Boekbesprekingen
Der Tod, das muß ein
Wiener sein
‘De
dood dat moet een Wener zijn’, zong Georg Kreisler al in een van
zijn bekendste liederen.. Heeft een Wener een sterkere band met de
dood dan een Amsterdammer? In de ogen van de Weners moeten een
begrafenis nog steeds ein schönes Leich, een bijzondere gebeurtenis
zijn, met een pronkerige rouwstoet, professionele grafredenaars en
een overdadig lijkmaal. Met deze vraag in het achterhoofd
organiseerde Rindert Brouwer in 2005 een funeraire reis naar
Zuid-Duitsland en Oostenrijk. Voor de deelnemers aan de reis stelde
hij een funeraire reisgids samen met achtergrondinformatie,
toepasselijke citaten, plattegronden, foto’s en natuurlijk het
reisprogramma. Van een reisgids ga je tijdens het gebruik houden of
je gaat deze diep haten. De gids wordt een prettige reisgezel,
iemand met wie je graag optrekt of hij verandert in een irritante
metgezel. Van Memento Mori, zoals de titel van het kloeke boekwerk
luidt, ga je – gelukkig – houden. Brouwer vertelt telkens net
voldoende achtergrondinformatie, niet te veel en niet te weinig,
waardoor de gids niet verzuipt in een overvloed aan feiten en
meningen. Een euvel waaraan menig reisgidsschrijver zich schuldig
maakt. De relativerende toon veraangenaamt het lezen. Er valt
gelukkig buiten de gids om zelf ook nog iets te ontdekken op de
begraafplaatsen of in de kerken. Soms zou je zelfs willen dat hij
net iets meer vertelde, zoals over het Zentralfriedhof in Wenen. Al
lezend lijkt het alsof er alleen maar bekende Oostenrijkers op de
erevelden rusten, terwijl er in de afgelopen 130 jaar zo’n drie
miljoen mensen zijn begraven. De bekendste dode is ongetwijfeld
Wolfgang Amadeus Mozart van wie dit jaar zijn 250ste geboortejaar
met veel pracht en praal wordt herdacht. De berooide Mozart werd in
de vroege ochtend van 6 december 1791 in een verzamelgraf op het
Friedhof Sankt Marx ter aarde besteld. Het graf kreeg geen grafteken
en werd zeventien jaar na zijn dood geruimd. Op de plek waar het
graf zich vermoedelijk bevond werd in 1859 op last van de gemeente
Wenen een klein monument, een geknotte zuil met een engel,
geplaatst. Op de 100ste sterfdag van de componist werd het monument
verplaatst naar het Zentralfriedhof waar het nu staat tussen
Beethoven en Schubert. Al bladerend door en lezend in de gids krijg
je zin om je koffers te pakken en op reis te gaan. Naar de barokstad
Würzburg, het Sankt Johannisfriedhof in Nürnberg, de Stephansdom in
Passau, de catacomben in Wenen waar de ingewanden, harten en
lichamen van de Habsburgers rusten en het Zentralfriedhof, de
dodenstad in ‘booming’ Wenen. En met Memento Mori als aangename
reisgezel.
Bartho Hendriksen
Foto: © Rindert Brouwer en
Jeannette Goudsmit
|
Rindert Brouwer,
Memento Mori, Funeraire reisgids door Zuid-Duitsland &
Oostenrijk.
(Eindhoven. 2005, 278 blz. op A 4-formaat met veel foto's.
€ 17,50 exclusief portokosten, verkrijgbaar bij Atelier Terre
Aarde, www.atelier-terreaarde.nl) |
Gedachtenisprentjes
Gedachtenisprentje is de eigentijdse
benaming voor wat vroeger vooral bij katholieke Nederlanders een
bidprentje heetten. In het boek Gedachtenisprentjes geven de auteurs
een uitvoerig overzicht van de historie van het bidprentje, die
terug gaat tot de middeleeuwse devotieprentjes. Waren de
devotieprentjes vooral gericht op mensen die niet konden lezen, dus
uitsluitend een plaatje, zo werden de prentjes langzamerhand
voorzien van teksten. Dit betrof dan voornamelijk gebeden uit te
spreken voor een dierbare overledene. Opmerkelijk is dat dit gebruik
ontstond in de noordelijke Nederlanden en pas later een belangrijke
plek kreeg in de rouwrituelen in het katholieke deel van ons land.
