De Terebinth
Vereniging voor Funeraire Cultuur  


Boekbesprekingen

Terebinth december 2007

Meer oog voor deugd dan voor sieraad


Meer oog voor deugd dan voor sieraad

Groningse lijkenhuizen staan centraal in deze publicatie. Vooraf gaat de auteur in op de verschillende benamingen van het lijkenhuisje: knekelhuisje, drenkelingenhuisje, dodenhuisje, baarhuisje. De term knekelhuisje verwijst naar het huisje dat vroeger diende om de knekels uit geruimde graven op te slaan. Vanaf ongeveer 1830 verrezen drenkelingenhuisjes op buitenbegraafplaatsen. Pas nadat in 1872 de oprichting van ‘een lokaal voor tijdelijke bewaring van overledenen aan een besmettelijke ziekte’ wettelijk verplicht werd gesteld, gingen begraafplaatsbeheerders ertoe over om lijkenhuisjes te laten bouwen.
Sommigen spreken van dodenhuisje, hoewel die naam meer verwijst naar een tijdelijke overkapping boven een graf. Toen lijkenhuizen in de loop van de 20ste eeuw steeds meer werden gebruikt voor het opbergen van draagbaren en dergelijke, is men ze ook wel baarhuisjes gaan noemen.
Pieter de Vries heeft in 2005 met Een lokaal voor tijdelijke bewaring al een kleine selectie gepubliceerd van Groningse lijkenhuizen.
In deze dikke uitgave behandelt hij alle nog bestaande lijkenhuizen in deze provincie, van het zeer eenvoudige gebouwtje in de oksel van de kerktoren te Marum tot het lijkenhuis in de Groningse variant van de Amsterdamse School te Oosterwijtwerd. In de vormgeving overheerst soberheid, zoals blijkt uit de vele kleurenfoto’s van uiterst eenvoudige gebouwen. Des te verrassender zijn de foto’s waarop een gebouw met fraaie vormgeving te zien is. Uit financiële overwegingen letten de meeste beheerders meer op deugd dan op sieraad.
Combinaties van lijkenhuis en bidkapel komen voor op rooms-katholieke begraafplaatsen. Ook lijkenhuizen op andere begraafplaatsen kregen er in de loop van de 19de eeuw functies bij, zoals bergplaats, plaats voor mensen die aan een besmettelijke ziekte leden of stalling voor lijkkoets. Muntendam spant de kroon met vier functies: brandspuithuis, bergplaats voor de lijkwagen, lijkenhuis en bergplaats voor de grafdelver. Daarmee waren de mogelijkheden nog niet uitgeput, want op het kerkhof van Eppenhuizen kwam een lijkenhuisje te staan met een duivenzolder. Deze bevond zich eerst op de zolder van de oude kerk. Omdat het kerkbestuur de nieuw te bouwen kerk niet weer wilde laten besmeuren met duivenpoep, verbande ze de duiven naar het lijkenhuis.
De auteur heeft alles wat er over het huidige lijkenhuizenbestand in Groningen te achterhalen viel opgetekend en de actuele situatie in beeld gebracht. Zijn wens om dit stukje funeraire geschiedenis
aan de vergetelheid te onttrekken, is hiermee ruimschoots vervuld.

Rita Hulsman en Jannes H. Mulder
 

Vries, Pieter de: Het huisje op de begraafplaats. Lijkenhuisjes in Groningen. (Bedum: Uitgeverij Profiel, ISBN 978-90-52943-89-3, 240 blz., € 19,50)

 Boekbesprekingen Home