Terebinth Logo
De Terebinth
Vereniging voor Funeraire Cultuur  


Boekbesprekingen

In dit nummer

De geschiedenis van de laatste eer
Joodse begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel
Fietsroute langs Ermelose begraafplaatsen

Deze boekbesprekingen zijn eerder verschenen in Terebinth, december 2006.

De geschiedenis van de laatste eer

Kok’s meest recente boek Thanatos van eind 2005 bewijst hoe fascinerend de geschiedenis van de laatste eer is. Een prachtig werk en fraai uitgegeven. Een bron van inspiratie voor zowel belangstellenden in de begrafeniscultuur als voor funerair wetenschappelijke onderzoekers. De eerste druk van 1970 gevolgd door een tweede vermeerderde druk in 1990 en zijn Funerair Lexicon van 2000 gingen zoals de 82 jarige auteur in zijn epiloog aangeeft, aan dit funerair testament vooraf. De systematisch opgezette inhoud beslaat de gehele funeraire cultuurgeschiedenis in Nederland, van hunebedden tot cryomeren ofwel vriesdrogen en van het aanzeggen bij de dieren tot het verschil tussen een begrafenis- en overlijdenspenning. De 657 afbeeldingen met informatieve teksten verspreid over 527 pagina’s, de aandacht voor oude en nieuwe gewoonten, volksgebruiken en rituelen en zijn puntige manier van schrijven, zorgen voor leesplezier. De tot 2004 geactualiseerde literatuur- en bronnenlijsten en het uitgebreide register maken het geheel toegankelijk voor specialistische informatie.
Kenmerkend voor de manier van werken van Kok is de aandacht voor de oorsprong van bepaalde gewoonten en zijn belangstelling voor etymologie. Bijvoorbeeld bij de beschrijving van de geschiedenis van het ontstaan van een grafmuur komt hij etymologisch spelenderwijs op cryptenmuur, catacombenmuur, nissenwand en inschuif- of galerijgraven. Ook de geschiedenis van de rouwmaaltijd gaat niet zonder een uitstap naar verfrissingmaaltijd of refrigerium, dodenmaal of lustratie ceremonie en lijkmaal. Volkskunde en volksdevotie krijgen terecht de aandacht die zij verdienen want hoe zouden we anders nog weten wat een duivelskruis en kerkhofrooster is? Bovendien blijkt uit volkskundig veldwerk dat wat we al snel als nieuw en modern in de uitvaartwereld beschouwen, wortels in het verleden heeft. Behalve zogenoemde rariteiten komen ook gewone zaken als verstijving (141), de uitvaartbus (308) en uitvaartfoto’s (400-401) aan de orde. Kok is genuanceerd in zijn opvattingen. Allerzielen is meer dan een christelijke ceremonie (394-395) en hij is bescheiden over de optimale wijze van rouwverwerking (402). In het hoofdstuk over uitvaartculturen in Nederland pleit hij voor een door moslims beheerde begraafplaats (459). Suggestie voor nader onderzoek betreffen de juridische bureaucratie rond kindergraven (348) en de hoge crematoriumdichtheid in ons land (373). Over het eventueel uitsterven van begrafenisrites (315) en andere tradities (340) maakt Kok zich zorgen doch niet nadrukkelijk. De auteur weet immers dat de laatste jaren oude gewoonten en rituelen terugkeren. Hij geeft zijn boek een gezegde mee: ‘Verba Volent - Scripta Manent’ of ‘Woorden Vervliegen - Wie Schrijft die Blijft’. We zijn het met hem eens.

Jannes H. Mulder en Rita Hulsman

H.L. Kok, Thanatos. De geschiedenis van de laatste eer (Heeswijk-Dinther: Berne Boekmakerij, 2005, ISBN 9078039019, 527 blz., € 59,95)

 