Het doel van dit boek is te functioneren als een lesboek voor een
cursus: hoe maak ik een gedachtenisprentje? Door zich op de hoogte
te stellen van de geschiedenis en de functies van het bekende
bidprentje is men in staat om een zeer persoonlijk aandenken te
ontwerpen. Het bezig zijn met het ontwerp, waarbij de te gedenken
overledene in vrij kort bestek toch tot zijn recht moeten komen, is
volgens de auteurs ook een belangrijke stap in het verwerken van het
verlies. Ook het kiezen van een passende illustratie betekent dat
men karaktertrekken, het werk en liefhebberijen van de betrokkene
nog eens duidelijk onder ogen moet zien. Vandaar ook dat uit
reacties van nabestaanden duidelijk blijkt dat het bezig zijn met
het ontwerpen van een dergelijk prentje in het rouwproces een
positieve rol speelt.
De gekozen illustraties geven een prachtig overzicht van de
ontwikkeling van het prentje. Ze zijn allen afkomstig uit de
omvangrijke verzameling van Frans Pluijmaekers. In de 19de eeuw
vindt men vooral religieuze afbeeldingen, vooral van Christus en
zijn moeder Maria, ook werd vaak gekozen voor een zogenaamd
kerkhofprentje. Het prentje laat dan een graf of grafzerk zien, soms
met wat tekst op de zerk. Deze ontwikkeling past in de tijd van de
Romantiek, als ook auteurs veel schrijven over de dood en het
kerkhof.
Boeiend zijn ook uit deze tijd,
tegen het eind van deze eeuw, de portretten die dan in gebruik
komen. Afgezien van de genealogische waarde van dit soort prentjes,
is hier er een schat aan gegevens te vinden, die voor de
kostuumgeschiedenis van belang zijn.
Na de Tweede Wereldoorlog ondergaat
het ontwerp van het prentje een aanzienlijke verandering. De
individualisering leidt tot steeds meer aandacht voor het unieke van
elke persoon. Daarbij komt dan nog de ontkerkelijking. Het
religieuze aspect verdwijnt zelfs bijna geheel. Het bidprentje
evolueert tot herinneringsprentje. Religieuze voorstellingen worden
symbolisch weergegeven. Ook komen bijbelteksten nog wel voor. Maar
het wordt steeds gebruikelijker om een foto van de overledene af te
drukken. Vooral, echter, valt op het toenemend gebruik van
natuursymboliek. Eigenlijk nog een laatste herinnering aan de
Romantiek. Nieuw is dat kinderen de illustratie maken voor het
prentje van een familielid.
Hoewel het boek dus in de eerste
plaats is bedoeld om een ieder behulpzaam te zijn bij het zelf
ontwerpen van een prentje, of zelfs een gedachtenisboekje te maken,
vormen de prachtige illustraties een zeer belangrijk aspect. De
vormgeving is mooi en rustig. Ook de literatuurlijst is voor een
ieder die in funeraire cultuur is geïnteresseerd bepaald waardevol.
Een handig, maar ook mooi boek.
Farns Pluijmaekers en Victor
Spauwen
Gedachtenisprentjes.
Geschiedenis vormgeving functies. Aanwijzingen voor
samenstelling en ontwerp. Een handreiking aan rouwenden en hun
begeleiders.
Uitgegeven door Stichting ‘In onsen Lande van Valckenborg’, per
adres: Jonkheer van de Maesenstraat 57, 6336 VB Hulsberg, 2004,
ISBN 9090128283-, € 27,95 euro, 182
pagina’s plus bijlage. |
homepage Terebinth