk van 1970 gevolgd door een tweede
vermeerderde druk in 1990 en zijn Funerair Lexicon van 2000 gingen
zoals de 82 jarige auteur in zijn epiloog aangeeft, aan dit funerair
testament vooraf. De systematisch opgezette inhoud beslaat de gehele
funeraire cultuurgeschiedenis in Nederland, van hunebedden tot
cryomeren ofwel vriesdrogen en van het aanzeggen bij de dieren tot
het verschil tussen een begrafenis- en overlijdenspenning. De 657
afbeeldingen met informatieve teksten verspreid over 527 pagina’s,
de aandacht voor oude en nieuwe gewoonten, volksgebruiken en
rituelen en zijn puntige manier van schrijven, zorgen voor
leesplezier. De tot 2004 geactualiseerde literatuur- en
bronnenlijsten en het uitgebreide register maken het geheel
toegankelijk voor specialistische informatie.
Kenmerkend voor de manier van werken van Kok is de aandacht voor de
oorsprong van bepaalde gewoonten en zijn belangstelling voor
etymologie. Bijvoorbeeld bij de beschrijving van de geschiedenis van
het ontstaan van een grafmuur komt hij etymologisch spelenderwijs op
cryptenmuur, catacombenmuur, nissenwand en inschuif- of
galerijgraven. Ook de geschiedenis van de rouwmaaltijd gaat niet
zonder een uitstap naar verfrissingmaaltijd of refrigerium,
dodenmaal of lustratie ceremonie en lijkmaal. Volkskunde en
volksdevotie krijgen terecht de aandacht die zij verdienen want hoe
zouden we anders nog weten wat een duivelskruis en kerkhofrooster
is? Bovendien blijkt uit volkskundig veldwerk dat wat we al snel als
nieuw en modern in de uitvaartwereld beschouwen, wortels in het
verleden heeft. Behalve zogenoemde rariteiten komen ook gewone zaken
als verstijving (141), de uitvaartbus (308) en uitvaartfoto’s
(400-401) aan de orde. Kok is genuanceerd in zijn opvattingen.
Allerzielen is meer dan een christelijke ceremonie (394-395) en hij
is bescheiden over de optimale wijze van rouwverwerking (402). In
het hoofdstuk over uitvaartculturen in Nederland pleit hij voor een
door moslims beheerde begraafplaats (459). Suggestie voor nader
onderzoek betreffen de juridische bureaucratie rond kindergraven
(348) en de hoge crematoriumdichtheid in ons land (373). Over het
eventueel uitsterven van begrafenisrites (315) en andere tradities
(340) maakt Kok zich zorgen doch niet nadrukkelijk. De auteur weet
immers dat de laatste jaren oude gewoonten en rituelen terugkeren.
Hij geeft zijn boek een gezegde mee: ‘Verba Volent - Scripta Manent’
of ‘Woorden Vervliegen - Wie Schrijft die Blijft’. We zijn het met
hem eens.
Jannes H. Mulder en Rita Hulsman
|
H.L. Kok,
Thanatos. De geschiedenis van de laatste eer
(Heeswijk-Dinther: Berne
Boekmakerij, 2005, ISBN 9078039019, 527 blz., € 59,95) |
Joodse
begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel
Wat
dit standaardwerk over de joodse begraafplaats in Ouderkerk aan de
Amstel zo toegankelijk maakt, is de wijze waarop Lydia Hagoort het
verhaal eromheen vertelt. In zeven hoofdstukken, die ieder ongeveer
een halve eeuw bestrijken, komen de meest fantastische onderwerpen
aan de orde. Variërend van zwarte slaven die er liggen tot de bijna
uit de hand lopende problemen in 1732 en wederom in 1841 over wie
voor het onderhoud van de Kerklaan waaraan het Beth Haim ligt
verantwoordelijk is, de gemeente of de begraafplaatsbeheerder? De
onderwerpen die Hagoort in ruim vierhonderd pagina’s de revue laat
passeren, zijn globaal te rangschikken onder vijf thema’s. In de
eerste plaats de begraafplaats met de gebouwen en stenen, zoals
velen van ons die van een bezoek aan Beth Haim kennen. De auteur
staat binnen dit thema echter ook stil bij aankoop en inkrimping,
bij de omheining en bij de waterhuishouding van de aan de Amstel
gelegen begraafplaats. Het tweede thema is het beheer van de
begraafplaats door de eeuwen heen. Aangezien deze sefardische
begraafplaats is aangelegd door Portugese joden, die naar Amsterdam
waren gevlucht, heeft zij Portugeestalige archieven moeten
ontsluiten. Het derde thema heeft betrekking op degenen die er
liggen en hoe sommigen op deze sefardische begraafplaats
terechtgekomen zijn. Ceremonies en andere rituelen en gewoonten
komen gedetailleerd aan de orde. Daarbij gaat de aandacht
bijvoorbeeld ook uit naar het vervoer van Amsterdam naar Ouderkerk
van het lijk over water of over land. Het vijfde thema beschrijft de
verhouding van Amsterdamse sefardische joden met asjkenazische
joden, die van Duitse en Poolse afkomst zijn en de relaties van
Portugese joden met bevolking, stadsbestuur en overheid.
