-
Boekbesprekingen
Meer oog voor
deugd dan voor sieraad
Groningse
lijkenhuizen staan centraal in deze publicatie. Vooraf gaat de
auteur in op de verschillende benamingen van het lijkenhuisje:
knekelhuisje, drenkelingenhuisje, dodenhuisje, baarhuisje. De term
knekelhuisje verwijst naar het huisje dat vroeger diende om de
knekels uit geruimde graven op te slaan. Vanaf ongeveer 1830
verrezen drenkelingenhuisjes op buitenbegraafplaatsen. Pas nadat in
1872 de oprichting van ‘een lokaal voor tijdelijke bewaring van
overledenen aan een besmettelijke ziekte’ wettelijk verplicht werd
gesteld, gingen begraafplaatsbeheerders ertoe over om lijkenhuisjes
te laten bouwen.
Sommigen spreken van dodenhuisje, hoewel die naam meer verwijst naar
een tijdelijke overkapping boven een graf. Toen lijkenhuizen in de
loop van de 20ste eeuw steeds meer werden gebruikt voor het opbergen
van draagbaren en dergelijke, is men ze ook wel baarhuisjes gaan
noemen.
Pieter de Vries heeft in 2005 met Een lokaal voor tijdelijke
bewaring al een kleine selectie gepubliceerd van Groningse
lijkenhuizen.
In deze dikke uitgave behandelt hij alle nog bestaande lijkenhuizen
in deze provincie, van het zeer eenvoudige gebouwtje in de oksel van
de kerktoren te Marum tot het lijkenhuis in de Groningse variant van
de Amsterdamse School te Oosterwijtwerd. In de vormgeving overheerst
soberheid, zoals blijkt uit de vele kleurenfoto’s van uiterst
eenvoudige gebouwen. Des te verrassender zijn de foto’s waarop een
gebouw met fraaie vormgeving te zien is. Uit financiële overwegingen
letten de meeste beheerders meer op deugd dan op sieraad.
Combinaties van lijkenhuis en bidkapel komen voor op
rooms-katholieke begraafplaatsen. Ook lijkenhuizen op andere
begraafplaatsen kregen er in de loop van de 19de eeuw functies bij,
zoals bergplaats, plaats voor mensen die aan een besmettelijke
ziekte leden of stalling voor lijkkoets. Muntendam spant de kroon
met vier functies: brandspuithuis, bergplaats voor de lijkwagen,
lijkenhuis en bergplaats voor de grafdelver. Daarmee waren de
mogelijkheden nog niet uitgeput, want op het kerkhof van Eppenhuizen
kwam een lijkenhuisje te staan met een duivenzolder. Deze bevond
zich eerst op de zolder van de oude kerk. Omdat het kerkbestuur de
nieuw te bouwen kerk niet weer wilde laten besmeuren met duivenpoep,
verbande ze de duiven naar het lijkenhuis.
De auteur heeft alles wat er over het huidige lijkenhuizenbestand in
Groningen te achterhalen viel opgetekend en de actuele situatie in
beeld gebracht. Zijn wens om dit stukje funeraire geschiedenis
aan de vergetelheid te onttrekken, is hiermee ruimschoots vervuld.
Rita Hulsman en Jannes H. Mulder
|
Vries, Pieter de: Het huisje
op de begraafplaats. Lijkenhuisjes in Groningen. (Bedum:
Uitgeverij Profiel, ISBN 978-90-52943-89-3, 240 blz., € 19,50) |
Boekbesprekingen
Home
|