-
Boekbesprekingen
-
Een kerspelbegraafplaats
Rond
1850 raakte het kerkhof rond de Nederlands-hervormde kerk in het
Groningse Spijk vol. Niet de kerk, maar het bestuur van het kerspel
Spijk - een lokaal openbaar lichaam - kocht in 1858 de grond voor
een nieuwe begraafplaats. Bij de oprichting werd bepaald dat de
ingezetenen van Spijk jaarlijks een financiële bijdrage moesten
betalen om het onderhoud van de dodenakker te bekostigen. Dat deden
ze trouw. Maar in 1885 weigerde dokter A.H. Burghgraef nog langer te
betalen want, zo schreef zijn advocaat: ‘en nu is de vraag deze of
hij daartoe door het Karspel of dorp gedwongen kan worden’.
Kennelijk voorzag hij dat de positie van het kerspel door de komst
van burgerlijke gemeenten langzamerhand zou worden ondergraven. In
1905 besloot de plaatselijke Spaarbank tot aanschaf van een
lijkwagen. Het vervoermiddel deed dienst tot in 1953 het besluit
viel een lijkauto te huren.
Op de begraafplaats staat een fors monument voor Ernst Metzger, een
jonge Duitse ballonvaarder die op 4 december 1910 in dichte mist
overboord sloeg en in de Noordzee verdronk. Zijn lichaam werd op 2
juni 1911 gevonden en in Spijk ter aarde besteld. Twee jong
gestorven zonen van meester Jan Keuning zijn hier ook begraven. Maar
Spijk kan niet bogen op het bezit van het graf van Keunings
bekendste zoon Willem Eduard. Onder het pseudoniem Willem de Mérode
groeide hij uit tot één van de grootste Nederlandse
protestants-christelijke dichters. In Spijk bevindt zich wel het
graf van de postbode Nanco Medema, die vanwege zijn lidmaatschap van
de NSB in 1943 door leden van het verzet werd doodgeschoten.
In Spijk werd het kerspel pas in 1932 opgeheven, het beheer van de
begraafplaats kwam terecht bij een nieuw opgerichte
begrafenisvereniging. Het notulenboek van de begrafenisvereniging
levert uiteenlopende informatie op. Zo werd in 1974 het
klassenstelsel afgeschaft en bleek in 1981 het graf van de in 1945
door de Duitsers vermoorde Wietze Meijer geen stoffelijk overschot
meer te bevatten.
Sinds 1983 is er jaarlijks overleg tussen de zes
begrafenisverenigingen van de gemeente Bierum, een
samenwerkingsverband dat in 1999 is omgezet in de Stichting
Gezamenlijke Begrafenis- en Begraafplaatsverenigingen in de
voormalige gemeente Bierum.
De auteur sluit af met de voorgenomen uitbreiding van de dodenakker,
die de komende vijftig jaar voldoende begraafruimte moet garanderen.
In dit boek zijn alvast de eerste 149 jaar gedetailleerd vastgelegd.
Rita Hulsman en Wim Vlaanderen
|
P. de Vries,
Gedenkboek honderdvijftig jaar begraafplaats Spijk
(Spijk: Uitvaartvereniging Spijk, 2006, 144 blz., € 10,00
exclusief verzendkosten; te bestellen via www.uitvaartspijk.nl) |
De
Geschiedenis van de Dood van De Cock
De
Geschiedenis van de dood van Lucien de Cock omvat twee boeken. Het
eerste boek Rituelen en gewoonten in Europa en het tweede
Begraafplaatsen in Europa. Samen ruim duizend pagina’s verlucht met
talrijke illustraties.
In het eerste boek beschrijft De Cock de wijze van lijkbezorging in
de prehistorie, de Klassieke Oudheid en het vroege christendom. De
Griekse en Romeinse visie op de dood zijn boeiend beschreven en zij
die iets over catacomben willen weten, komen ruim aan hun trekken.
De auteur maakt duidelijk hoe in de loop der eeuwen de lijkbezorging
veranderde en dat gewoonten zelden voor eeuwig vaststaan. En
omgekeerd, dat nieuwe gewoonten vaak uitingen zijn van ‘terug van
weggeweest’, zoals de titel van hoofdstuk acht luidt. Daarin
beschrijft hij de bewogen geschiedenis van de crematie, de moeizame
comeback van cremeren gevolgd door een uitvoerige tekst met foto’s
wat je tegenwoordig zoal met de as kan doen. Het slothoofdstuk heeft
betrekking op het grafmonument. Het serregraf, graven zonder dode,
valse namen op graven, pijnlijke grafschriften en graven tegen de
schijndood, je kunt het zo gek niet bedenken, alles komt aan de
orde. Hoe lichaamsdelen als hart, ingewanden of penis apart werden
begraven, sla De Cock erop na. Daarmee heeft het werk in zekere zin
iets van Wikipedia, de encyclopedie op internet, zéér veel
informatie en naar verhouding weinig beschouwende teksten. Dit uit
zich ook in de twee registers die betrekking hebben op persoonsnamen
en plaatsnamen. Voor wie het nog niet wist, in Wenen bestaat een
‘Friedhof der Namenlosen’. Een register waarmee de lezer woorden als
hunebed of dodenmasker zou kunnen vinden, hebben we node gemist.