Er is veel archiefonderzoek verricht. Wat heeft het opgeleverd? Voor
ons is nieuw de gedetailleerde beschrijving van de manier waarop
enkele joodse slaven er werden begraven en hoe bij uw volgende
bezoek aan Beth Haim de steen van een slaaf van 1629 is terug te
vinden! De analyse van de rol van vrouwen in de geschiedenis van de
begraafplaats is buitengewoon boeiend. Zo bestaat er een voorschrift
dat de handen en vingers van de dode in de kist gestrekt dienen te
zijn. Maar hoe valt dit bij een overleden vrouw te controleren
indien vrouwen soms wel en soms niet bij de begrafenis aanwezig
mogen zijn? Nieuw voor ons is ook dat de stichting in 1642 van een
aparte Oost-Europese joodse begraafplaats in Muiderberg niet het
gevolg van bewuste uitsluiting van de kant van Portugese joden zou
zijn (pagina XVII). Er bestond voor de oprichting van een
asjkenazische begraafplaats in Muiderberg volgens Hagoort een
praktische reden, te weten gebrek aan ruimte in Ouderkerk aan de
Amstel. Een uitdagende stelling die wellicht via aanvullend
onderzoek om herbevestiging vraagt. Het afsluitende hoofdstuk heeft
betrekking op de eerste helft van de 20ste eeuw en in het bijzonder
1940-1945. Door de begraafplaats als uitgangspunt te nemen en daar
omheen verhalen en anekdotes te vertellen, is het een ijzersterk
hoofdstuk geworden.
Beth Haim is voor een standaard werk opvallend vlot geschreven en
het materiaal dat aan de orde komt, is buitengewoon boeiend. Door
een ruime context te hanteren komen vele onderwerpen aan de orde. De
inhoudsopgave met de zeven streng chronologische hoofdstukken en de
vele raak gekozen literaire ondertitelingen maakt min of meer
duidelijk wat er binnen een hoofdstuk allemaal aan de orde kan
komen. Bijvoorbeeld Slaaf Elieser in hoofdstuk I, Onenigheid over
zitplaats in II, Zwevende beenderen in III, nog een keer Slaven in
IV, Ontevreden vrouwen in V, Kleine lettertjes in VI en Bewaarder
Vega in VII. Het boek heeft naast de wetenschappelijke invalshoek
iets anekdotisch, te veel historische voorvallen waardoor de grote
lijnen niet meer terug te vinden zijn. Denk bij grote lijnen aan de
ontwikkeling en verandering van de rol van vrouwen,
begrafenisverenigingen, toelatingsbeleid of begrafenisrituelen. Drie
bijlagen, honderden noten, een lijst van bronnen, van geraadpleegde
literatuur en een register op namen compenseren het ontbreken van
een zakenregister niet. Zo vinden wij onze namen terug in het
namenregister; leuk maar er in ons geval nauwelijks toe doend.
Liever zien we dat woorden als grafdelver, boetes,
stuiververeniging, discriminatie of mulat via het zakenregister vlot
in de tekst te traceren zijn. Maar de conclusie is en blijft, dat
het boek een prachtige bijdrage levert aan de funeraire cultuur in
Nederland.
Jannes H. Mulder en Rita Hulsman
|
L. Hagoort,
Het Beth Haim in Ouderkerk aan de Amstel.
De begraafplaats van de Portugese Joden in Amsterdam 1614-1945
(Hilversum: Verloren, 2005, ISBN 90 6550 861 9, 425 blz., €
34,00)| |
Fietsroute langs Ermelose begraafplaatsen
Op 28 juli was ik aanwezig bij de
overhandiging van het eerste exemplaar van de
Begraafplaatsfietsroute door Ermelo aan Leon Bok. De aanbieding
geschiedde op het zendingskerkhof aldaar. Van samensteller Gert
Hofsink kreeg ik zijn boek Welk een rustig plekje.
Thuis gekomen begon ik meteen te lezen. Meestal bereid ik me er als
insider op voor dat je door de bekende stof moet lezen van het
verbod op het begraven in kerken sinds 1829 enzovoorts. Hofsink doet
dit niet. In zijn boek begint de schrijver te vertellen over alle
nieuwe activiteiten in de uitvaartwereld van de laatst jaren zoals
uitvaartfotografie, stille tochten en rouwen op internet. Daarna
vervolgt Hofsink met de verschillende gebruiken bij de katholieke,
joodse en protestante begrafenissen.
Daarna krijgt natuurlijk de Veluwse rouwrituelen de nodige aandacht.
De geschiedenis komt eigenlijk bij iedere type begraafplaats aan
bod. Want Ermelo heeft nogal wat dodenakkers binnen de gemeente
grenzen namelijk tien stuks en nog tientallen grafheuvels en
urnenvelden. Al deze rustplaatsen worden uitgebreid en op een
prettig leesbare manier beschreven. Zo vertelt hij over het
zendingskerkhof en de nieuwe begraafplaats van psychiatrisch
ziekenhuis Veldwijk waar Wilhelmina van Gogh, zus van de beroemde
schilder, begraven ligt. Hofsink eindigt zijn boek met een
verklaring van de meest voorkomende doodsymboliek.
Welk een rustig plekje is een goed en leesbaar boek met veel foto’s
van de verschillende begraafplaatsen en de personen die daar
begraven zijn. Met de fietsroute is het een waardevolle gids als u
in Ermelo bent.
Wim Vlaanderen
©
Begraafplaats Eremelo, foto
|
G. Hofsink, Welk een rustig
plekje.
Begraafplaatsen in Ermelo
(Ermelo: uitgave in eigen beheer, ISBN 10: 9090198660, ISBN: 13:
9789090198668, 128 blz., € 15,00) |
03-03-2007
homepage Terebinth
|