-
Boekbesprekingen
Lentevogels boven de zerken
‘Als de mist
optrekt/ wordt het park kleurgevoelig/ en het gras weer groen’, zo
luidt één van de teksten bij een foto, gemaakt op de Oude
Begraafplaats in Gouda op een mistige dag. Sinds een actiegroep zich
in 1997 inzette om ruiming van deze in 1972 gesloten dodenakker te
voorkomen, is langzaam maar zeker de mist van verwaarlozing
opgetrokken.
Al eerder hadden
Inez Meter en Anke Ligteringen de schoonheid van deze plaats ontdekt
en door middel van teksten en kleurenfoto’s in boekvorm vastgelegd.
Bij de strijd om de instandhouding en de uiteindelijke plaatsing op
de gemeentelijke monumentenlijst speelde dit in 1995 verschenen boek
een belangrijke rol.
De actiegroep is in 1999 uitgegroeid tot Stichting Oude
Begraafplaats Gouda, die zich onder meer bezig houdt met
inventarisatie van de grafmonumenten. In 2004 ontdekte men bij
naspeuringen naar Malva Marina Reyes, een naam op een van de
graftekens, dat zij de dochter was van de Chileense
dichter-diplomaat Pablo Neruda en de Nederlandse Maria A. Hagenaar.
Het huwelijk liep op de klippen en de moeder vertrouwde haar
gehandicapte dochtertje toe aan een Gouds pleeggezin. In Gouda is
het meisje op achtjarige leeftijd overleden.
Intussen zijn tal van opknapwerkzaamheden verricht, zoals
restauratie van het toegangshek, het lijkenhuisje en vijftig
graftekens en plaatsing van een nieuw hek rondom de begraafplaats.
Als dank voor de inspanningen van allen die zich voor de
begraafplaats hebben ingezet, heeft de gemeente samen met de
stichting besloten tot heruitgave van levend monument. Het is een
boek dat de schoonheid laat zien van grafmonumenten in combinatie
met flora in verschillende jaargetijden. Beelden die op hun beurt
inspireren tot woorden, zoals deze: ‘hoor, lentevogels/ ze schateren
en schallen/ boven de zerken.’
Rita Hulsman
Anke Ligteringen en Inez Meter,
Levend monument.
Gouda, 2005, 2de herziene druk, ISBN 9090193049, 68 blz., € 20
exclusief portokosten, verkrijgbaar bij Inez Meter, Oosthaven
69, 2801 PG Gouda. Tel: 0182-513441. |
Achter
de schermen van Rhijnhof
Verschillende
Nederlandse begraafplaatsen zijn aangelegd op een terrein dat
voorheen als buitenplaats in gebruik was. Dat geldt onder meer voor
Rhijnhof in Leiden - het onderwerp van dit boek. Maar eerst doet de
auteur de geschiedenis van het gelijknamige herenhuis uit de doeken.
De opeenvolgende eigenaars komen uitvoerig aan bod, evenals de
architect die de leiding had over de verbouwing van 1774-1775, maar
over het park geen woord. Dat is jammer, vooral omdat de vijver en
de parkachtige opzet van de oudere gedeeltes van de begraafplaats
nog steeds aan de inrichting van het landgoed herinneren.
De Hervormde
Gemeente kocht de buitenplaats in 1908 om het terrein te laten
inrichten als begraafplaats. Het inwendige van het herenhuis werd
zodanig verbouwd, dat het plaats bood aan een aula, alsmede aan
wacht- en ontvangstruimtes. Al snel na de ingebruikname op 24 mei
1910 begonnen de werkzaamheden voor de eerste uitbreiding, in de
loop der jaren geregeld gevolgd door verdere vergrotingen. Hoe het
Rhijnhof in de Tweede Wereldoorlog verging, met inkwartiering van de
SS in het herenhuis, loopgraven op het terrein en een tekort aan
houten lijkkisten, is gedetailleerd opgetekend.
In de jaren vijftig van de 20ste eeuw
werd de te kleine aula in de koepelruimte vervangen door een nieuwe
zijvleugel aan het herenhuis, die vanaf 1956 als zodanig dienst
deed. Ingrijpender was de afstoting van het herenhuis, een zeer
beeldbepalend element van Rhijnhof. Dat gebeurde in 1991, na de
ingebruikname van crematorium, kantoor en nieuwe aula aan de
tegenoverliggende kant van het terrein, waar ook de nieuwe
hoofdingang is gesitueerd. Het herenhuis kreeg weer een particuliere
bewoner, waarna de band met de begraafplaats was verbroken.
Interessant is het langdurige en moeizame proces, dat voorafging aan
de totstandkoming van het crematorium. Eerst overlegden de Hervormde
Gemeente en de gemeente Leiden jarenlang over nut en noodzaak. Toen
het jawoord eindelijk gevallen was, vormde de investering een
schijnbaar onoverkomelijk struikelblok, daarna kwamen er
bezwaarschriften van omwonenden en volkstuinders, en tenslotte
vernietigde de Raad van State de Hinderwetvergunning. Desondanks is
het crematorium er gekomen, ruim twintig jaar na het begin van de
besprekingen.
Eén hoofdstuk is gewijd aan het personeel. We lezen over de
wederwaardigheden van diverse personeelsleden, hun onderlinge
conflicten, arbeidsomstandigheden, beloning en eigenaardigheden.
Momenteel werkt de begraafplaats gefaseerd aan een meerjarenplan
voor uitbreiding en herinrichting. Enkele onderdelen zijn al
uitgevoerd, zoals de urnenmuur van Lia Copijn, de rouwsteiger aan de
Oude Rijn voor wie over het water komt, het sterretjesveld waar de
as van te vroeg geboren baby’s kan worden bijgezet, en het
poortgebouw met funerair infopunt. Met de vermelding van enkele
markante persoonlijkheden die op Rhijnhof zijn begraven, sluit het
boek af. In deze publicatie zul je geen informatie vinden over
graftekens, beplanting of begrafenisrituelen, wel veel historische
feitenmateriaal dat inzicht geeft in hetgeen zich achter de schermen
heeft afgespeeld. Een minpuntje is, dat door de grote
informatiedichtheid weinig lucht is overgebleven voor afbeeldingen.
Rita Hulsman
(foto: begraafplaats Rhijnhof
© Rhijnhof)
Guus Theelen,
Rhijnhof, Van buitenplaats tot begraafplaats.
Leiden, 2005, ISBN 9090194215, 118 blz., € 20 exclusief
portokosten, verkrijgbaar bij Rhijnhof, tel: 071-5320609, bij de
boekhandels De Klerk en Kooyker, Stedelijk Museum De Lakenhal en
de VVV, alle te Leiden. |
homepage Terebinth
|