-
Boekbesprekingen
|
Inhoud
Oorkonden in steen. 17e en 18e eeuwse
grafzerken op de oude begraafplaats van Huisduinen/Den
Helder
Niet alle graven zwijgen. Grafteksten in Heerde 1935-1997. |
Over turftonsters,
walvisvaarders en zeeredders
Voor
de serie artikelen, die in 1990 en 1991 verscheen in de Helderse
Courant, nam J.T. Bremer de namen op 17de en 18de
eeuwse grafstenen op de oude begraafplaats van Huisduinen (Den
Helder) als uitgangspunt. Deze artikelen zijn later gebundeld in het
boek Oorkonden in steen. Veel van de 27 graftekens zijn van
walvisvaarders, schippers en havenmeesters. De meeste verhalen gaan
niet specifiek over de dood, maar toch is er hier en daar iets
funerairs doorheen geweven. Zo is in het eerste hoofdstuk over
commandeur en cartograaf Cornelis Cornelisz. Gielis een anekdote
opgenomen over de opgraving van vijftig doodskisten op een
begraafplaats in Spitsbergen. Dat gebeurde in het laatste kwart van
de 20ste eeuw. De lichamen waren goed geconserveerd,
zodat leeftijd en doodsoorzaak vastgesteld konden worden. Het bleken
voornamelijk mannen in de leeftijd van twintig tot veertig jaar te
zijn, die aan de Engelse ziekte ofwel scheurbeuk waren
overleden. Walvisvaarder was een gevaarlijk en zwaar beroep voor
allen ‘die hier in deze huylende wildernis comen/ om hunne broodt
winninge te zoeken’, schreef een commandeur in het scheepsjournaal.
Velen zijn daar, ver van huis, gestorven en begraven, zoals een niet
bij name genoemde timmerman die op 8 juli 1776 in Spitsbergen ter
aarde werd besteld. Commandeur Jan Jongkees schreef er een paar
regels over in zijn journaal: ‘Daar leyt het lighaam nu en rot/ zijn
ziel hoop ik die is by Godt.’ Alleen de stoffelijke overschotten van
commandeurs en de meeste officieren die onderweg stierven, werden
meegenomen om in hun woonplaats te worden begraven. Zoals de eerder
genoemde Gielis die op 2 juli 1722 overleed en op 19 augustus van
datzelfde jaar op Huisduinen ter aarde werd besteld.
Soms gaat Bremer in op de godsdienstige of maatschappelijke
omstandigheden, vaker op het beroep van de overledene. Hoe het met
de brievenpost gesteld was, is te lezen in het hoofdstuk over Jacob
Hoogland, postmeester aan het Marsdiep.
Er komen niet louter mannen aan bod, maar ook een meisje en vier
vrouwen. Zoals de welgestelde Diewer Pieters die de kerk van
Huisduinen een orgel schonk. Vandaar het reliëf van een orgel in de
top van de stèle op haar graf. Op de steen van Hilgonda Dirks, de
vrouw van een commandeur, staat een inscriptie die vermeldt: ‘En Nog
Agt Kinderen/ Leggen bij Haar’. Voor vrouwen als turftonsters, die
turfschepen losten, of heimeiden, die houten paalhoofden herstelden,
was een grafteken niet weggelegd.
Tussen de ranke stèles valt één monument op door de grotere
afmetingen en de top in de vorm van een obelisk. Hier is in 1797
kapitein-ter-zee Dooitse Eelkes Hinxt begraven. Geboren in
Leeuwarden, overleden aan de verwondingen die hij opliep in 1797
tijdens de slag bij Kamperduin, begraven in Den Helder.
In het tweede deel, Een eerlijk zeemansgraf, diepen de
auteurs wetenswaardigheden op over 19de en 20ste
eeuwse zeeredders. De 23 mannen, dit keer zijn het allemaal mannen,
worden ‘blauwe zeeridders’ genoemd. Ze gingen er in roeivletten en
reddingsboten op uit om de opvarenden van gestrande schepen te
redden.
Aan Dorus Rijkers, de man die bij veertig reddingen was betrokken,
zijn 37 pagina’s gewijd. Rijkers overleed op 21 april 1927, 81 jaar
oud. Zijn begrafenis was tegelijk een lokale en nationale
gebeurtenis, zowel vertegenwoordigers van de postduivenclub als de
minister van Waterstaat waren aanwezig. En vooral zijn makkers:
‘Langzaam verlaat de stoet de kleine straatjes, waar de makkers van
den dooden Dorus, hun medailles rikketikkend op de borst hun dooden
schipper doordragen.’ Op de begraafplaats rest nu een grote zerk met
zijn naam in forse gezwarte kapitalen.
Dirk Snip, opstapper van de motorreddingboot, met vijftien
reddingstochten op zijn naam, liet net genoeg informatie na voor één
pagina. Zo bescheiden is ook zijn grafteken.
Elke overleden redder kreeg een begrafenis met korpseer, verzorgd
door de Vereniging Moed, Volharding en Zelfopoffering. Deze
vereniging van oud-redders zorgde ervoor dat de kist van de
overledene werd bedekt met de vlag van de vereniging. Bij de
teraardebestelling liep een vaandeldrager met vaandel voor de kist,
erachter liep een deputatie van het bestuur van de vereniging. En
altijd hield de voorzitter een toespraak.