Het
tweede deel over Begraafplaatsen in Europa van ruim zevenhonderd
pagina’s is eveneens een rijke bron aan informatie. Je kan binnen
komen via de uitgebreide inhoudsopgave of je vindt je weg via het
register van ruim vierhonderd plaatsnamen waar zich een graf of
begraafplaats, mausoleum, monument, standbeeld of ander
herinneringsteken bevindt. Bij een bezoek aan bijvoorbeeld
Auschwitz-Birkenau, Sint Petersburg of Warschau kan dit register
buitengewoon behulpzaam zijn. Indien u in Hamburg bent, bezoek dan
ook even de unieke begraafplaats uitsluitend bestemd voor vrouwen.
Anders gezegd: ook deel twee van de Geschiedenis van de dood werkt
als een funeraire reisgids. Korte zinnen, vele informatieve foto’s
in kleur, typografisch aantrekkelijk in combinatie met een inhoud
die zakelijk is gehouden. Ook in deel twee krijgt de lezer soms
triviale informatie voor geschoteld die ons aan Wikipedia deed
denken. Zo lezen we zonder dat de relevantie duidelijk is dat
Napoleon van Maria Walewska een buitenechtelijke zoon Alexander had
die van 1810 tot 1868 leefde.
De andere manier waarop dit eveneens kloeke werk ter hand kan worden
genomen is via de inhoudsopgave. Dan is het behalve een informatieve
funeraire reisgids ook een prachtige encyclopedie over de
geschiedenis van de dood zoals die tot in alle uithoeken in Europa
waarneembaar is. De inhoudsopgave is gebaseerd op de rangen en
standen in onze samenleving en daarmee glashelder. Het eerste
hoofdstuk gaat over begraafplaatsen van heiligen en geestelijken.
Dan volgen de graven van vorsten verdeeld over vijftig landen.
Vervolgens die van rijke burgers gevolgd door een fascinerend
hoofdstuk over begraafplaatsen voor de armen door de eeuwen heen. De
Cock bespreekt in dit hoofdstuk ook recente zaken zoals hoe tijdens
de hittegolf in de zomer van 2003 de overheid in Frankrijk omging
met anonieme doden onder de 11.435 mensen die stierven aan de
gevolgen van de hitte. Hoofdstuk vijf beschrijft de graven van
kinderen inclusief die van niet-levensvatbare en doodgeboren
kinderen. Een ‘foetusweide’ en het bestaan in Europa van een
monument voor het doodgeboren kind waren ons niet bekend. In
hoofdstuk zes over oorlogs- en militaire begraafplaatsen staat de
auteur stil bij Russische en naziconcentratiekampen. Het hoofdstuk
Godsdiensten en hun begraafplaatsen was behalve informatief ook
enigszins persoonlijk. De Cock staat kort stil bij de vraag of op
termijn ook joden en moslims op crematie zullen overgaan. De ruimte
voor begraven wordt alsmaar schaarser. Europa dreigt één grote
dodenakker te worden. Een gevoel dat nog eens wordt versterkt na het
lezen van het laatste hoofdstuk waarin alle bijzondere
begraafplaatsen in 46 Europese landen waaronder zelfs die op IJsland
de revue passeren. Begraafplaatsen in Europa raden wij van harte
aan. Ruim drie kilo tekst en spotgoedkoop. Beide delen zijn goed te
gebruiken als reisgids maar vooral ook als naslagwerk van onze eigen
Europese funeraire cultuur.
Jannes H Mulder en Rita
Hulsman
L. de Cock,
Geschiedenis van de dood.
Rituelen en gewoonten in Europa (Kampen: Uitgeverij ten Have,
2006, ISBN 90-77942-02-5, 501 blz., € 29,95)
L. de Cock,
Geschiedenis
van de dood.
Begraafplaatsen in Europa (Kampen: Uitgeverij ten Have, 2006,
ISBN 90-77942-02-5, 763 blz., € 29,95) |
Rituelen en gewoonten
Dit
rijk geïllustreerde boek geeft een goed overzicht van de
belangrijkste rituelen bij de verschillende culturen in ons land.
Het leest prettig en in speciale kolom met een andere kleur en een
ander lettertype gaat de schrijfster wat dieper in op speciale
woorden en gebruiken. De volgende bevolkingsgroepen komen aan bod:
naast autochtonen Antillianen en Arubanen, Creoolse en hindoestaanse
Surinamers, Indische Nederlanders, joden, Marokkanen, Turken,
Somaliërs, Chinezen, Ethiopiërs, Eritreërs en Ghanezen. De
schrijfster gaat in op de achtergronden van het land van herkomst om
de belevingswereld achter de rituelen aan ons duidelijk te maken.
Kortom, als men beter op de hoogte wil zijn van de rituelen van onze
medelanders, is deze publicatie een aanrader.
Wim Vlaanderen
|
M. van
Endt-Meijling,
Rituelen en
gewoonten.
Geboorte, ziekte en dood in de multiculturele samenleving
(Bussum: Uitgever Coutinho, 2006, ISBN 9789062834952, 216 blz.,
€ 23,50) |
Home
|