Terebinth Logo
De Terebinth
Vereniging voor Funeraire Cultuur  


Boekbesprekingen

In dit nummer

Een kerspelbegraafplaats
De Geschiedenis van de Dood van De Cock
Rituelen en gewoonten

Deze boekbesprekingen zijn eerder verschenen in Terebinth, XXI, juni 2007.


Een kerspelbegraafplaats

Rond 1850 raakte het kerkhof rond de Nederlands-hervormde kerk in het Groningse Spijk vol. Niet de kerk, maar het bestuur van het kerspel Spijk - een lokaal openbaar lichaam - kocht in 1858 de grond voor een nieuwe begraafplaats. Bij de oprichting werd bepaald dat de ingezetenen van Spijk jaarlijks een financiële bijdrage moesten betalen om het onderhoud van de dodenakker te bekostigen. Dat deden ze trouw. Maar in 1885 weigerde dokter A.H. Burghgraef nog langer te betalen want, zo schreef zijn advocaat: ‘en nu is de vraag deze of hij daartoe door het Karspel of dorp gedwongen kan worden’. Kennelijk voorzag hij dat de positie van het kerspel door de komst van burgerlijke gemeenten langzamerhand zou worden ondergraven. In 1905 besloot de plaatselijke Spaarbank tot aanschaf van een lijkwagen. Het vervoermiddel deed dienst tot in 1953 het besluit viel een lijkauto te huren.
Op de begraafplaats staat een fors monument voor Ernst Metzger, een jonge Duitse ballonvaarder die op 4 december 1910 in dichte mist overboord sloeg en in de Noordzee verdronk. Zijn lichaam werd op 2 juni 1911 gevonden en in Spijk ter aarde besteld. Twee jong gestorven zonen van meester Jan Keuning zijn hier ook begraven. Maar Spijk kan niet bogen op het bezit van het graf van Keunings bekendste zoon Willem Eduard. Onder het pseudoniem Willem de Mérode groeide hij uit tot één van de grootste Nederlandse protestants-christelijke dichters. In Spijk bevindt zich wel het graf van de postbode Nanco Medema, die vanwege zijn lidmaatschap van de NSB in 1943 door leden van het verzet werd doodgeschoten.
In Spijk werd het kerspel pas in 1932 opgeheven, het beheer van de begraafplaats kwam terecht bij een nieuw opgerichte begrafenisvereniging. Het notulenboek van de begrafenisvereniging levert uiteenlopende informatie op. Zo werd in 1974 het klassenstelsel afgeschaft en bleek in 1981 het graf van de in 1945 door de Duitsers vermoorde Wietze Meijer geen stoffelijk overschot meer te bevatten.
Sinds 1983 is er jaarlijks overleg tussen de zes begrafenisverenigingen van de gemeente Bierum, een samenwerkingsverband dat in 1999 is omgezet in de Stichting Gezamenlijke Begrafenis- en Begraafplaatsverenigingen in de voormalige gemeente Bierum.
De auteur sluit af met de voorgenomen uitbreiding van de dodenakker, die de komende vijftig jaar voldoende begraafruimte moet garanderen. In dit boek zijn alvast de eerste 149 jaar gedetailleerd vastgelegd.

Rita Hulsman en Wim Vlaanderen
 

P. de Vries, Gedenkboek honderdvijftig jaar begraafplaats Spijk (Spijk: Uitvaartvereniging Spijk, 2006, 144 blz., € 10,00 exclusief verzendkosten; te bestellen via www.uitvaartspijk.nl)