Joodse begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel

Wat dit standaardwerk over de joodse begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel zo toegankelijk maakt, is de wijze waarop Lydia Hagoort het verhaal eromheen vertelt. In zeven hoofdstukken, die ieder ongeveer een halve eeuw bestrijken, komen de meest fantastische onderwerpen aan de orde. Variërend van zwarte slaven die er liggen tot de bijna uit de hand lopende problemen in 1732 en wederom in 1841 over wie voor het onderhoud van de Kerklaan waaraan het Beth Haim ligt verantwoordelijk is, de gemeente of de begraafplaatsbeheerder? De onderwerpen die Hagoort in ruim vierhonderd pagina’s de revue laat passeren, zijn globaal te rangschikken onder vijf thema’s. In de eerste plaats de begraafplaats met de gebouwen en stenen, zoals velen van ons die van een bezoek aan Beth Haim kennen. De auteur staat binnen dit thema echter ook stil bij aankoop en inkrimping, bij de omheining en bij de waterhuishouding van de aan de Amstel gelegen begraafplaats. Het tweede thema is het beheer van de begraafplaats door de eeuwen heen. Aangezien deze sefardische begraafplaats is aangelegd door Portugese joden, die naar Amsterdam waren gevlucht, heeft zij Portugeestalige archieven moeten ontsluiten. Het derde thema heeft betrekking op degenen die er liggen en hoe sommigen op deze sefardische begraafplaats terechtgekomen zijn. Ceremonies en andere rituelen en gewoonten komen gedetailleerd aan de orde. Daarbij gaat de aandacht bijvoorbeeld ook uit naar het vervoer van Amsterdam naar Ouderkerk van het lijk over water of over land. Het vijfde thema beschrijft de verhouding van Amsterdamse sefardische joden met asjkenazische joden, die van Duitse en Poolse afkomst zijn en de relaties van Portugese joden met bevolking, stadsbestuur en overheid.
Er is veel archiefonderzoek verricht. Wat heeft het opgeleverd? Voor ons is nieuw de gedetailleerde beschrijving van de manier waarop enkele joodse slaven er werden begraven en hoe bij uw volgende bezoek aan Beth Haim de steen van een slaaf van 1629 is terug te vinden! De analyse van de rol van vrouwen in de geschiedenis van de begraafplaats is buitengewoon boeiend. Zo bestaat er een voorschrift dat de handen en vingers van de dode in de kist gestrekt dienen te zijn. Maar hoe valt dit bij een overleden vrouw te controleren indien vrouwen soms wel en soms niet bij de begrafenis aanwezig mogen zijn? Nieuw voor ons is ook dat de stichting in 1642 van een aparte Oost-Europese joodse begraafplaats in Muiderberg niet het gevolg van bewuste uitsluiting van de kant van Portugese joden zou zijn (pagina XVII). Er bestond voor de oprichting van een asjkenazische begraafplaats in Muiderberg volgens Hagoort een praktische reden, te weten gebrek aan ruimte in Ouderkerk aan de Amstel. Een uitdagende stelling die wellicht via aanvullend onderzoek om herbevestiging vraagt. Het afsluitende hoofdstuk heeft betrekking op de eerste helft van de 20ste eeuw en in het bijzonder 1940-1945. Door de begraafplaats als uitgangspunt te nemen en daar omheen verhalen en anekdotes te vertellen, is het een ijzersterk hoofdstuk geworden.
Beth Haim is voor een standaard werk opvallend vlot geschreven en het materiaal dat aan de orde komt, is buitengewoon boeiend. Door een ruime context te hanteren komen vele onderwerpen aan de orde. De inhoudsopgave met de zeven streng chronologische hoofdstukken en de vele raak gekozen literaire ondertitelingen maakt min of meer duidelijk wat er binnen een hoofdstuk allemaal aan de orde kan komen. Bijvoorbeeld Slaaf Elieser in hoofdstuk I, Onenigheid over zitplaats in II, Zwevende beenderen in III, nog een keer Slaven in IV, Ontevreden vrouwen in V, Kleine lettertjes in VI en Bewaarder Vega in VII. Het boek heeft naast de wetenschappelijke invalshoek iets anekdotisch, te veel historische voorvallen waardoor de grote lijnen niet meer terug te vinden zijn. Denk bij grote lijnen aan de ontwikkeling en verandering van de rol van vrouwen, begrafenisverenigingen, toelatingsbeleid of begrafenisrituelen. Drie bijlagen, honderden noten, een lijst van bronnen, van geraadpleegde literatuur en een register op namen compenseren het ontbreken van een zakenregister niet. Zo vinden wij onze namen terug in het namenregister; leuk maar er in ons geval nauwelijks toe doend. Liever zien we dat woorden als grafdelver, boetes, stuiververeniging, discriminatie of mulat via het zakenregister vlot in de tekst te traceren zijn. Maar de conclusie is en blijft, dat het boek een prachtige bijdrage levert aan de funeraire cultuur in Nederland.

Jannes H. Mulder en Rita Hulsman

L. Hagoort, Het Beth Haim in Ouderkerk aan de Amstel. De begraafplaats van de Portugese Joden in Amsterdam 1614-1945 (Hilversum: Verloren, 2005, ISBN 90 6550 861 9, 425 blz., € 34,00)|



Fietsroute langs Ermelose begraafplaatsen


Op 28 juli was ik aanwezig bij de overhandiging van het eerste exemplaar van de Begraafplaatsfietsroute door Ermelo aan Leon Bok. De aanbieding geschiedde op het zendingskerkhof aldaar. Van samensteller Gert Hofsink kreeg ik zijn boek Welk een rustig plekje.
Thuis gekomen begon ik meteen te lezen. Meestal bereid ik me er als insider op voor dat je door de bekende stof moet lezen van het verbod op het begraven in kerken sinds 1829 enzovoorts. Hofsink doet dit niet. In zijn boek begint de schrijver te vertellen over alle nieuwe activiteiten in de uitvaartwereld van de laatst jaren zoals uitvaartfotografie, stille tochten en rouwen op internet. Daarna vervolgt Hofsink met de verschillende gebruiken bij de katholieke, joodse en protestante begrafenissen.
Daarna krijgt natuurlijk de Veluwse rouwrituelen de nodige aandacht. De geschiedenis komt eigenlijk bij iedere type begraafplaats aan bod. Want Ermelo heeft nogal wat dodenakkers binnen de gemeente grenzen namelijk tien stuks en nog tientallen grafheuvels en urnenvelden. Al deze rustplaatsen worden uitgebreid en op een prettig leesbare manier beschreven. Zo vertelt hij over het zendingskerkhof en de nieuwe begraafplaats van psychiatrisch ziekenhuis Veldwijk waar Wilhelmina van Gogh, zus van de beroemde schilder, begraven ligt. Hofsink eindigt zijn boek met een verklaring van de meest voorkomende doodsymboliek.
Welk een rustig plekje is een goed en leesbaar boek met veel foto’s van de verschillende begraafplaatsen en de personen die daar begraven zijn. Met de fietsroute is het een waardevolle gids als u in Ermelo bent.

Wim Vlaanderen


© Begraafplaats Eremelo, foto

G. Hofsink, Welk een rustig plekje. Begraafplaatsen in Ermelo (Ermelo: uitgave in eigen beheer, ISBN 10: 9090198660, ISBN: 13: 9789090198668, 128 blz., € 15,00)

03-03-2007

  homepage Terebinth