In het derde deel, Bijzondere mensen, bijzondere zerken,
staan grafstenen van historische personen uit de 19de en
20ste eeuw centraal, zoals burgemeesters, reders en een
broodbakker/evangelist. De verschijning is gepland op Open
Monumentendag, 9 september 2006. Op die dag wordt ook het
vierhonderdjarig bestaan van de oude begraafplaats feestelijk
herdacht.
Rita
Hulsman
|
J.T. Bremer, Oorkonden in steen. 17e en 18e
eeuwse grafzerken op de oude begraafplaats van
Huisduinen/Den Helder (Schoorl, 2e druk,
2001, ISBN 9064553696, 128 blz.)
J.T. Bremer en L.R. Deugd, Een eerlijk zeemansgraf. 19e
en 20e eeuwse grafzerken van zeeredders op
de oude begraafplaats van Huisduinen/Den Helder (Schoorl,
2004, ISBN 9064554668, 168 blz.)
J.T. Bremer, Bijzondere mensen, bijzondere zerken.
(Verschijnt op 9 september 2006)
Alle boekjes kosten € 10,00 exclusief verzendkosten en zijn
te bestellen bij L.R. Deugd, secretaris van de stichting
“Historische Grafmonumenten Huisduinen”, telefoon
0223-619441. |
Al
de weg leidt mij mijn Heiland
De
auteurs van Niet alle graven zwijgen deden tussen 1997 en
1999 onderzoek naar grafteksten op de drie begraafplaatsen van het
dorp Heerde, waar 75 procent van de bevolking een actieve binding
heeft met een van de protestantse kerken. Ze beperkten zich tot de
periode 1935-1997. De doelstelling was na te gaan of in dat
tijdsbestek veranderingen zijn opgetreden in de grafteksten.
Grootendorst en Venema pakten het onderzoek grondig aan. Ze legden
Heerde onder een vergrootglas door zich te verdiepen in de
demografische gegevens, in de beroepen en de godsdienstige
overtuiging van de bevolking. Ze woonden kerkdiensten bij om inzicht
te krijgen in het geloofskader, voerden gesprekken met predikanten,
lazen meditaties en in memoriams in kerkbladen van de
Nederlands-hervormde en gereformeerde kerk. Ook polsten ze de
plaatselijke uitvaartleider en steenhouwer over het onderwerp.
Gesprekken met nabestaanden dienden vooral om hun interpretatie van
de teksten te toetsen. En natuurlijk inventariseerden ze alle 4.323
graven uit de periode 1935-1997. Daarvan waren er 3.506 met een
grafsteen, op 1.215 stenen was een tekst aangebracht.
De gevonden teksten werden in een aantal categorieën ondergebracht:
persoonlijke teksten, gevoelsteksten, lofprijzingsteksten,
opstandingsteksten, teksten van verlangen, teksten van
voorwaardelijke opstanding en toevertrouwingsteksten. De
eerstgenoemde komen het minst voor, de laatstgenoemde het meest.
‘Altijd in ons hart’ is een gevoelstekst, ‘God zal alle tranen van
hun ogen afwissen’ een tekst van verlangen, ‘De Heer is mijn herder’
een toevertrouwingstekst. Het onderscheid tussen een
opstandingstekst en een tekst van voorwaardelijke opstanding komt
voort uit een verschillend opstandingsgeloof. In de ene kerk
overheerst de zekerheid over de opstanding: ‘Jezus uw verzoenend
sterven blijft het rustpunt van ons hart’. In de andere hangt de
opstanding af van berouw, vergeving en genade; het kan dus ook
anders met een mens aflopen: ‘De Here kent degenen, die de zijnen
zijn’. Met een aantal van 551 zijn de toevertrouwingsteksten veruit
in de meerderheid. Doorgaans kiest de naaste familie de tekst, soms
is dat de belijdenistekst of de trouwtekst van de overledene, soms
een tekst die hem of haar bijzonder dierbaar was.
Als meest opvallende veranderingen noemen de auteurs onder meer de
groei van toevertrouwingsteksten van 20 procent in 1935 tot 50
procent in 1970, een niveau dat tot 1997 onveranderd bleef. Het
aantal voorwaardelijke opstandingsteksten daalde van 50 procent in
1935 tot 15 procent in 1990, het aantal overige opstandingsteksten
van 20 naar 10 procent. De onderzoekers zijn uiterst voorzichtig met
het trekken van conclusies, vooral omdat allerlei factoren de keuze
van een tekst kunnen beïnvloeden. Zo nemen nabestaanden soms
beslissingen vanuit de behoefte om de overledene een christelijke
begrafenis te geven, terwijl hij of zij dat zelf niet gewild zou
hebben. Een tekst op een grafteken heeft een complexe
voorgeschiedenis, wat een juiste interpretatie bemoeilijkt.
Dit verslag van het onderzoek naar de ontwikkeling in het gebruik
van grafteksten is voor zover bekend het eerste in zijn soort.
Grootendorst en Venema zijn begonnen met de ontginning van een nieuw
gebied in de funeraire cultuur. Wie volgt?
Rita
Hulsman
|
G. Grootendorst en H.P. Venema, Niet alle graven zwijgen.
Grafteksten in Heerde 1935-1997. (Heerde, 2005, ISBN
909020219-6, 100 blz., € 17,50 inclusief verzendkosten; te
bestellen door het bedrag over te maken op bankrekening
42.30.80.598 ten name van G. Grootendorst te Ouddorp) |
homepage Terebinth
|