De Geschiedenis van de Dood van De Cock

De Geschiedenis van de dood van Lucien de Cock omvat twee boeken. Het eerste boek Rituelen en gewoonten in Europa en het tweede Begraafplaatsen in Europa. Samen ruim duizend pagina’s verlucht met talrijke illustraties.
In het eerste boek beschrijft De Cock de wijze van lijkbezorging in de prehistorie, de Klassieke Oudheid en het vroege christendom. De Griekse en Romeinse visie op de dood zijn boeiend beschreven en zij die iets over catacomben willen weten, komen ruim aan hun trekken. De auteur maakt duidelijk hoe in de loop der eeuwen de lijkbezorging veranderde en dat gewoonten zelden voor eeuwig vaststaan. En omgekeerd, dat nieuwe gewoonten vaak uitingen zijn van ‘terug van weggeweest’, zoals de titel van hoofdstuk acht luidt. Daarin beschrijft hij de bewogen geschiedenis van de crematie, de moeizame comeback van cremeren gevolgd door een uitvoerige tekst met foto’s wat je tegenwoordig zoal met de as kan doen. Het slothoofdstuk heeft betrekking op het grafmonument. Het serregraf, graven zonder dode, valse namen op graven, pijnlijke grafschriften en graven tegen de schijndood, je kunt het zo gek niet bedenken, alles komt aan de orde. Hoe lichaamsdelen als hart, ingewanden of penis apart werden begraven, sla De Cock erop na. Daarmee heeft het werk in zekere zin iets van Wikipedia, de encyclopedie op internet, zéér veel informatie en naar verhouding weinig beschouwende teksten. Dit uit zich ook in de twee registers die betrekking hebben op persoonsnamen en plaatsnamen. Voor wie het nog niet wist, in Wenen bestaat een ‘Friedhof der Namenlosen’. Een register waarmee de lezer woorden als hunebed of dodenmasker zou kunnen vinden, hebben we node gemist.
Het tweede deel over Begraafplaatsen in Europa van ruim zevenhonderd pagina’s is eveneens een rijke bron aan informatie. Je kan binnen komen via de uitgebreide inhoudsopgave of je vindt je weg via het register van ruim vierhonderd plaatsnamen waar zich een graf of begraafplaats, mausoleum, monument, standbeeld of ander herinneringsteken bevindt. Bij een bezoek aan bijvoorbeeld Auschwitz-Birkenau, Sint Petersburg of Warschau kan dit register buitengewoon behulpzaam zijn. Indien u in Hamburg bent, bezoek dan ook even de unieke begraafplaats uitsluitend bestemd voor vrouwen. Anders gezegd: ook deel twee van de Geschiedenis van de dood werkt als een funeraire reisgids. Korte zinnen, vele informatieve foto’s in kleur, typografisch aantrekkelijk in combinatie met een inhoud die zakelijk is gehouden. Ook in deel twee krijgt de lezer soms triviale informatie voor geschoteld die ons aan Wikipedia deed denken. Zo lezen we zonder dat de relevantie duidelijk is dat Napoleon van Maria Walewska een buitenechtelijke zoon Alexander had die van 1810 tot 1868 leefde.
De andere manier waarop dit eveneens kloeke werk ter hand kan worden genomen is via de inhoudsopgave. Dan is het behalve een informatieve funeraire reisgids ook een prachtige encyclopedie over de geschiedenis van de dood zoals die tot in alle uithoeken in Europa waarneembaar is. De inhoudsopgave is gebaseerd op de rangen en standen in onze samenleving en daarmee glashelder. Het eerste hoofdstuk gaat over begraafplaatsen van heiligen en geestelijken. Dan volgen de graven van vorsten verdeeld over vijftig landen. Vervolgens die van rijke burgers gevolgd door een fascinerend hoofdstuk over begraafplaatsen voor de armen door de eeuwen heen. De Cock bespreekt in dit hoofdstuk ook recente zaken zoals hoe tijdens de hittegolf in de zomer van 2003 de overheid in Frankrijk omging met anonieme doden onder de 11.435 mensen die stierven aan de gevolgen van de hitte. Hoofdstuk vijf beschrijft de graven van kinderen inclusief die van niet-levensvatbare en doodgeboren kinderen. Een ‘foetusweide’ en het bestaan in Europa van een monument voor het doodgeboren kind waren ons niet bekend. In hoofdstuk zes over oorlogs- en militaire begraafplaatsen staat de auteur stil bij Russische en naziconcentratiekampen. Het hoofdstuk Godsdiensten en hun begraafplaatsen was behalve informatief ook enigszins persoonlijk. De Cock staat kort stil bij de vraag of op termijn ook joden en moslims op crematie zullen overgaan. De ruimte voor begraven wordt alsmaar schaarser. Europa dreigt één grote dodenakker te worden. Een gevoel dat nog eens wordt versterkt na het lezen van het laatste hoofdstuk waarin alle bijzondere begraafplaatsen in 46 Europese landen waaronder zelfs die op IJsland de revue passeren. Begraafplaatsen in Europa raden wij van harte aan. Ruim drie kilo tekst en spotgoedkoop. Beide delen zijn goed te gebruiken als reisgids maar vooral ook als naslagwerk van onze eigen Europese funeraire cultuur.

Jannes H Mulder en Rita Hulsman
 

L. de Cock, Geschiedenis van de dood. Rituelen en gewoonten in Europa (Kampen: Uitgeverij ten Have, 2006, ISBN 90-77942-02-5, 501 blz., € 29,95)
L. de Cock,
Geschiedenis van de dood. Begraafplaatsen in Europa (Kampen: Uitgeverij ten Have, 2006, ISBN 90-77942-02-5, 763 blz., € 29,95)

 


Rituelen en gewoonten

Dit rijk geïllustreerde boek geeft een goed overzicht van de belangrijkste rituelen bij de verschillende culturen in ons land. Het leest prettig en in speciale kolom met een andere kleur en een ander lettertype gaat de schrijfster wat dieper in op speciale woorden en gebruiken. De volgende bevolkingsgroepen komen aan bod: naast autochtonen Antillianen en Arubanen, Creoolse en hindoestaanse Surinamers, Indische Nederlanders, joden, Marokkanen, Turken, Somaliërs, Chinezen, Ethiopiërs, Eritreërs en Ghanezen. De schrijfster gaat in op de achtergronden van het land van herkomst om de belevingswereld achter de rituelen aan ons duidelijk te maken. Kortom, als men beter op de hoogte wil zijn van de rituelen van onze medelanders, is deze publicatie een aanrader.

Wim Vlaanderen
 

M. van Endt-Meijling, Rituelen en gewoonten. Geboorte, ziekte en dood in de multiculturele samenleving (Bussum: Uitgever Coutinho, 2006, ISBN 9789062834952, 216 blz., € 23,50)

Home