-
Boekbesprekingen juni 2009
58 miljoen doden
Na de uitgave van 58 miljoen Nederlanders in 1977 is Waanders
Uitgevers in 2008 gestart met de informatieve en goed geïllustreerde
serie het Alledaagse leven. Albert van der Zeijden, deskundige op
het terrein van bidprentjes en haarwerkjes, schreef het deeltje
‘Rouw en rustplaats’. Oude en nieuwe aspecten van onze funeraire
cultuur als een Fries buurtreglement uit 1805 en de inrichting van
de eerste Nederlandse moslimbegraafplaats in 2007 komen aan bod.
Helemaal bevredigend is de tekst niet. De onderwerpen passeren
zonder veel samenhang de revue: eerst bijvoorbeeld de opkomst van de
crematiebeweging en daarna de aanleg van De Nieuwe Ooster. Ook bevat
de tekst wat onnauwkeurigheden: een kruis zal in de zeventiende en
achttiende eeuw niet gauw op een kerkhof te zien zijn geweest, de
Begrafeniswet kwam in 1869 tot stand.
Al met al geeft het nummer een aardig beeld van de funeraire cultuur
in Nederland. De lezer die meer wil weten zal overigens op internet
naar meer literatuur moeten zoeken.
Wim Cappers
|
A. van der Zeijden, Rouw &
rustplaats, Het Alledaagse Leven. Trends en Tradities in
Nederland V (Zwolle: Waanders Uitgevers, 2009, € 5,95
exclusief verzendkosten, 32 blz., www.hetalledaagseleven.nl) |
Moscowa,
een tuin vol herinneringen
De
maker van dit boek over het Arnhemse begraafpark Moscowa is
rijkscartograaf en historisch cartografisch pentekenaar. Niet
verwonderlijk dus, dat aan tekeningen de hoofdrol is toebedeeld. De
tekst over de ontwikkeling van de inmiddels 135-jarige dodenakker
beslaat één pagina. Meer was ook niet nodig, omdat A.J. van Dissel
de historie al uitvoering heeft beschreven in zijn boek over Moscowa
uit 1992.
Speijdel heeft een paar jaar lang zijn blik gericht op graftekens en
urnen, symboliek en decoratieve motieven, kunstwerken en
waaklichtjes, planten en dieren, en nog veel meer.
Het eerste hoofdstuk heet ‘Grafteksten en graftekens’. Op de
openingspagina prijkt de hemelsleutel met aan de linkerkant een egel
en rechts een konijn. Naast en tussen de illustraties die de
volgende pagina’s bevolken, staan honderden grafteksten, geschreven
in een door Speijdel ontworpen lettertype. De teksten zijn
alfabetisch gerangschikt, van A (‘Al was je leventje kort’) tot Z
(‘Zomaar, uit ons leven’). Op pagina 14 vereeuwigde zijn pen onder
meer een Gelderse roos en een oude vrouw, die met een bosje bloemen
op weg is naar een graf. Het portret van J.H. Collast, beheerder van
de rooms-katholieke begraafplaats, staat op pagina 19, waar ook de
processierups een plaats heeft gekregen. Er zijn bladzijden met
weinig tekeningen en vrij veel grafteksten, zoals pagina 34 met een
rotsblok als gedenksteen, een stenen voetbal en een schietwilg.
Andere bladzijden hebben alleen maar tekeningen, zoals pagina 84 die
vol staat met florale motieven. In de index achterin het boek zijn
onder meer de namen te vinden van de getekende planten en dieren.
Het tweede en derde hoofdstuk, met registers van doopen voornamen en
van familienamen, zijn vooral interessant voor nabestaanden van
degenen die op Moscowa begraven zijn. Door de overvloed aan
tekeningen en teksten is dit geen boek om in één ruk uit te kijken
en te lezen, maar om telkens weer ter hand te nemen. Na zijn boek
over de hervormde begraafplaats van Schaarsbergen is dit het tweede
getekende beeldverslag van een Nederlandse begraafplaats. De
ondertitel ‘Een poort naar geborgenheid’, zal niet voor iedereen
direct duidelijk zijn. Kennelijk ervaart Speijdel op begraafplaatsen
‘geborgenheid in het verleden’. Anderen zullen op deze plekken
beseffen een schakel te zijn in de ketting die het verleden met de
toekomst verbindt. Of ze komen omdat ‘de herinnering de enige tuin
is waaruit men ons niet kan verjagen’, zoals een graftekst vermeldt.
Rita Hulsman
|
Speijdel, B.: Moscowa. Een
poort naar geborgenheid!
(Oosterhout: Uitgeverij Vanitas, 225 blz., € 29,-)
|
Museum
voor Grafkunst te Laken (Brussel)
Dit museum is in de authentiek bewaarde ateliers van de funeraire
beeldhouwers Ernest Salu I, II en III gevestigd. Het bevindt zich
naast de ingang van de beroemde begraafplaats achter de
Onze-Lieve-Vrouwenkerk in Laken. Onze Belgische zustervereniging
Epitaaf beheert dit museum. en Tim Jansens zal ons binnenkort over
de viering van het 25-jarige bestaan van Epitaaf dit najaar
informeren. Aanleiding voor een bezoek was de laatste dag van de
fototentoonstelling ‘Hier ligt begraven een gouden hart’ van Pol de
Prins en Ronald Giebel. De prachtige foto’s tonen de wijze waarop
het gemis, het willen vasthouden en de herinnering in het
grafmonument worden uitgedrukt. In het verleden ging het vaak om een
monument, vakkundig ontworpen en uitgevoerd. Het hedendaagse graf
getuigt meer van een door de nabestaanden zelf ontworpen moment,
waarbij kleurrijke bloemen van plastic een plaats hebben. Funeraire
uitingen van vriendschap en liefde blijken een inspirerend onderwerp
en nodigen uit tot reflectie. Jannes H. Mulder
Museum voor Grafkunst,
Epitaaf vzw
Onze-Lieve-Vrouwvoorplein 16 1020 Laken, T +32 2 553 1641.
www.epitaaf.org (websitein aanbouw), info@epitaaf.org |
|